Milieuneutrale voedingsindustrie lijkt te hoog gegrepen
nieuwsHet Departement Leefmilieu voerde samen met sectorfederatie FEVIA een haalbaarheidsstudie uit om na te gaan of de Vlaamse voedingsindustrie tegen 2030 milieuneutraal kan worden, zowel wat CO₂, water als afval betreft. Het is voor het eerst dat een dergelijke studie werd uitgevoerd in Vlaanderen. Inzake het minimaliseren van de broeikasgassen en het waterverbruik lijkt de doelstelling te ambitieus of de deadline te krap. Voor het ‘afval’ van de industrie zijn er vandaag reeds hoogwaardige of op zijn minst nuttige bestemmingen. De sector wil zelf prioriteit geven aan materiaalefficiëntie en het sluiten van kringlopen.
FEVIA Vlaanderen heeft in 2008 reeds een charter ondertekend waarin ze doelstellingen vooropstelt om de milieu-impact van de voedingsproducten te reduceren. Eén van de initiatieven in dit kader is een haalbaarheidsstudie om na te gaan of de Vlaamse voedingsindustrie tegen 2030 milieuneutraal kan worden, zowel wat CO₂, water als afval betreft. De studie werd uitgevoerd door VITO, IDEA Consult en KU Leuven in opdracht van de milieuadministratie.
De huidige uitstoot van broeikasgassen in de Vlaamse voedingsindustrie is vandaag nog goed voor 2.361 kton CO₂-equivalenten. De hoeveelheid verbruikt proceswater bedraagt nog 38,8 miljoen m3 per jaar. Wat afval betreft, is het vooral de opdracht om hoogwaardige bestemmingen voor afval te behouden aangezien de sector vandaag al maatregelen voorziet zodat er geen stromen zijn zonder nuttige bestemmingen.
Uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat het voor de Vlaamse voedingsindustrie vechten tegen de bierkaai is om haar doelstelling tegen 2030 te bereiken. Zo kan de uitstoot van broeikasgassen in het beste geval gereduceerd worden met 47 procent. Ook voor proceswater is volgens de studie slechts een vermindering van 27 procent haalbaar. “Veel hangt uiteraard af van het jaarlijkse ter beschikking gestelde investeringsbudget en de beleidskeuzes die gemaakt zullen worden”, verduidelijkt FEVIA in een persbericht. De studie geeft bijvoorbeeld aan dat bepaalde maatregelen gericht op het reduceren van CO₂, water of afval een negatief effect hebben op de neutraliteitscriteria voor één van de andere componenten.
“De grote meerwaarde van deze studie is dat het zich niet focust op één enkel milieuaspect, maar geprobeerd heeft om drie belangrijke elementen van de milieu-impact te bekijken. De studie heeft ook duidelijk aangetoond dat er beleidskeuzes gemaakt moeten worden. Voor FEVIA Vlaanderen is de keuze duidelijk. Wij gaan voor materiaalefficiëntie en het sluiten van kringlopen binnen de voedingscyclus. Onze grondstoffen zijn beperkt en wij willen prioriteit geven aan voeding en veevoeder”, aldus Jan Vander Stichele, voorzitter van FEVIA Vlaanderen.
Samenwerking is het sleutelwoord om van de Vlaamse voedingsnijverheid op middellange termijn een CO₂-, water- en afvalneutrale sector te maken. “Naar een milieuneutrale voedingsindustrie streven, kunnen wij niet alleen doen. De actoren van de keten, de energiesector, het transport, de onderzoekcentra, onze innovatiepool Flanders’ Food en de overheid, alleen samen kunnen wij dit realiseren”, concludeert Vander Stichele.
Meer info: hoofdrapport
Bekijk ook de video die een attractieve samenvatting biedt.
Bron: eigen verslaggeving