nieuws

Landbouwministers willen dierenwelzijn op EU-agenda

nieuws
Nederland, Duitsland en Denemarken hebben een verdrag ondertekend om het dierenwelzijn in Europa te verbeteren. Hiermee roepen ze de Europese Commissie op om dierenwelzijn hoog op de agenda te plaatsen. Naast een vereenvoudiging van het bestaand wettelijk kader, vraagt het verdrag dat de wetten ook strenger worden toegepast en dat enkele bestaande praktijken zoals snavelkappen en biggencastratie herbekeken worden. Daarnaast is de verlaging van de maximale transportduur van 24 naar 8 uur een belangrijke eis.
15 december 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:28

Nederland, Duitsland en Denemarken hebben een verdrag ondertekend om het dierenwelzijn in Europa te verbeteren. Hiermee roepen ze de Europese Commissie op om dierenwelzijn hoog op de agenda te plaatsen. Naast een vereenvoudiging van het bestaand wettelijk kader, vraagt het verdrag dat de wetten ook strenger worden toegepast en dat enkele bestaande praktijken zoals snavelkappen en biggencastratie herbekeken worden. Daarnaast is de verlaging van de maximale transportduur van 24 naar 8 uur een belangrijke eis.

Duitsland, Denemarken en Nederland zijn leidinggevende landen op het gebied van dierenwelzijn en willen dat onderwerp ook op de Europese agenda zetten. Hiertoe tekenden de Nederlandse staatssecretaris Sharon Dijksma, de Deense minister van Landbouw Dan Jørgensen en zijn Duitse tegenhanger Christian Schmidt een verdrag dat de Europese Commissie oproept om dierenwelzijn een hoge prioriteit te geven, en zo het dierenwelzijn over heel Europa te verbeteren. Zo staat in het verdrag: “De Europese Unie moet dierenwelzijn op de voorgrond blijven plaatsen, en actief een grotere bewustwording creëren rond de kwestie, ook op internationaal vlak.

De Duitse minister Schmidt verkondigde eerder al dat dierenwelzijn niet mag stoppen aan de grens: “Binnen de Europese Unie is er een intensieve uitwisseling van vee en dierlijke producten. Veel problemen kunnen beter op Europees niveau aangepakt worden. Het is mijn doel om van hoge maatstaven voor dierenwelzijn een Europees handelsmerk te maken. Dierenwelzijn zou een integraal deel moeten uitmaken van handelsovereenkomsten en zou door de Wereldhandelsorganisatie beschouwd moeten worden als zorgpunt.”

Het verdrag verwelkomt de maatregelen die de Europese Commissie aankondigde in haar Europese strategie voor de bescherming en het welzijn van dieren 2012-2015, maar roept de Commissie tegelijkertijd op verder te gaan met het beloofde onderzoek naar de mogelijkheid om het Europees wettelijk kader voor dierenwelzijn te vereenvoudigen, zonder afbraak te doen aan de huidige wetgeving. Daarnaast wordt geëist om de bestaande standaarden te herbekijken in het licht van nieuw wetenschappelijk onderzoek en ze hieraan aan te passen. Hiermee doelt het verdrag onder andere op het beëindigen van snavelkappen en biggencastratie.

Verder willen Nederland, Duitsland en Denemarken dat het vervoer van vee beperkt moet worden tot maximaal 8 uur per dag, in plaats van 24 uur. Tijdens sommige transporten moet meer ruimte komen voor de dieren en daarnaast willen de landen dat kalveren pas getransporteerd mogen worden vanaf een leeftijd van veertien dagen. Dat is nu tien dagen. Tot slot staan ook antibiotica-reductie en innovatieve stalconcepten op het verlanglijstje.

Met het verdrag bevestigen de landen ook dat ze in de toekomst nauwer willen samenwerken, met name op het gebied van onderzoek rond dierenwelzijn, het verbeteren van veeteeltsystemen en het uitwisselen van praktijkvoorbeelden. Er tot slot wordt ook naar een strategie gekeken om ervoor te zorgen dat Oost-Europese landen en de zuidelijke lidstaten meer gaan doen aan het dierenwelzijn, en werd besproken welke huisdieren wel en niet mogen worden gehouden. “Daarvan vindt de dierenbescherming het belangrijk dat dat onderwerp ook Europees wordt opgepakt”, aldus Dijksma.

De Nederlandse Land- en tuinbouworganistie (LTO) reageert positief op het verdrag. “De controles op diertransporten zijn in de verschillende lidstaten van Europa nog heel verschillend”, aldus voorzitter Albert-Jan Maat. Die hoopt bovendien dat het convenant een aanloop is naar een strenger importbeleid van de EU, zodat producten die niet aan de Europese welzijnseisen voldoen ook niet meer geïmporteerd mogen worden. Hij verwijst hierbij naar de legbatterij-eieren uit Oekraïne die nog steeds in Europa worden toegelaten. Maat verwacht ook dat de drie landen veel van elkaar kunnen leren bij het uitwisselen van kennis op dierenwelzijsgebied. “Zo heeft Denemarken een goed systeem om dierziekten te voorkomen. Daar kunnen we iets van leren”, aldus Maat.

In samenwerking met: Boerderij

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek