Nuance nodig in link tussen ziekte van Parkinson en landbouw
nieuwsEr zijn amper verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden wat betreft parkinson. Dat blijkt uit een onderzoek van het universitair medisch centrum Radboudumc uit Nijmegen en de Universiteit Utrecht. Eerder internationaal onderzoek toonde een verband aan tussen de beroepsmatige blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en het ontwikkelen van de ziekte. Dat wordt in deze studie niet ontkracht. Maar volgens de onderzoekers worden de risicofactoren nu te vaak gereduceerd tot gewasbescherming alleen, terwijl er in de realiteit een combinatie aan factoren speelt.
Het landkaartonderzoek naar parkinson in Nederland toont heel andere resultaten dan soortgelijk onderzoek in het buitenland. Bij het eerste landkaartonderzoek, uitgevoerd in het Canadese Québec, was de ziekte duidelijker aanwezig in landbouwregio’s. Bij dit kaartenonderzoek in Nederland, is er amper verschil tussen dorpelingen en stedelingen.
Een mogelijke verklaring? Dorpelingen komen meer in contact met bestrijdingsmiddelen, maar ze ondervinden minder luchtvervuiling. Bij stedelingen is het vice versa. De onderzoekers vermoeden dat hierdoor het risico op parkinson voor dorpelingen en stedelingen vrij gelijkloopt.
Nog een verklaring voor het contrast met eerdere onderzoeken: de eerste landkaartonderzoeken werden uitgevoerd in de jaren tachtig. Toen werden andere en mogelijk meer schadelijke middelen gebruikt. Giftige stoffen die waarschijnlijk een relatie hebben met parkinson, zoals paraquat, worden vandaag nog steeds gebruikt in onder andere de VS, maar in de EU is dit verboden sinds eind 2007.
Hoe groot is het risico van gewasbescherming en luchtvervuiling?
De meeste nieuwe patiënten ziet men in de noordelijke provincies Groningen en Friesland. In het zuiden van Nederland komt de ziekte minder voor. De geografische verspreiding komt niet duidelijk overeen met gekende risicofactoren zoals luchtvervuiling of bepaalde vormen van landbouw. Zo is de luchtkwaliteit in het noorden van Nederland relatief goed, terwijl net die regio zwaar getroffen is.
Betekent dit onderzoek dat het risico van gewasbescherming of slechte lucht best meevalt? “Neen”, stellen de onderzoekers. “Omgevingsfactoren blijven relevant, ook al zie je niet één dominante factor terug op de landkaart. Het risico op parkinson lijkt te worden bepaald door een samenspel tussen verschillende (omgevings)factoren.”
Let wel: het is nog niet bewezen dat bestrijdingsmiddelen in de omgeving leiden tot meer parkinson. In internationaal uitgevoerde onderzoeken zijn er voorzichtige aanwijzingen dat dit het geval kan zijn, maar in Nederland is hiervoor geen duidelijk of zeker bewijs. Voorlopig is de link enkel aangetoond voor zij die in heel nauw contact staan met deze middelen omdat ze deze professioneel gebruiken. In dat kader loopt nog het Nederlandse onderzoeksprogramma OBO2, dat onderzoekt in welke mate plattelandsbewoners een verhoogd risico kennen door landbouwmiddelen.
"Aandacht voor bestrijdingsmiddelen is begrijpelijk, maar er mag niet uitsluitend op worden gefocust"
Toch rijst de vraag of landbouwers niet wat té zeer werden geviseerd in de de discussie rond parkinson. “Aan de ene kant is de aandacht voor pesticiden heel begrijpelijk”, stelt de universiteit in een persbericht. “Pesticiden kregen in het verleden veel aandacht omdat sommige middelen (bijvoorbeeld paraquat en rotenon) in verband zijn gebracht met parkinson. Vooral bij mensen die er in hun werk mee te maken hadden. Aanwijzingen voor een relatie tussen pesticiden en parkinson bestaan al sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Er is veel bewijslast uit diverse typen onderzoek. Aan de andere kant laat dit nieuwe onderzoek zien dat landbouwactiviteit niet een verklarende factor is voor regionale verschillen. De nieuwe bevindingen tonen aan dat de omgeving een rol speelt in het ontstaan van parkinson, maar benadrukt dat meerdere factoren meespelen. Daarom is het niet terecht uitsluitend te focussen op pesticiden uit de landbouw. Ook andere factoren zoals luchtverontreiniging, zware metalen en oplosmiddelen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van parkinson.”
Bayer wordt beschuldigd van misleiding over glyfosaat
28 september 2023Vele oorzaken blijven onbekend
Oud, welgesteld en mannelijk: dat is het profiel van de gemiddelde parkinsonpatiënt. Waarom dat zo is, is niet altijd duidelijk. Dat leeftijd een rol speelt is logisch: hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans dat de ziekte zich ontwikkeld. De meeste mensen krijgen pas na hun 65e de diagnose. Maar waarom eerder mannen dan vrouwen deze ziekte ontwikkelen, is niet precies geweten. Mogelijke verklaringen zijn dat vrouwelijke hormonen de hersenen deels kunnen beschermen, of dat mannelijke hersenen een andere opbouw en werking kennen. Een andere mogelijke verklaring: mannen hebben vaker een beroep waarbij men aan schadelijke stoffen wordt blootgesteld.
De reden waarom parkinson vooral mensen met een hogere opleiding of inkomen treft, is evenmin duidelijk. Mogelijke verklaringen zijn dat zulke mensen sneller terecht komen bij een specialist, waardoor parkinson eerder wordt herkend. Een andere mogelijkheid is het verschil in levensstijl: mannen met een goede sociaaleconomische positie roken minder vaak, en hoe onlogisch dit ook mag klinken: niet-rokers hebben een hoger risico op het krijgen van parkinson.
Lees de volledige studie hier.
Bron: Eigen berichtgeving