Meer vrijhandel is positief voor landbouw verzekert EU
nieuwsOp een moment dat het idee van meer vrijhandel weinig handen op elkaar krijgt, komt de Europese Commissie met het nieuws dat handelsakkoorden door de band genomen positief zijn voor landbouw. Het directoraat-generaal Landbouw heeft samen met het Joint Research Center de oefening gemaakt voor twaalf handelsakkoorden die nog in de pijplijn zitten. Voor elk akkoord afzonderlijk zal nog een effectenstudie gebeuren, maar globaal is hun impact positief voor landbouw. Voor de Europese zuivel- en varkenssector worden significante voordelen verwacht. Vleesveehouderij, en in mindere mate ook rijst- en suikerbietenteelt, blijken kwetsbaar. Volgens EU-commissaris Phil Hogan biedt de studie een antwoord op de bezorgdheid die in de lidstaten leeft omtrent het cumulatief effect van bilaterale handelsakkoorden.
Bij de Europese Commissie in Brussel geloven ze sterk dat de economie van de EU gebaat is bij meer handel. Die overtuiging willen vicevoorzitter Jyrki Katainen en landbouwcommissaris Phil Hogan graag delen met de vertegenwoordigers van de lidstaten. Ze zijn zich er bewust van dat in de lidstaten, zeker in landbouwmiddens, bezorgdheid leeft omtrent het cumulatieve effect van de opeenvolging van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten die de EU afsluit, en nog nastreeft in de toekomst. Europa blijft koersen op liberalisering van de handel zodat het directoraat-generaal Landbouw samen met het Joint Research Center de impact daarvan op landbouw simuleerde.
De studie werd voorgesteld aan de ministers van Landbouw van de lidstaten. Enerzijds werpt ze een licht op de mogelijkheden voor Europese landbouwproducten op de wereldmarkt, anderzijds toont ze ook de gevoeligheid van specifieke landbouwsectoren aan. Dankzij het gedetailleerd inzicht in de mogelijke effecten zal de Commissie tijdens het onderhandelingsproces weloverwogen keuzes kunnen maken. Het opzet bleef beperkt tot het doorrekenen van een wederzijdse liberalisering van de invoertarieven, zonder rekening te houden met niet-tarifaire maatregelen waarmee vooral het wegruimen van sanitaire en fytosanitaire handelsbelemmeringen bedoeld wordt.
“Al bij al is het beeld voor de uitvoer van hoogwaardige Europese landbouwproducten positief”, laat vicevoorzitter en EU-commissaris voor Economische Zaken Jyrki Katainen optekenen. “De studie wijst op het bestaan van gevoeligheden, maar is slechts gericht op één onderdeel van één landbouwsector en gaat niet nader in op een aantal landbouwproducten en voedingswaren waarvan de uitvoer sterk zou kunnen toenemen. Het evenwicht wordt ten volle weerspiegeld in de EU-strategie voor het handelsoverleg, waarin we onze kwetsbare sectoren trachten te beschermen door maatregelen zoals tariefcontingenten en tegelijkertijd onze wezenlijke belangen waar mogelijk maximaliseren.”
Groei voor de voedingsindustrie in de vorm van meer export heeft naar verluidt ook positieve gevolgen voor de landbouw. In Europa is de uitvoer van landbouwproducten goed voor 1,4 miljoen banen, terwijl nog eens 650.000 banen jobs in de voedingsindustrie van export afhankelijk zijn. “De gehele economie van de EU is ten zeerste gebaat bij handel, zoals blijkt uit de recente vrijhandelsovereenkomst met Zuid-Korea”, benadrukt Katainen. Commissaris Phil Hogan voegt daaraan toe dat de studie laat zien dat het effect van internationale handelsovereenkomsten op de landbouw grotendeels positief is.
Commissaris Hogan benadrukte eveneens dat “de conclusies van de studie niet mogen worden gezien als een voorspelling over het succesvol afsluiten van die twaalf handelsovereenkomsten”. De aannamen die in deze studie gebeurden, weerspiegelen niet altijd goed de onderhandelingspositie van de EU. Bovendien werd geen rekening gehouden met een eventuele reductie van niet-tarifaire maatregelen, waarvoor momenteel geen betrouwbare ramingen bestaan. “Om de balans op te maken voor de landbouw moet ook rekening worden gehouden met tariefcontingenten voor gevoelige producten, die normaal aan bod komen in handelsbesprekingen, en met de exportwinst dankzij de bescherming van geografische aanduidingen van de EU.”
Kort samengevat verwacht de EU van meer vrijhandel significante voordelen voor de zuivel- en varkenssector. De prijzen van rundvlees en rijst in Europa, en in mindere mate ook kippenvlees en suiker, zouden onder druk komen te staan. De Commissie nuanceert dit door erop te wijzen dat in de studie gesnoeid wordt in de importtarieven zonder rekening te houden met de introductie van invoercontingenten, iets wat in de praktijk wel onderhandeld wordt wanneer voor een negatieve impact op de lokale productie gevreesd wordt. Voor een aantal producten die het erg goed kunnen doen in het buitenland – denk aan groenten, fruit, wijn, olijfolie en verwerkte voeding (samen zijn ze 70 procent van de Europese landbouwexport waard, nvdr.) – konden de mogelijke baten niet in detail berekend worden. Evenmin lukte het om te becijferen hoeveel een betere bescherming van geografische aanduidingen de EU zou opleveren.
De impact is bovendien verschillend naargelang uitgegaan wordt van een ambitieus of een meer conservatief scenario in de handelsbesprekingen. Het één komt neer op een volledige liberalisering van de handel in 98,5 procent van alle beschouwde landbouwproducten en een gedeeltelijke tariefverlaging met 50 procent voor de andere producten. Het meer conservatieve scenario voorziet een volledige liberalisering van 97 procent van de producten en een tariefverlaging met een kwart voor de andere producten. Voor zuivel zouden ambitieuze handelsbesprekingen vanwege de offensieve belangen van de EU resulteren in een melkprijsstijging van zeven procent. Voor rundvee- en schapenhouders draait het scenario met het meeste vrijhandel het minst goed uit. Uit Zuid-Amerika en Australië zal dan meer rund- en schapenvlees ingevoerd worden, wat de prijzen hier onder druk zet. In combinatie met de groeiende melkveestapel, waardoor meer vlees van reforme koeien op de markt komt, dreigt rundvlees 16 procent goedkoper te worden.
De Europese Commissie zegt dat de huidige aanpak er al in bestaat de invoer van ‘gevoelige landbouwproducten’ te beperken. Bij de inwerkingtreding van het recent bereikte akkoord met Canada (CETA) zal de EU 92,2 procent van haar landbouwtarieven afschaffen, wat na zeven jaar zal oplopen tot 93,8 procent. Voor rundvlees is in CETA een invoercontingent van 45.838 ton overeengekomen, wat overeenkomt met ongeveer 0,6 procent van de totale consumptie in de EU. Een ander voorbeeld betreft rijst. In de handelsovereenkomst met Vietnam zal de EU de invoer van rijst slechts gedeeltelijk liberaliseren. De tariefcontingenten voor rijst zullen acht procent van de totale EU-invoer vertegenwoordigen, waarvan twee derde bestemd is voor rijst die niet in de EU wordt geproduceerd of die verder zal worden verwerkt door de rijstindustrie in de EU.
Meer info: JRC report
Beeld: VTM