Lidstaten vinden dat Commissie het GLB-akkoord uitholt
nieuwsVan de 28 lidstaten zijn er 23 ontevreden met de interpretatie die de Europese Commissie aan het akkoord over het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) geeft bij het uitschrijven van de technische details. Net voor de eindmeet staat er nog veel op het spel. Zo dreigen jonge boeren die opteren voor een geleidelijke bedrijfsovername de extra steun voor starters (vijf jaar 25% bovenop de inkomenssteun) te mislopen.
De lidstaten en de Europese Commissie zitten niet op dezelfde lijn bij de uitwerking van de technische details van het landbouwbeleid voor de periode 2014-2020. Samen met 22 andere lidstaten gaat Frankrijk op de rem staan omdat de voorstellen van gedelegeerde handelingen van de Commissie geen rekening houden met de input die de experts van de lidstaten gaven. Hoewel de Commissie autonoom bevoegd is voor gedelegeerde handelingen, lijkt het er volgens de lidstaten op dat zij bepaalde onderdelen van het akkoord anders interpreteert dan het politieke akkoord tussen de Raad van landbouwministers en het Europees Parlement.
Met een rits voorbeelden in een nota maken de lidstaten duidelijk welke struikelblokken er in de tekstvoorstellen van de Commissie zitten. Tijdens de onderhandelingen was bijvoorbeeld duidelijk afgesproken dat aan het ecologisch focusgebied niet de voorwaarde zou gekoppeld worden dat de perceelsranden naast een bos braak moeten blijven liggen. Toch komt de Commissie daar weer mee aandraven. Verder gooit zij het merendeel van de groenbedekkers uit het focusgebied, en vindt ze dat vlinderbloemigen zonder kunstmest en met een minimum aan gewasbescherming geteeld moeten worden.
Voor de Belgische landbouwsector lijkt de interpretatie van het begrip ‘jonge starter’ nog het meest problematisch. Hoewel de Commissie altijd heeft volgehouden dat zij jonge landbouwers een duwtje in de rug wil geven, houdt zij voorlopig weinig rekening met de realiteit van een bedrijfsovername. Jongeren starten niet ‘uit het niets’ maar nemen in de meeste gevallen het ouderlijk bedrijf over. De Commissie vindt dat iedereen binnen een rechtspersoon of groepering van natuurlijke personen jonger moet zijn dan 40 jaar opdat de starter recht zou hebben op de extra inkomenssteun voor jonge boeren.
Indien de ouders het bedrijf van het ene op het andere jaar overlaten aan zoon- of dochterlief stelt dat geen probleem. Maar beeld je het (vaker voorkomende) scenario in dat het landbouwersgezin opteert voor een geleidelijke bedrijfsovername, bijvoorbeeld door stapsgewijs aandelen in de vennootschap over te dragen aan de opvolger. Dan botst dat met de voorwaarde dat iedere vennoot jonger moet zijn dan 40. De politieke beloftes om jonge landbouwers te ondersteunen, dreigen zo een maat voor niets te worden. Van de 1.300 Vlaamse boeren die in 2015 aan de definitie van ‘jonge starter’ zouden voldoen, zou een substantieel deel uit de boot vallen. In dat geval zou Vlaanderen zelfs de voor hen voorziene enveloppe van twee procent niet volledig kunnen uitbetalen. De drie landbouwministers in ons land overleggen hoe zij - eventueel samen met de Fransen - kunnen reageren.
In de huidige tekstvoorstellen zitten nog meer addertjes onder het gras voor jonge landbouwers omdat enkel eerste vestigingen in aanmerking komen, en de premie maar bedoeld is voor de vijf jaar na het moment van opstart van het bedrijf. De Europese Commissie legt haar tekstvoorstellen meermaals voor aan de experts van de lidstaten zodat bijsturingen nog altijd mogelijk zijn. De lidstaten die de nota onderschrijven, staan erop dat rekening wordt gehouden met hun expertise. Ook verwachten zij van de Commissie dat die haar gedelegeerde handelingen opstelt naar de geest van het politieke akkoord.
Beeld: Kathleen Storme