Onderzoek plakt waarde op bodemecosysteemdiensten
nieuwsEen verbeterde bodembiodiversiteit levert publieke goederen: minder uitstoot van broeikasgas, minder stikstof in het water en een verhoogde voedselzekerheid. "SOILSERVICE staaft dat betalingen voor de biodiversiteit niet als subsidie maar als investeringen op lange termijn moeten worden beschouwd", verduidelijkt Wervel de implicaties van een Europees onderzoeksproject.
De grond onder onze voeten en de daarin levende organismen zijn van levensbelang voor mensen. Een gram grond bevat meer dan 5.000 soorten organismen. Deze biodiversiteit in de bodem levert ons een reeks voordelen, ecosysteemdiensten genaamd, zonder welke ons bestaan onmogelijk zou zijn: onderhoud van de bodemvruchtbaarheid, waterzuivering en -buffering, koolstofopslag en het matigen van de klimaatverandering.
"Intensieve landbouw zorgt echter voor verlies van bodemdioversiteit", schrijft Wervel in zijn ledenblad. Op wereldvlak is de vraag naar land voor productie van voedsel, vezels en bio-energie nu hoger dan wat beschikbaar is. De druk die hieruit voortvloeit, geeft aanleiding tot intensieve landbouw die rechtstreeks leidt tot een verlies van bodembiodiversiteit en haar diensten.
Met deze achtergrond startte het Europese onderzoeksproject SOILSERVICE in 2008. Het doel van het project was om de ecosysteemdiensten die door de bodembiodiversiteit geleverd worden te analyseren en er duidelijke monetaire waarden aan toe te kennen. "Nooit eerder werd een geldwaarde geplakt op organische stof in de bodem", zet Wervel het belang van het onderzoek in de verf.
Professor Katarina Hedlund van de universiteit van Lund in Zweden coördineerde het werk aan 11 universiteiten en onderzoeksinstellingen uit acht Europese landen gedurende bijna vier jaar. "Vandaag vernietigen we de bodem - ons natuurlijk kapitaal - in onze drang om hogere opbrengsten te realiseren" zegt professor Hedlund. "Als we kunnen berekenen hoeveel geld de boer zou verdienen voor het behoud, in plaats van het uitputten van dit natuurlijk kapitaal, dan kunnen we deze informatie aan beleidsmakers geven. Zij kunnen dan een beleid voeren dat de boeren zelfvoorzienend maakt in plaats van hen subsidies te geven."
Het belangrijkste onderzochte aspect was de hoeveelheid koolstof in de bodem. Als biodiversiteit het natuurlijk kapitaal van de landbouw is, kan organische koolstof worden gezien als munteenheid. De hoeveelheid ervan bepaalt hoeveel leven er in de bodem zit en dus hoe vruchtbaar die is. Het koolstofniveau optimaliseren, levert een duidelijk voordeel aan de boer. Het verbetert de opbrengsten en vermindert kosten voor inputs zoals kunstmest. Uit veldstudies op verschillende plaatsen in Europa werd berekend dat een stijging van ongeveer één procent koolstof in de bodem, tussen 200 en 300 euro per hectare extra zou opleveren voor de boeren.
De intensieve landbouwpraktijken van vandaag putten de voorraad bodemkoolstof echter uit en vernietigen ecologisch kapitaal. De onderzoekers introduceerden een nieuwe economische berekening, die de waarde bepaalt van de ecosysteemdiensten die door de bodemorganismen geleverd worden. Maatregelen om de bodembiodiversiteit te behouden door koolstof in de bodem te brengen, zijn onder andere: zorgen voor een permanente begroeiing met planten en het gebruik van organische meststoffen. Het SOILSERVICE-project toont aan dat deze praktijken niet moeten gezien worden als kosten, zoals zij in het verleden werden gezien, maar als beleggingen met bijbehorende winst.
Meer info: Wervelkrant
Bron: Wervelkrant
Beeld: ILVO