Netwerken helpt bij het waarmaken van creatieve ideeën
nieuwsVeel goede ideeën stranden ergens onderweg. De brochure ‘Slim innoveren in de landbouw’ tracht de creativiteit van boeren en tuinders levendig te houden. Samenwerking maakt vaak het verschil om een innovatief idee tot ontwikkeling te brengen. Netwerken kunnen helpen om de haalbaarheid van een idee in te schatten, om de doelgroep te verkennen, om samen met kennisinstellingen en andere marktpartijen na te denken over de realisatie, enz. De brochure bundelt de belangrijkste aandachtspunten voor optimaal gebruik van netwerken in elke fase van het innovatieproces. Tot wat dat kan leiden? Bijvoorbeeld tot het telen van hennep in Vlaanderen zoals de Universiteit Gent uit de doeken doet, of tot het opzetten van producentenorganisaties in de zuivelsector.
Door de drukte op het eigen bedrijf komen veel landbouwers er niet aan toe om te ‘netwerken’, lees: studiedagen bijwonen en recepties afschuimen om contacten te leggen die later nog nuttig kunnen blijken. Dat kost inderdaad tijd maar je krijgt er potentieel veel voor terug. Aan de hand van enkele inspirerende voorbeelden proberen de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent en onderzoeksinstituut ILVO landbouwers te bewegen tot netwerken.
Een brochure van 16 bladzijden helpt landbouwers met een vernieuwend idee om daarmee aan de slag te gaan door medestanders te zoeken. Deze brochure stoelt op de bevindingen van twee onderzoeksprojecten gesteund door de Vlaamse overheid (IWT), met als titel ‘Netwerken als katalysator voor innovatie in de land- en tuinbouwsector’ en ‘Slim innoveren in de landbouw: Hoe netwerken?’.
Na de eerste fase waarbij een idee in kaart wordt gebracht, vat de inspiratiefase aan. “Zoek mensen die zich aangesproken voelen door je idee, of die geconfronteerd worden met een gelijkaardig probleem”, adviseert de brochure. Vaak is er in deze fase angst voor concurrentie en zijn mensen bang om te dromen. Echter, dit is niet steeds terecht. Door ervaringen te delen, ontstaan nieuwe perspectieven en inzichten, die het enthousiasme verder aanwakkeren. Om nieuwe mensen te leren kennen, loont het bijwonen van studiedagen, infosessies, praatcafés en beurzen de moeite.
In de planvormingsfase worden afspraken gemaakt – wie doet wat – en wordt verder gezocht naar alle nodige partners om het idee te doen slagen, inclusief investeerders indien externe financiële middelen nodig zijn. Zit de bedenker met een technisch of wetenschappelijk probleem waar hij of zij geen raad mee weet? In Vlaanderen kan je dan altijd terecht bij praktijkcentra, gespecialiseerde onderzoeksinstellingen, hogescholen en universiteiten. Een eenvoudige manier om met deze instellingen in contact te komen, is het Vlaams Innovatienetwerk dat een 250-tal organisaties en afdelingen verenigd die ondersteuning willen bieden aan elk Vlaams bedrijf dat wil innoveren.
Soms kan het nuttig zijn om als bedenker van een idee de begeleiding van de groep uit handen te geven. Zo is het in 2013 aangepakt toen de eerste producentenorganisatie in de zuivelsector werd opgericht. Door zich te verenigen in een producentenorganisatie, kunnen landbouwers gezamenlijk het gesprek aangaan met hun afnemers. Het leek de geïnteresseerde melkveehouders opportuun om een begeleider aan te stellen die vertrouwen geniet en handelt in het belang van alle melkveehouders. Deze begeleider werd gevonden bij de landbouworganisaties, die de ambitie hadden om initiatieven van de melkveehouders te ondersteunen.
In de ontwikkelingsfase worden plannen scherp gesteld. Het innovatief idee wordt verder uitgewerkt tot een techniek, product of werkwijze. Onvoorziene omstandigheden zijn niet vreemd aan deze fase, omdat bijvoorbeeld expertise wordt afgeschermd uit concurrentieoverwegingen, de juiste expertise niet voorhanden is of dat niet iedereen zijn afspraken nakomt. Sommigen houden zich ook liever afzijdig, om geen risico te nemen. Bijkomend wordt binnen deze fase de taakverdeling binnen de groep verder scherp gesteld. Het kan gebeuren dat plannen moeten worden bijgesteld, waardoor je terug in de planvormingsfase komt.
De vijfde fase heet niet voor niets ‘realisatiefase’. Deze fase gaat van start als het netwerk weet wat het wil en hoe het zou moeten in de praktijk gebracht worden. De hennepteelt in eigen regio die door de Universiteit Gent opgevoerd wordt als stichtend voorbeeld bevindt zich momenteel op de grens tussen de ontwikkelingsfase en de realisatiefase. Er dienen nog wat stappen verder uitgeklaard te worden en extra technische kennis en informatie ter beschikking te komen om op grotere schaal verder te gaan.
Als de nieuwe werkwijze, het product, de techniek,… bekendraakt in de omgeving en navolging krijgt, is de verspreidingsfase begonnen. De voorgaande fases hoeven daarvoor nog niet te zijn afgerond. Als de leden zelf baat hebben bij de verspreiding, zal deze fase vlotter verlopen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iets goedkoper of efficiënter kan worden georganiseerd als er meer aanhangers zijn, dat het imago van de sector er beter van wordt, of dat er meer van het nieuwe product wordt verkocht. Wanneer evenwel het concurrentievoordeel verloren gaat, zal de verspreiding logischerwijs minder vlot verlopen.
Indien er afspraken gemaakt worden over structurele veranderingen in onderlinge relaties, spreekt men van de inbeddingsfase. Het gaat bijvoorbeeld over de relatie tussen ondernemers, onderzoekers, docenten, voorlichters, beleid, financiers die veranderen. De structuren worden aangepast om beter te kunnen inspelen op de vernieuwing.