nieuws

Met beschermde benaming streekproduct wordt niet gesold

nieuws
De FOD Economie is door de Vlaamse overheid belast met de controles op lastenboeken van streekproducten die vanwege hun authenticiteit een door Europa beschermde benaming mogen dragen. Iedereen kent wel de Geraardsbergse mattentaarten, de Poperingse hopscheuten en het Brussels grondwitloof. Uit het jaarverslag van de Economische Inspectie leiden we af dat de controles heel grondig gebeuren. Zo kregen alle hopboeren en de meeste witloofboeren inspecteurs over de vloer. Anomalieën brachten die controles bij de erkende producenten niet aan het licht. Het getuigt van respect voor hun werk dat de Economische Inspectie de ogen ook openhoudt voor oneigenlijk gebruik van de beschermde benaming.
9 september 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:32
Lees meer over:

De FOD Economie is door de Vlaamse overheid belast met de controles op lastenboeken van streekproducten die vanwege hun authenticiteit een door Europa beschermde benaming mogen dragen. Iedereen kent wel de Geraardsbergse mattentaarten, de Poperingse hopscheuten en het Brussels grondwitloof. Uit het jaarverslag van de Economische Inspectie leiden we af dat de controles heel grondig gebeuren. Zo kregen alle hopboeren en de meeste witloofboeren inspecteurs over de vloer. Anomalieën brachten die controles bij de erkende producenten niet aan het licht. Het getuigt van respect voor hun werk dat de Economische Inspectie de ogen ook openhoudt voor oneigenlijk gebruik van de beschermde benaming.

Brussels grondwitloof, Poperingse hopscheuten, de Gentse azalea, de Geraardsbergse mattentaart, het Liers Vlaaike en de Vlaams-Brabantse tafeldruif hebben met elkaar gemeen dat ze als streekproduct van een Europees beschermde ‘merknaam’ genieten. Opdat de consument daarop zou mogen vertrouwen en de producent niet lichtzinnig met het lastenboek zou omspringen, voert de Economische Inspectie ieder jaar tientallen controles uit. Voor het Brussels grondwitloof spreekt het jaarverslag van ‘structurele’ controles omdat het grootste gedeelte van de telers werd bezocht. De inspecteurs kwamen een eerste keer langs bij de inzaai van de velden om later op het jaar, bij het inkuilen van de wortels, nogmaals een bezoek te brengen. Na de periode van inkuilen volgt de oogst van de witloofkroppen, wat voor de Economische Inspectie het sein was om de traceerbaarheid van grondwitloof onder de loep te nemen.

In 2014 werd bij de controles op Brussels grondwitloof extra aandacht besteed aan de zaadteelt. Erkende producenten mogen namelijk geen moderne hybridezaden gebruiken. Zij moeten zelf hun zaaigoed selecteren en vermeerderen. Die kunde is op de meeste landbouwbedrijven verloren gegaan maar grondwitlooftelers geven het van generatie op generatie door. Al is het hen ook toegestaan om zaad aan te kopen bij een grondwitloofteler die er meer bedreven in is. Maar meer doorgedreven, sommigen zullen zeggen "kunstmatige" selectiemethoden zijn niet toegelaten. Hoewel de lastenboeken van streekproducten dus best streng kunnen zijn, brachten 42 controles bij grondwitlooftelers geen problemen aan het licht.

Ook bij groothandels, veilingen, supermarkten en lokale markten werd gecontroleerd op de normen in het lastenboek en het correct gebruik van het EU-label ‘BGA’, wat staat voor ‘beschermde geografische aanduiding’. Het jaarverslag leert ons meer over de uitslag van die controles: “Fraude situeert zich vooral op de lokale markten. Daar werden dit jaar twee pv’s uitgeschreven. Bij de groothandel werd meestal een correcte etikettering en traceerbaarheid waargenomen.” De federale overheidsdienst wijt het verminderd voorkomen van fraude aan het ‘charter voor het grondwitloof’ dat door verschillende partners werd ondertekend. Dit vergemakkelijkte ook de controles.

De Gentse azalea kreeg in 2010 Europese erkenning als streekproduct. Bij een 42-tal telers van groene en bloeiende azalea’s werd een controle verricht om te zien of de zij zich aan de normen van de erkenning houden. De Economische Inspectie troostte zich ook de moeite om de bedoeling van het Europese logo verder te verduidelijken aan de sector. Voor de telers betekent het gebruik van het logo een meerkost voor hun product, wat niet altijd evident is bij grootschalige export van azalea's. Andere telers prijzen het logo vanwege zijn herkenbaarheid, betere prijs en kwaliteitsgarantie. In 2014 zijn acht siertelers gestopt met het telen van dit streekproduct.

De controles op Geraardsbergse mattentaarten volgden meestal na een klacht. Zowel bedrijven, handelaars als exposanten op beurzen werden bezocht. De Economische Inspectie houdt ook de lokale markten in de gaten. Slechts tweemaal moest er pv opgesteld worden voor het ten onrechte gebruiken van de erkende benaming. Bij de bakkers uit Lier en omgeving werden meer onregelmatigheden vastgesteld want zes van de 19 keer prijkte de benaming ‘Liers vlaaike’ bij een gebak dat niet aan alle voorwaarden van het lastenboek voldoet.

De controles bij alle negen producenten van Poperingse hopscheuten verliepen probleemloos. Idem dito voor de Vlaams-Brabantse tafeldruif, die overal terecht als streekproduct werd aangeprezen. De inspecteurs checkten dat in supermarkten, groot- en kleinhandels, lokale markten, veilingen en bij meer dan een dozijn telers. Zij gingen zowel langs bij erkende als bij andere telers van tafeldruiven.

Op verzoek van de EU worden in ons land niet alleen de eigen streekproducten gecontroleerd maar ook de ingevoerde Feta, Mozarella, Ardeense boter, Ardeense ham, Parmaham, enz. Aanvullend werden de voornaamste Franse, Spaanse en Italiaanse kazen en Italiaanse en Spaanse vleeswaren gecontroleerd. In totaal zijn er in Europa een 5.000 tal streekproducten met beschermde benaming in omloop. Vanwege een niet-correct gebruik van het Europese logo werden negen pv’s opgemaakt of moest men onmiddellijk de etikettering of de affichering aanpassen.

Tot slot houdt de Economische Inspectie ook een oogje in het zeil of producenten niet lichtzinnig de indruk wekken dat ze ambachtelijk produceren. Meer en meer producenten plaatsen op de verpakking vermeldingen of afbeeldingen die impliciet of expliciet de indruk moeten wekken dat hun product zich onderscheidt van de op louter industriële wijze geproduceerde voedingswaren. Voorbeelden uit de praktijk zijn: “op grootmoeders wijze”, “pure ambacht”, “ambachtelijke bereiding”, “traditioneel recept”, “puur natuur” of “huisgemaakt”. Aan de hand van recepturen, herkomst van grondstoffen, productiefiches en bezoeken ter plaatse, is dat vorig jaar vijf keer geverifieerd geweest. In twee gevallen werd een proces-verbaal van waarschuwing opgesteld.

Meer info: Jaarverslag Economische Inspectie

Beeld: www.streekproduct.be

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek