Ontgrassing gaat vier keer zo snel als ontbossing
nieuwsOntbossing staat al jaren op de agenda van natuurbeschermers én de politiek. Met resultaat, want vanaf eind dit jaar moeten grote en middelgrote bedrijven in Europa voldoen aan de EUDR of de 'ontbossingswet'. Naast ontbossing is ook graslandverlies geen sinecure.
Voor het eerst is in kaart gebracht waar, met welk doel en in welk tempo ecosystemen zoals graslanden en wetlands wereldwijd omgezet worden in landbouwgrond. Verlies van graslanden is een minder zichtbare, maar minstens zo dringende kwestie. Dat ontdekte een internationaal team van onderzoekers. De wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer en biofuels doet grasland verdwijnen. Dat gaat vier keer zo snel als ontbossing.
Het gaat razendsnel, dat blijkt uit een recent onderzoek, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Een internationaal team van onderzoekers bracht de conversie in kaart van niet-bosrijke ecosystemen in landbouwgrond, aan de hand van satelliet- en statistische landbouwdata en -modellen. Ze keken wereldwijd naar de landbouwdruk op graslanden en wetlands (moerassen, veengebieden, wetlands langs rivieren, red.). Meer specifiek brachten ze in kaart welke markten verantwoordelijk zijn voor het omploegen van grasgronden om er veevoer, granen en oliehoudende zaden op te gaan telen.
Het belang van grasland
Grasland speelt een essentiële rol in het opslaan van koolstof. Graslanden herbergen ongeveer 20 tot 35 procent van de wereldwijde koolstofopslag, en bovendien ongeveer 33 procent van de wereldwijde biodiversiteits-hotspots. Naast het vastleggen van koolstof biedt grasland nog andere ecosysteemdiensten. Denk aan waterbeheer, bescherming tegen bodemerosie en het bieden van een habitat voor verschillende soorten flora en fauna. Het verlies van grasland heeft dus vergelijkbare gevolgen voor het milieu als ontbossing, met het risico op een verhoogde uitstoot van broeikasgassen en verlies van biodiversiteit.
Graslandverlies
Tussen 2005 en 2020 is circa 95 miljoen hectare aan natuurlijke niet‑bosgebieden, graslanden, savannes en wetlands omgezet naar akkerland en intensieve weidegrond. Hoewel er in diezelfde periode naar schatting 375 miljoen hectare aan ontbossing plaatsvond (25 miljoen hectare per jaar) verloor gras drie tot vier keer sneller terrein dan bos.
Vooral de vraag naar vlees, granen, noten en oliehoudende zaden drijft de omzetting van grasland in landbouwgrond, constateren de onderzoekers. Bijna de helft van de omgezette graslanden werd gebruikt voor de uitbreiding van veeteelt door omzetting naar weidegrond voor vee. Ongeveer 27 procent ging naar akkerland voor voedselgewassen, rond de 17 procent naar akkerland voor veevoer (zoals mais en soja) en ongeveer zes procent vooral voor gewassen voor bio‑energie.
De markt vraagt
Brazilië vertegenwoordigt ongeveer 13 procent van de wereldwijde conversie van grasland en wetlands. Gevolgd door landen als Rusland, India, China en de Verenigde Staten, die elk goed zijn voor zes procent. Grasland verdwijnt vooral in gematigde klimaten, zoals Noord-Amerika, Rusland en Australië, terwijl ontbossing veelal in tropische gebieden plaatsvindt.
Ontbossing wordt vooral gedreven door de vraag naar landbouwproducten zoals palmolie, cacao, koffie en soja. Bij ontgrassing gaat het om de vraag naar veevoer (zoals soja en mais), gewassen voor bio-energie en voedselproductie. Bij grasland is het verlies nauw verweven met de vleesproductie en het intensiveren van de landbouw. Het verlies van grasland gebeurt vaak in landen die ook een grote rol spelen in de wereldhandel van deze landbouwproducten, zoals Brazilië, Argentinië, China en de VS.
Ongeveer 32 procent van de veevoedergewassen die op geconverteerde graslandgebieden groeien, is voor de export bestemd. In landen als Brazilië en Argentinië ligt het exportaandeel in sommige sectoren zelfs tussen 70 en 80 procent. Dat laat zien hoe sterk de internationale marktvraag bijdraagt aan de ontgrassing.
Graslanden zijn van net zo groot belang voor klimaat en biodiversiteit als bossen, maar worden vaak over het hoofd gezien in beschermingsmaatregelen. Dat komt doordat graslanden niet zo spectaculair zijn als bossen en daarom wetenschappelijk en beleidsmatig minder in de schijnwerpers staan.
In samenwerking met: foodlog.nl