nieuws

Limburg inspireert tot vernieuwing in land- en tuinbouw

nieuws
In het Bedrijvencentrum Greenville te Houthalen-Helchteren gaf Limburgs gedeputeerde van Landbouw Inge Moors het startschot voor de zesde editie van de Innovatie-Award. Zij trekt niet minder dan 25.000 euro uit voor de vijf meest vernieuwende projecten die ten goede komen aan de land- en tuinbouw in de provincie. “Een gebrek aan financiering is één van de struikelblokken om een innovatie door te voeren op een landbouwbedrijf zodat we met deze award de financiële drempel verlagen”, zegt Moors. Tot wat dat kan leiden, leerde de getuigenis van oud-laureaat Bart Dooms. Hij richtte een eigen bedrijfje op, Haspenwood, om meerwaarde te creëren uit het hout van appelbomen die uit productie worden genomen. Zijn ‘haspencubes’ zijn een interessant alternatief voor de aloude parafinepotten waarmee fruittelers hun plantages beschermen tegen vorst.
20 januari 2017  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:38

In het Bedrijvencentrum Greenville te Houthalen-Helchteren gaf Limburgs gedeputeerde van Landbouw Inge Moors het startschot voor de zesde editie van de Innovatie-Award. Zij trekt niet minder dan 25.000 euro uit voor de vijf meest vernieuwende projecten die ten goede komen aan de land- en tuinbouw in de provincie. “Een gebrek aan financiering is één van de struikelblokken om een innovatie door te voeren op een landbouwbedrijf zodat we met deze award de financiële drempel verlagen”, zegt Moors. Tot wat dat kan leiden, leerde de getuigenis van oud-laureaat Bart Dooms. Hij richtte een eigen bedrijfje op, Haspenwood, om meerwaarde te creëren uit het hout van appelbomen die uit productie worden genomen. Zijn ‘haspencubes’ zijn een interessant alternatief voor de aloude parafinepotten waarmee fruittelers hun plantages beschermen tegen vorst.

Landbouw is steeds een innovatieve sector geweest. Landbouwbedrijven lijken vandaag nog weinig op de boerderijen uit de jaren ’50. Daarmee wil gedeputeerde Inge Moors niet gezegd hebben dat de implementatie van innovaties een vanzelfsprekend iets is. Voor een relatief klein bedrijf als een landbouwbedrijf, zonder R&D-afdeling met duur betaalde ingenieurs, is het geen cadeau dat ze op eigen vermogen moeten zien te innoveren. Van oudsher heeft de overheid een ondersteunende rol opgenomen. Zo ook de provincie Limburg, waar creatief agrarisch ondernemerschap gestimuleerd wordt met een Innovatie-award en bijbehorende geldprijs.

Inge Moors: “Omdat de inspiratie voor een vernieuwing vaak uit de dagdagelijkse praktijk gehaald wordt, willen we met deze wedstrijd agrarische ondernemers aanmoedigen om te experimenteren met processen, oplossingen en technieken die de bedrijfsrendabiliteit verbeteren. Zonder te durven experimenteren, wordt er immers niet geïnnoveerd.” Hoewel elk vernieuwend idee in aanmerking komt voor de award, genieten projecten die passen binnen het thema ‘multifunctionele landbouw’ de voorkeur. De gedeputeerde benadrukt dat hiermee een brede waaier aan activiteiten bedoeld wordt: landbouweducatie, groene zorg, hoevetoerisme, agrarische aanneming, energieproductie, enz.

De provincie Limburg wil multifunctionele landbouw aanmoedigen en organiseert om die reden eind februari een inspiratiedag. De boodschap is niet dat de landbouwactiviteit beter stopgezet wordt, maar wel dat boeren en tuinders elk voor zichzelf moeten uitmaken of het te combineren valt met andere inkomstenbronnen. Voormalig Schoonste Boerin Karen Verplancke getuigt hoe zij sinds de verkiezing verbreding introduceerde op het eigen melk- en vleesveebedrijf in Lochristi. Verplancke organiseert op woensdag en zaterdag verjaardagsfeestjes en trekt door de week met een ‘melkmobiel’ naar Gent om er verse melk aan de stedelingen te verkopen.

Diversificatie is volgens haar één van de manieren om een landbouwbedrijf te laten ‘groeien’. “Of je nu kiest voor schaalvergroting, landbouweducatie, een hoevewinkel, … elk groeipad is evenwaardig”, zo benadrukt ze. Verplancke verwacht dat de verscheidenheid aan landbouwbedrijven nog zal toenemen, met aan de ene kant grote en gespecialiseerde bedrijven en aan de andere kant verbrede bedrijven. Dat vergt een daaraan aangepast innovatiebeleid.

Eén van de laureaten van de vorige editie van de Innovatie-award, Bart Dooms, inspireerde anderen door het parcours te schetsen dat hij reeds heeft afgelegd met ‘Haspenwood’. Hij richtte dit bedrijf op in de wetenschap dat er meer mogelijk moet zijn met gerooide appelbomen dan het hout verhakselen of verbranden. Jaarlijks vervangen fruittelers zo’n 400 hectare plantages, wat overeenkomt met circa 800.000 fruitbomen en 30.000 ton hout. De eerste origineel bedachte toepassing voor het hout zijn zogenaamde ‘haspencubes’. Door het hout van appelbomen met parafine te mengen en in de vorm van een perspot te gieten, countert Dooms alle nadelen van parafinepotten. Die worden door fruittelers gebruikt om hun plantages te beschermen tegen een late opstoot van nachtvorst in het voorjaar. Dit is behalve arbeidsintensief (alle potten moeten met de hand uitgezet én opgehaald worden), ook duur als je weet dat iedere pot 10 euro kost en er 250 nodig zijn voor een hectare. Behalve dat ze goedkoper zijn, hebben haspencubes als extra troeven dat ze eenvoudig stapelbaar zijn door hun vorm. Ze verbranden volledig. De as na verbranding blijft in de boomgaard achter als meststof. Een fruitteler hoeft dus geen potten meer op te halen.

Dit klinkt geniaal door zijn eenvoud maar Bart Dooms legt uit dat er veel tijd kruipt in de zoektocht naar de juiste vorm en samenstelling van zijn vuurpotten. Het prototype onderging zowel labo- als veldtesten. Zo werd duidelijk dat er nog verbeteringen aan het concept mogelijk zijn. Dooms: “De haspencubes in de boomgaard van het Proefcentrum Fruitteelt hebben niet gebrand omdat het voordien een heel weekend regende. Een tweede grote uitdaging is een machine ontwikkelen die de productie kan versnellen.” Als oud-laureaat koestert Dooms mooie herinneringen aan de innovatiewedstrijd van de provincie Limburg. Het leverde hem behalve financiële middelen om de praktische realisatie te starten, ook veel persaandacht op. De video die TV Limburg maakte van de haspencubes gebruikt hij nu nog steeds om publiciteit te maken.

Sinds hij op het idee van de haspencubes kwam, viel Bart Dooms al driemaal in de prijzen. Kers op de taart is de prijs voor efficiëntie die hij donderdagavond wegkaapte tijdens de Henry Van de Velde awards voor designs, projecten en diensten. Het leverde Dooms geen geldprijs op, maar wel erkenning en publiciteit. Dat is mooi meegenomen nu hij zijn haspencubes in de markt wil zetten als alternatief voor een vuurkorf op het tuinterras. Je hoeft ze niet bij te vullen met hout terwijl ze wel een viertal uur warmte afgeven. Voor de distributie kijkt Dooms in eerste instantie naar het korteketennetwerk Puur Limburg, en hoopt hij ook de tuincentra warm te maken voor zijn haspencubes. Met het geld dat de verkoop aan particulieren opbrengt, kan hij het concept en het productieproces verder op punt zetten.

Om de aanwezige land- en tuinbouwers op nog meer ideeën te brengen, nodigde de dienst Landbouw van de provincie Limburg ook een Nederlandse innovatieconsulent uit. Nicolette Klijn toonde aan de hand van twee casussen aan wat je als landbouwer door innovatie kan bewerkstelligen. Ze gaf het voorbeeld van een melkveehouder die zijn bedrijf verkocht om met dat geld te investeren in het raffinageproces van gras. De stuggere grassoort rietzwenkgras is weinig geschikt als ruwvoeder, maar bevat veel cellulose waarmee je gas kan opwekken. Bovendien brengt het rietzwenkgras als teelt veel organische stof in de bodem, en dat maakt er een goede afwisseling van in intensieve akkerbouwrotaties. “Het gras wordt geperst en verwerkt tot vezel en sap. Van het sap kan je diervoeder maken, nuttig voor de schapen- en meststierenbedrijven op het eiland Texel. Uit de vezels win je biogas. Aangezien Texel geen windmolens wil, is dit gas er de enige bron van hernieuwbare energie. Het digestaat na vergisting wordt benut als meststof.

Ook het tweede spraakmakende voorbeeld uit Nederland start op een melkveebedrijf. De producenten van ‘Remeker kaas’ in de Gelderse Vallei in Midden-Nederland melken Jersey-koeien. In de bedrijfsvoering van de familie Van de Voort is er veel aandacht voor bodemkwaliteit en de gezondheid van de koeien. “De familie onthoornt de Jersey-koeien niet omdat de hoorns belangrijk zijn voor de ziekteweerstand van de dieren. De koeien spreken hun reserves in de hoorns aan wanneer ze veel melk moeten geven”, weet de innovatieconsulent die nauw bij de Remeker kaas betrokken is. Het meest vernieuwende op het bedrijf is de kaas zelf. Die heeft geen korst van plastic meer maar een natuurlijke kaaskorst gemaakt van boterolie. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Nicolette Klijn: “De nieuwe natuurkorstkaas maakt contact met de omgeving, dus moest de opslagplaats aangepast worden. De relatieve vochtigheid moest hoger, de ventilatie lager, alle bewaaromstandigheden moeten optimaal zijn om de gewenste schimmels op de korst te laten groeien. Het zijn de schimmels die een specifieke smaak geven die gewild is tot in het buitenland.”

Volgens de Nederlandse innovatieconsulent kunnen landbouwers uit bovenstaande voorbeelden veel leren. “Als je lef en ondernemerschap toont, dan gaat het economische plaatje op den duur ook kloppen. Mijn advies is onderneem met een duidelijke visie op de toekomstbestendigheid van je bedrijf. Maak keuzes die passen bij het landbouwbedrijf, én bij je competenties als ondernemer. Zoek partners bij het uitwerken van een vernieuwend idee want dat kan je niet alleen. En tot slot, maak gebruik van regionale instrumenten (subsidies) en bovenal, blijf geïnspireerd.” Met die aanbevelingen in het achterhoofd en de wetenschap dat je nog tot 21 april kan inschrijven voor de Innovatie-award van de provincie Limburg, is de boodschap duidelijk. Heb je een vernieuwend idee dat de Limburgse land- en tuinbouw vooruit kan helpen? Aarzel dan niet en neem deel aan de wedstrijd!

Beeld: Haspenwood

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek