nieuws

Oost-Vlaanderen klaar voor een nieuw landbouwjaar

nieuws
Ruim de helft van de Oost-Vlaamse oppervlakte wordt voor land- en tuinbouw gebruikt. Meer dan 6.500 bedrijven in Oost-Vlaanderen zijn actief in de land- of tuinbouwsector met bijna 10.000 voltijdse arbeidskrachten. Samen met toelevering en verwerking vormt dit een krachtig agrovoedingscomplex. De Oost-Vlaamse sierteelt, exclusief boomkwekerij, neemt 53 procent van de Vlaamse sierteeltoppervlakte voor zijn rekening. “Als provincie vinden we het belangrijk om bij te dragen aan een economisch sterke, diverse en duurzame land- en tuinbouw die kwaliteitsvolle voeding en sierteeltproducten aflevert én daarenboven functioneert in harmonie met andere functies op het platteland”, zegt gedeputeerde van Landbouw Alexander Vercamer.
30 december 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:19
Lees meer over:

Ruim de helft van de Oost-Vlaamse oppervlakte wordt voor land- en tuinbouw gebruikt. Meer dan 6.500 bedrijven in Oost-Vlaanderen zijn actief in de land- of tuinbouwsector met bijna 10.000 voltijdse arbeidskrachten. Samen met toelevering en verwerking vormt dit een krachtig agrovoedingscomplex. De Oost-Vlaamse sierteelt, exclusief boomkwekerij, neemt 53 procent van de Vlaamse sierteeltoppervlakte voor zijn rekening. “Als provincie vinden we het belangrijk om bij te dragen aan een economisch sterke, diverse en duurzame land- en tuinbouw die kwaliteitsvolle voeding en sierteeltproducten aflevert én daarenboven functioneert in harmonie met andere functies op het platteland”, zegt gedeputeerde van Landbouw Alexander Vercamer.

Met de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur en de bijbehorende programmatische aanpak stikstof staat de landbouw voor bijzondere uitdagingen. Het Oost-Vlaamse provinciebestuur beschouwt dat als een persoonlijke uitdaging en wil faciliteren waar mogelijk. Oost-Vlaanderen hecht namelijk veel belang aan een economisch sterke en tegelijk duurzame land- en tuinbouw. Het nieuwe Vlaamse programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling (PDPOIII) schept nieuwe kansen op vlak van plattelandsbeleid. De provincie Oost-Vlaanderen plaatst daar eigen acties rond vijf centrale doelstellingen naast.

Doelstelling één is een duurzame land- en tuinbouw versterken door goede praktijken en duurzame technieken in de kijker te zetten. Voorbeelden zijn het provinciaal advies rond geïntegreerd agrarisch bouwen, natuurrijk landbouwbeheer of integraal waterbeheer op landbouwbedrijven. Er gaat ook speciale aandacht naar de realisatie van klimaat- en energiedoelstellingen waar de provincie mee verantwoordelijkheid opneemt.

Een leefbare landbouw heeft nood aan juridische zekerheid maar ook aan kansen voor creatief ondernemerschap. Specifiek voor de glastuinbouw gaat aandacht naar de realisatie van clusters en naar herbestemming. “Innovatie en onderzoek zijn van levensbelang voor een competitief agrocomplex”, beseft gedeputeerde Vercamer. Via de provinciale proefcentra wordt praktijkgericht onderzoek in de sierteelt, groente- en aardappelteelt ondersteund met een belangrijk deel van de middelen. Maar ook proefprojecten of projecten duurzame ontwikkeling van verenigingen worden aangemoedigd.

Om de betrokkenheid van het grote publiek bij landbouw en platteland te verhogen, bouwt de provincie aan een netwerk van kwaliteitsvolle landbouw- en plattelandseducatie. Ook elke klas die op uitstap gaat op een landbouwbedrijf in dit netwerk krijgt een tegemoetkoming door de provincie. Specifiek voor de sierteelt wordt gewerkt aan sector-brede (h)erkenning.

Het beheer van plantaardige en dierlijke overlastbezorgers wordt verder geoptimaliseerd. Voor de ratten- en exotenbestrijding gebeurt dat in samenwerking met RATO vzw. Dierenasielen voor honden en katten worden via een subsidiereglement ondersteund.

Tot slot blijft de provincie een actieve rol spelen in de bestemming van de middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en bij de implementatie van PDPO III. Er werd een provinciaal plattelandsuitvoeringsplan voorgelegd aan de provincieraad met speciale aandacht voor onder meer innovatie, kennisoverdracht, concurrentievermogen, organisatie van de voedselketen. Duurzame lokale voedselsystemen (waaronder korte keten, fair trade en volkstuinen) krijgen speciale aandacht met een eigen actieplan.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek