MAP5 focust op gebiedsgerichte en geïntegreerde aanpak
nieuwsHet vijfde Actieprogramma van de Vlaamse overheid ter uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn, of kortweg MAP5, gaat uit van een versterkte gebiedsgerichte aanpak met strengere maatregelen in focusgebieden waar de nitraatresidu’s nog steeds te hoog liggen. Nieuw daarbij is dat bedrijven als focusbedrijf kunnen aangeduid worden als de nitraatresidu’s op bedrijfspercelen te hoog blijken. Dat blijkt uit de ontwerpnota van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voor de periode 2015-2018. Ook de verbetering van de bodemkwaliteit krijgt een prominente plaats in het nieuwe MAP.
Via de ontwerpnota die de VLM maakte over het vijfde Actieprogramma komen we meer te weten over hoe MAP5 er precies zal uitzien. Na de onvoldoende van Europa is het geen verrassing dat de normen voor stikstof- en fosfaatresidu’s aangescherpt worden. Om die strengere normen ook te halen, wil de VLM meer terreincontroles uitvoeren zowel in als buiten de focusgebieden, gebieden waar de nitraatconcentraties in het oppervlaktewater worden overschreden of waar de evolutie van nitraatconcentratie in het grondwater onvoldoende vooruitgang toont.
De verscherpte doelstellingen moeten bereikt worden via een geïntegreerde aanpak op bedrijfsniveau. Dat wil onder meer zeggen dat ook bedrijven buiten focusgebieden aangeduid kunnen worden al focusbedrijf. MAP5 wil ook het gebruik van compost en stalmest positief discrimineren, omdat het meststoffen zijn die bijdragen tot de toename van de effectieve organische stof en tegelijkertijd een laag risico vormen voor de ongewenste verliezen van stikstof en fosfor.
Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu verlieten enkele maanden geleden het overleg over het Mestactieplan en laten weten niet te geloven in de het nieuwe MAP: "Dit zal niet toelaten de waterkwaliteit in het Leiebekken, het Scheldebekken en de IJzervallei te verbeteren", zegt Hendrik Moeremans van Natuurpunt. "We geloven ook niet dat Vlaanderen Europa kan overtuigen dat de doelstellingen hiermee zullen worden gehaald."
De natuurverenigingen begrijpen ook niet waarom het openbaar onderzoek al wordt geopend terwijl de onderhandeling met Europa nog loopt. "We verwachten van de EU slechts enkele kleine bemerkingen", sust Paul De Ligne van de Vlaamse Landmaatschappij. "Die kunnen samen met de resultaten van het openbaar onderzoek nog tot aanpassingen aan het plan leiden."
Bron: eigen verslaggeving/Belga