nieuws

Onze landbouwministers geloven niet blind in vrijhandel

nieuws
Op vraag van de ministers Schauvliege en Collin nam federaal landbouwminister Willy Borsus tijdens de laatste bijeenkomst met zijn Europese collega’s in Brussel deel aan het debat over de internationale handel in landbouwproducten. Hij drukte de andere lidstaten onder meer op het hart dat landbouw geen pasmunt mag zijn om binnen de Wereldhandelsorganisatie een akkoord te bereiken over een internationaal vrijhandelsverdrag. Toegevingen die gedaan worden bij bilaterale handelsgesprekken mogen evenmin de referentie worden voor onderhandelingen in het kader van een multilateraal handelsakkoord.
24 maart 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:30
Lees meer over:

Op vraag van de ministers Schauvliege en Collin nam federaal landbouwminister Willy Borsus tijdens de laatste bijeenkomst met zijn Europese collega’s in Brussel deel aan het debat over de internationale handel in landbouwproducten. Hij drukte de andere lidstaten onder meer op het hart dat landbouw geen pasmunt mag zijn om binnen de Wereldhandelsorganisatie een akkoord te bereiken over een internationaal vrijhandelsverdrag. Toegevingen die gedaan worden bij bilaterale handelsgesprekken mogen evenmin de referentie worden voor onderhandelingen in het kader van een multilateraal handelsakkoord.

Volgens de Europese Commissie is de landbouwsector in de EU in staat om in te spelen op de mondiale voedselvraag van een groeiende middenklasse die eisen stelt inzake voedselveiligheid en -kwaliteit. Europa exporteert vooral verwerkte landbouwproducten, granen en alcohol en realiseert daarmee een handelsoverschot.

Toen de internationale handel in landbouwproducten ter sprake kwam tijdens de EU-Landbouwraad hield federaal landbouwminister Willy Borsus een aantal principes in het achterhoofd tijdens zijn tussenkomst. Europa heeft zijn landbouwbeleid aangepast aan de verwachtingen van de Wereldhandelsorganisatie. “We moeten vermijden dat het wereldhandelsoverleg nieuwe oriëntaties krijgt die de al geleverde inspanningen van de landbouwsector teniet zouden doen en nieuwe aanpassingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zouden vergen”, aldus Borsus.

Hoewel hij erkent dat internationale akkoorden een opportuniteit kunnen zijn voor sommige landbouwsectoren spreekt uit het wensenlijstje dat Borsus meenam naar de Raad vooral een grote bezorgdheid over de impact van vrijhandel op de eigen landbouw. De al geleverde inspanningen in de EU mogen bijvoorbeeld geen vertrekpunt vormen voor nieuwe toegevingen in het handelsoverleg en moeten navolging krijgen van handelspartners. Borsus herinnert er in dat verband aan dat de EU afstand heeft genomen van exportsubsidies voor landbouwproducten terwijl landen buiten de EU exportsteun behouden.

De zogenaamde non-trade-concerns (sanitaire en milieuvoorwaarden en dierenwelzijn) waaraan de EU veel waarde hecht, mogen door multilaterale of bilaterale akkoorden niet (on)rechtstreeks op losse schroeven gezet worden. Wat de drie Belgische landbouwministers in elk geval willen vermijden, is dat de eigen producenten oneerlijke concurrentie ervaren uit het buitenland. Als voorbeeld wordt de invoer van kippenvlees genoemd, dat afkomstig is van kippen uit te kleine hokken en die behandeld werden met in de EU niet-toegelaten medicijnen.

Als er in het handelsoverleg toegevingen ten koste van de Europese landbouw gedaan worden, dan moeten de gevolgen daarvan zowel macro- als micro-economisch beoordeeld worden. Borsus verduidelijkt waarom: “Op EU-niveau kan de impact van handelstoegevingen op de vleesveehouderij misschien beperkt ingeschat worden, maar in Europese regio’s waar er geen andere vorm van landbouw mogelijk is, kunnen de gevolgen van meer vrijhandel desastreus zijn. Belangrijk is ook dat onderhandelaars een globaal beeld hebben van de werkelijke concurrentiedruk die ontstaat door een opeenstapeling van toegevingen in het kader van bilaterale handelsgesprekken.

Beeld: Cofabel

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek