Mexicaanse boeren worden beter van Belgische expertise
nieuwsIn 2014 won een landgenoot, Bram Govaerts, de Borlaug Field Award omdat zijn werk voor een gerenommeerd onderzoeksinstituut als CIMMYT van onschatbare waarde is voor boeren in Mexico en ver daarbuiten. Internationaal geniet deze aanmoedigingsprijs voor jonge landbouwonderzoekers veel uitstraling omdat hij samen met de World Food Prize uitgereikt wordt. Zelfs het Witte Huis kwam ter ore dat een Belg met ‘Take it to the farmer’ een interessant concept ontwikkelde dat de resultaten van landbouwonderzoek breed helpt uitdragen.
Zijn werk in een ‘tegenstrijdig’ land als Mexico – “ de grootschalige landbouw in het noorden kampt met verwoestijning terwijl kleine boeren in het zuiden van het land vechten om te overleven in het regenwoud” – maakt van Bram Govaerts een pragmaticus: “We staan voor vele uitdagingen, bijvoorbeeld de klimaatverandering, veranderende voedselpatronen en teelten zoals tarwe die door de oprukkende verstedelijking verdreven worden naar marginale gronden. Dit moet niet noodzakelijk tot doemdenken aanzetten, zolang we maar niet denken dat de voedseluitdaging zichzelf oplost.”
“Als we in 2050 negen miljard mensen op een duurzame manier willen voeden, dan moet er vandaag geïnvesteerd worden in landbouwonderzoek.” Aan het woord is Bram Govaerts, een dertiger afkomstig uit Leuven die naam maakt door zijn werk voor het CIMMYT, het internationaal onderzoekscentrum voor maïs en tarwe. In 2014 kreeg hij daarvoor de Borlaug Field Award, zowat het kleine broertje van de World Food Prize die in landbouwmiddens gezien wordt als de nobelprijs voor landbouwonderzoek.
Ruimte om het landbouwareaal uit te breiden, lijkt niet meteen voorhanden. Wereldwijd houden uitbreiding en verlies aan ruimte voor landbouw elkaar ongeveer in evenwicht. “Niet alleen breidt het areaal niet uit, er is ook een verschuiving naar marginale gronden door de oprukkende verstedelijking. Goede grond verdwijnt onder een laag beton terwijl we tarwe gaan telen op armere en drogere percelen. “Heel ongerust maak ik me daar niet over, zolang we maar niet denken dat de voedseluitdaging zichzelf oplost”, aldus Bram Govaerts.
De landbouwproductie moet toenemen, en Govaerts gelooft dat dat ook zal gebeuren, de vraag is alleen hoe. “Een onderzoek waaraan ik meewerkte, wees uit dat Latijns-Amerika een voedselproducerende regio kan worden voor de rest van de wereld. Maar Latijns-Amerika is ook een hot spot van biodiversiteit, de uitbreiding in landbouwproductie zal dus op een duurzame manier moeten gebeuren en niet door meer woud te kappen.”
Door zijn werk in Mexico hoedt Govaerts zich voor dogma’s in het debat over (duurzame) landbouw. “We kunnen ons eigen denkkader niet zomaar overal toepassen en we mogen vooral niet in extremen vervallen. Alles hangt af van de lokale omstandigheden. In België is biolandbouw door het voorhanden zijn van dierlijke mest absoluut een weg om in te slaan. Maar wie denkt dat Afrika volledig moet overschakelen op bio begaat een grote vergissing want er is onvoldoende biomassa voorhanden om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden.”
Dezelfde pragmatische visie etaleert hij ook als het over precisielandbouw gaat. “In de machines die een kleine boer in Mexico hanteert, zit minder techniek dan in een automaat van Coca-Cola. Dat is niet logisch want nu veronderstel je van een boer die lezen noch schrijven kan dat hij de regel van drie toepast om de juiste hoeveelheid zaaizaad en andere inputs te berekenen. Elektronica op een zaaimachine beantwoordt met andere woorden aan de noden van een kleine boer en hoeft helemaal niet duur te zijn.
Het onderzoeksteam van Govaerts experimenteert bijvoorbeeld met een prototype van een ‘multicropmachine’ achter een tweewielige tractor. Daarmee kan een boer heel precies maïs en granen zaaien en meststoffen toedienen. Later in het seizoen kan hij er in verschillende gewassen werkzaamheden mee uitvoeren dankzij de modulaire opbouw, of de irrigatiepomp mee aandrijven. De alles-in-één-machine kan voorzien worden van elektronica. Dat zal zeker niet altijd gebeuren zodat lokale smeden een eenvoudige machine nog kunnen aanpassen aan de wensen van de boer. “Of van de loonwerker die met zo’n machine in opdracht van meerdere kleine boeren kan werken”, voegt Govaerts er nog aan toe.
Meer weten? Lees dan het uitgebreide artikel in onze wekelijkse duiding geVILT ‘Geen andere plek is zo geschikt voor landbouwonderzoek als Mexico’.
Beeld: CIMMYT