Vlaamse boer werkt gemiddeld 9 werkdagen per week
nieuwsDe Vlaamse boer werkt gemiddeld bijna negen voltijdse werkdagen per week, waarvan één volledige dag opgaat aan administratie. Dat blijkt uit een bevraging van Boerenbond bij meer dan 500 land- en tuinbouwers. Met een gemiddelde werkweek van 66 uur behoort de landbouwer tot de hardst werkende zelfstandigen van Vlaanderen. Toch blijkt meer dan de helft niet de voldoende financiële buffer te hebben om een slecht jaar te overbruggen.
Landbouwers maken lange dagen, en kijken niet op een uur meer of minder. Dat bevestigt de enquête van Boerenbond bij 517 landbouwbedrijven uit verschillende landbouwsectoren. De gemiddelde werkweek van 66 uur ligt ver boven die van een standaard voltijds loontrekkende, die gemiddeld 37 uur per week werkt. Ook vergeleken met de gemiddelde zelfstandige scoort de landbouw hoog. Volgens cijfers van Statistiek Vlaanderen werkten zelfstandigen in 2024 gemiddeld 46 uur per week. De Vlaamse boer presteert dus bijna een derde arbeidstijd meer.
Een aanzienlijk deel van de werktijd (8,5u) wordt besteed aan administratie. “Vergeleken met het totaal aantal gepresteerde uren is dat ‘slechts’ 13 procent, toch is het meer dan een volle standaardwerkdag die wekelijks opgaat aan paperassen”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “Voor landbouwers gelden strenge registratie- en rapporteringsverplichtingen en de procedure voor vergunningverlening plus de vele controles zijn bijzonder tijdrovend. Het is niet normaal dan een boer een volledige dag per week met paperasserij moet bezig zijn. De vraag voor vereenvoudiging is groot.”
Hard werken, weinig financiële buffer
Uit de bevraging blijkt dat de gemiddelde periode die een landbouwbedrijf kan overbruggen zonder winst 16 maanden is. Meer dan de helft zegt een moeilijk jaar slecht te kunnen verwerken. Zo'n 23 procent van de bevraagden zit wel in de veilige zone met voldoende marge om twee jaar of meer zonder winst te kunnen overbruggen.
"Landbouwers zijn vaak afhankelijk van externe factoren en hebben af te rekenen met grote schommelingen in oogsten en prijzen. Het beschikken over voldoende cashflow is dan noodzakelijk", duidt de landbouworganisatie. "Rekening houdend met de sterke volatiele prijzen en opbrengsten, is een termijn van 16 maanden opvallend weinig. Het betekent dat de minste tegenslag zeer snel effect heeft op het gezinsinkomen."
Om de sterk schommelende inkomens te kunnen overbruggen, vraagt Boerenbond meer fiscale mogelijkheden om inkomens te verevenen over meerdere jaren. Zo zouden winsten kunnen worden gespreid en verliezen uitgevlakt. "Dat kan door fiscale reservering, een bedrag dat wordt opzijgezet om toekomstige kosten of belastingen op te vangen of 'carry back'- en 'carry forward'-systemen. Voordeel hiervan is dat er directe liquiditeitssteun komt in de slechte jaren", legt Boerenbond uit.
Nood aan sterke Europese steun
De landbouworganisatie vindt ook dat de volatiliteit van het inkomen de nood en het belang van Europese steun benadrukt. De middelen vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid hebben tot doel de landbouw in Europa te ondersteunen en de voedselvoorziening veilig te stellen. Voor de periode 2028 tot en met 2034 dreigt het landbouwbudget met 22 procent te dalen, een heikel punt voor Boerenbond. “Dit bedreigt onze voedselzekerheid", klinkt het. "Europa legt hoge doelstellingen op het vlak van duurzaamheid, milieu en klimaat. Om dit te bereiken is de steun noodzakelijk."
"Boeren zijn geen subsidieslurpers. De voorbije 15 jaar is het aandeel van premies in de omzet en het arbeidsinkomen van Belgische landbouwers fors gedaald. Daarmee scoren we lager dan heel wat andere Europese lidstaten wat het beroep doen op subsidies betreft. De steun waar wel gebruik van wordt gemaakt, is de absolute noodzaak om te innoveren en verder te verduurzamen. Het zorgt ook voor inkomenszekerheid. Daar mag niet in geknipt worden", besluit de landbouworganisatie.