header.home link

"Niemand kent een perceel beter dan de landbouwer zelf"

23 december 2015
Het doel van het Vlaamse erosiebeleid is hetzelfde gebleven, namelijk de vruchtbare grond op de hellende akkers houden, maar landbouwers krijgen keuze uit meer maatregelen en dus meer mogelijkheden om hun stielkennis te tonen. Met die boodschap zakte Vlaams minister Joke Schauvliege af naar het Sint-Amandhof in Maarkedal-Schorisse. Landbouwer Herman Van Boven was één van de boze boeren die dit voorjaar zijn ongenoegen uitte met zwarte vlaggen en niet mis te verstane slogans. In de Vlaamse Ardennen sloeg het verstrengde erosiebeleid in als een bom, en deed het samen met de natuurdoelstellingen, de hervorming van het landbouwbeleid en de crisis de emmer overlopen. Wat het erosiebeleid betreft, maakt de recente beleidsbijsturing veel goed. Er is opnieuw draagvlak zodat boeren de hand aan de spreekwoordelijke ploeg kunnen slaan.
Lees meer over:

Het doel van het Vlaamse erosiebeleid is hetzelfde gebleven, namelijk de vruchtbare grond op de hellende akkers houden, maar landbouwers krijgen keuze uit meer maatregelen en dus meer mogelijkheden om hun stielkennis te tonen. Met die boodschap zakte Vlaams minister Joke Schauvliege af naar het Sint-Amandhof in Maarkedal-Schorisse. Landbouwer Herman Van Boven was één van de boze boeren die dit voorjaar zijn ongenoegen uitte met zwarte vlaggen en niet mis te verstane slogans. In de Vlaamse Ardennen sloeg het verstrengde erosiebeleid in als een bom, en deed het samen met de natuurdoelstellingen, de hervorming van het landbouwbeleid en de crisis de emmer overlopen. Wat het erosiebeleid betreft, maakt de recente beleidsbijsturing veel goed. Er is opnieuw draagvlak zodat boeren de hand aan de spreekwoordelijke ploeg kunnen slaan.

In heuvelachtige streken verliezen landbouwers die traditionele teelttechnieken toepassen jaar na jaar een stukje van de bovenste vruchtbare bodemlaag door erosie. Na een stortbui sakkeren niet alleen de boeren omwille van de afgespoelde aarde maar ook de dorpsbewoners die geconfronteerd worden met modder op de weg. De Vlaamse overheid voert al 15 jaar een erosiebeleid dat het probleem bij de wortel aanpakt met (verplichte) brongerichte maatregelen, aangevuld met (vrijwillige) maatregelen die de gevolgen van modder- en waterafspoeling milderen. Omdat overlast zich bleef voordoen, was het accent in 2014 verschoven naar meer verplichtingen voor de landbouwers. De vrijwillige effectgerichte maatregelen werden in het nieuwe erosiebeleid naar de achtergrond verschoven. Door de recent goedgekeurde bijsturing worden erosiedammen, -poelen en grasbufferstroken opnieuw naar waarde geschat.

Bij de uitvoerbaarheid van het verplichte luik in de wetgeving werden echter vraagtekens gezet. Landbouwers voerden aan dat ze hun akkers bewerken in de mate het weer dat toelaat. Ze laten zich niet graag op een datum vastpinnen. “Het is uitzonderlijk, misschien één of twee keer om de tien jaar dat de maïs in september al rijp is en het najaar zich nog leent voor het inzaaien van een groenbedekker op zware leemgrond”, getuigt Herman Van Boven van het Sint-Amandhof. Zijn bedrijfsareaal bestaat uit 35 hectare grasland, 2 hectare tarwe sinds Europa drie teelten eist in het kader van de vergroening en ongeveer 33 hectare maïs, veelal op (zeer) hoog erosiegevoelige percelen. Van de in totaal 40 percelen zijn er 35 door de Vlaamse overheid paars of rood ingekleurd vanwege hun hellingsgraad en grote erosiegevoeligheid. Met de maïs en het gras voedt Van Boven 130 melkkoeien en bijbehorend jongvee, in totaal 270 dieren.

Met het nu bijgestuurde erosiebeleid is Herman Van Boven verplicht om na een vroege maïsoogst een groenbedekker (of nateelt) te zaaien. Maar wanneer het weer hem noopt tot een maïsoogst na half oktober hoeft dat niet per se. Dan kan Van Boven naar het voorbeeld van de generatie landbouwers voor hem de zware gronden grof klaar leggen voor de winter. Het zogenaamde ‘ploegen op wintervoor’ is voortaan toegelaten – tot grote blijdschap van boeren op zware en lastig te bewerken leemgronden – maar minstens zo’n goede ervaring heeft Van Boven met een cultivatorbewerking van maïsstoppelland. “Best zonder verkruimelrol, dan blijft de grond grof achter en kan het water de bodem insijpelen. Op zware grond volstaat dat om afspoeling te voorkomen. Uit eigen ervaring weet ik dat mijn percelen met een lichtere grondsoort wél een groenbedekker nodig hebben als bescherming tegen winterse neerslag. Anders zie je in het voorjaar de geulen in je perceel, zeker na een fijne grondbewerking in het najaar met de rotorkopeg.”

Het is dat soort praktijkervaring en stielkennis waarop minister van Landbouw Joke Schauvliege een beroep wil doen om de erosieproblematiek beter te beheersen. “Door de landbouwer zijn eigen expertise te integreren in de erosiebestrijding vergroot de haalbaarheid in de praktijk en wordt erosie in de toekomst efficiënter aangepakt”, aldus Schauvliege. Uit de reacties van de familie Van Boven kan je afleiden dat landbouwers dankzij het bijgestuurde beleid weer geloven dat zij het probleem zelf meester kunnen worden. Alleen mag de goegemeente niet denken dat er nooit nog modder op de weg zal belanden. “Een onweer kort na het zaaien of planten, is overmacht”, verwijst Van Boven naar het effect van hevige regenval op onbedekte grond.

Dat je erosie nooit volledig uit de wereld kan bannen, begrijpt minister Schauvliege, maar tegelijk is ze sterk overtuigd van de win-winsituatie door erosiebestrijding. “Afspoeling van vruchtbare aarde weegt immers op het rendement voor de boer. Iedereen wint dus bij erosiebestrijding.” Op de vraag waarom het Vlaamse erosiebeleid niet van de eerste keer vertrouwde op de stielkennis en goede wil van landbouwers gaf de minister slechts indirect antwoord: “We legden ons oor te luisteren en hebben de bevoegde ambtenaren verplicht om hun laarzen aan te trekken en op het terrein te kijken hoe bepaalde maatregelen in de praktijk werken.” In de aanloop naar de beleidsevaluatie heeft het Algemeen Boerensyndicaat het belang van ploegen op ‘wintervoor’ benadrukt om zware gronden bewerkbaar te maken in het voorjaar, richtte Boerenbond een heuse werkgroep Erosie op (waar Herman Van Boven deel van uitmaakte, nvdr.) en kwamen er vanuit de verwerkende industrie signalen dat het erosiebeleid rekening moet houden met specifieke teelteisen.

Vanwege de praktische bezwaren die luidkeels verkondigd werden, besloot de minister vroeger dan voorzien tot een grondige evaluatie van het nieuwe erosiebeleid in 2015. Er werd een expertengroep samengesteld met vertegenwoordigers van de landbouw- en milieuadministratie, onderzoeksinstellingen en lokale erosiecoördinatoren. Tevens onderzocht de studiedienst van het Departement Landbouw en Visserij de wijze waarop erosiebestrijding wordt ingevuld in de ons omringende landen en regio’s. Uit de bevindingen van de experten en uit de vergelijking met de buurregio’s bleek dat een aanpassing van het Vlaamse erosiebeleid wenselijk was. Op voorstel van minister Schauvliege keurde de Vlaamse regering op 11 december een significante bijsturing van de erosieverplichtingen goed. De bestaande ‘top-down’-benadering werd vervangen door een maatregelenpakket dat flexibeler ingezet kan worden. Aan de concrete inhoud van dat maatregelenpakket wijden we bij de start van 2016 een VILT-artikel. Het effect van het bijgestuurde erosiebeleid zal worden gemeten. Joke Schauvliege rekent er op dat uit de evaluatieresultaten zal blijken dat de landbouwers de komende jaren vooruitgang boeken in hun strijd tegen erosie.

Ondanks de bijsturing zijn er nog een aantal teelttechnische uitdagingen die landbouwers niet alleen het hoofd kunnen bieden. Daarom is er in de voorlichting aan landbouwers momenteel veel aandacht voor erosiebestrijding. Recent lanceerde een onderzoeksconsortium nog een oproep naar landbouwers om mee te werken aan erosieproeven in groenten en maïs. Op het Sint-Amandhof denkt Herman Van Boven uit de voeten te kunnen met het maatregelenpakket, al zijn er altijd zaken die beter kunnen. Zo vindt de ervaren landbouwer het moeilijk te begrijpen dat het grassenmengsel dat hij in het najaar zaait om erosie te bestrijden en aan de vergroening van het landbouwbeleid te voldoen het daarop volgende voorjaar weer ondergewerkt moet worden. “Voor Europa moet de groenbedekker in ecologisch aandachtsgebied een tussen- en geen hoofdteelt zijn”, verduidelijkt Lieven Van Waes, kabinetsmedewerker van minister Schauvliege. Aangezien nog meer landbouwers dit contraproductief vinden, zal de minister hun opmerkingen overmaken tijdens de evaluatie van de vergroening die EU-commissaris Phil Hogan aankondigde voor 2016.

“Haalbaar, maar wel complex”, luidt het verdict voor het bijgestuurde Vlaamse erosiebeleid. Met botweg een handvol maatregelen opleggen, zou de eenvoud gediend zijn maar dat was nu net de weg die minister Schauvliege niét wou bewandelen. “Haalbaarheid is vaak niet de beste vriend van eenvoud”, vult Van Waes zijn minister aan. Joke Schauvliege verlaat het Sint-Amandhof met het tevreden gevoel dat de dialoog aangaan met de sector gewerkt heeft. Ze kon daarvoor rekenen op een werkgroep van experten die de nieuwe verplichtingen getoetst heeft met de opmerkingen uit het werkveld. De grote verscheidenheid aan grondsoorten, landbouwpraktijken en teeltspecifieke eisen is een uitdaging gebleken voor het beleid. Het huidige maatregelenpakket zou elke boer voldoende instrumenten moeten geven om erosie aan te pakken zonder in te boeten op de gewasopbrengsten. Soms zal dat aanpassingen aan de bedrijfsvoering vergen, zoals niet altijd en overal ploegen, maar anno 2015 lijkt “en de boer, hij ploegde voort” een voorbijgestreefde uitdrukking. Rond niet-kerende grondbewerking wordt al jaren voorlichting gegeven en in de praktijk pikken meer en meer landbouwers deze techniek op. Zo ook Herman Van Boven die zelf aangeeft dat de opbrengsten zeker niet achterblijven ten opzichte van geploegde percelen.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek