Leefgebied Europese hommels krimpt door klimaatverandering
nieuwsEuropese hommels vinden door klimaatverandering steeds minder geschikt leefgebied. Dat blijkt uit nieuw Belgisch onderzoek. Vooral zuidelijke en centrale regio's worden zwaar getroffen. Gemiddeld gaat het om een verlies van vijf procent, maar lokaal loopt dat op tot 19 procent.
Hommels zijn belangrijke bestuivers, vooral in de koude en gematigde streken van het noordelijk halfrond. Ongeveer 90 procent van alle wilde planten en 70 procent van de gewassen is afhankelijk van bestuiving. Maar de populatie en het leefgebied staat al enkele decennia onder druk.
Een nieuwe studie van onderzoekers (ULB, UMons, VUB, UCLouvain, KU Leuven en Universiteit Antwerpen) toont nu aan dat klimaatverandering delen van Europa steeds minder geschikt maakt voor hommels. Over heel Europa bedraagt de aan klimaatverandering toe te schrijven afname van geschikt leefgebied gemiddeld vijf procent. De achteruitgang is echter niet overal even groot. Vooral Zuid-Europa en laaggelegen delen van Centraal-Europa verliezen geschikt leefgebied. In de Rhônevallei in Frankrijk nam het geschikte leefgebied lokaal met 19 procent af, de grootste afname die in de studie werd vastgesteld. In België bedraagt de gemiddelde afname 6,2 procent.
In de Alpen en boreale gebieden wordt het verlies op lagere hoogtes en breedtegraden gedeeltelijk gecompenseerd doordat hoger gelegen en noordelijkere gebieden geschikter worden voor hommels. Daardoor blijven de nettoveranderingen in die regio's beperkt.
Klimaateffect geïsoleerd
De onderzoekers analyseerden meer dan 800.000 waarnemingen van 47 Europese hommelsoorten. Daarbij onderzochten ze specifiek welk effect klimaatverandering heeft op de geschiktheid van hun leefgebieden.
Naast klimaatverandering zijn er verschillende factoren die het geschikte leefgebied van hommels kunnen doen krimpen, zoals veranderingen in landgebruik, habitatverlies en vervuiling. In deze studie probeerden de onderzoekers specifiek de invloed van klimaatverandering te isoleren.
Daarvoor ontwikkelden ze twee klimaatscenario's. Ten eerste het daadwerkelijke klimaat, zoals waargenomen tussen 1901 en 2019. En ten tweede een scenario waarin de langetermijntrends die verband houden met de opwarming van de aarde waren verwijderd. Door beide scenario's met elkaar te vergelijken, konden de onderzoekers berekenen welk deel van de verandering in geschikt hommelleefgebied aan klimaatverandering kan worden toegeschreven.
Druk neemt verder toe
De analyses tonen aan dat de impact van klimaatverandering vanaf de jaren 1980 steeds sterker werd, een periode die samenvalt met de versnelde opwarming van de aarde. De onderzoekers verwachten dat de druk op de leefgebieden verder zal toenemen als de klimaatverandering doorzet.
Ze benadrukken daarom dat klimaatmitigatie, gecombineerd met actief habitatbeheer en natuurbescherming, essentieel is om verdere verschuivingen in de verspreiding van insecten te beperken. "Bijvriendelijke tuinen geven ons wat extra tijd en vormen een eenvoudige stap die iedereen kan zetten, maar alleen door de uitstoot van fossiele brandstoffen terug te dringen, kunnen we het verdwijnen van soorten echt een halt toeroepen", zegt Rosa Pietroiusti, co-auteur van de studie en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel.
Beeld: Natuurpunt