Landbouw in EU telt bijna 23 mln werknemers in 2010
nieuwsIn 2010 werden in de Europese Unie bijna 23 miljoen mensen tewerkgesteld op bijna 12 miljoen boerderijen of 171 miljoen hectare landbouwgrond. Daarmee was de land- en tuinbouwsector goed voor 9,7 miljoen voltijdse arbeidsplaatsen. Ruim 1 procent van de bedrijven was biologisch, en op bijna 3 procent van het totale landbouwareaal werd biologisch geboerd. Dat blijkt uit een nieuwe publicatie van Eurostat.
De publicatie geeft een overzicht van de sectoren landbouw, visserij en bosbouw in Europa, gebaseerd op de meest recente statistische data. Zo werd de tewerkstelling in de landbouw berekend aan de hand van de meest recente volkstelling, uitgevoerd in 2010.
Van de 9,7 miljoen ‘arbeidseenheden’ (AWU, equivalent van een voltijdse tewerkstelling) die in 2010 op een landbouwbedrijf tewerkgesteld werden, had 77 procent (7,5 miljoen AWU) een familieband met de landbouwer. Nog eens 15 procent (1,4 miljoen AWU) kon bestempeld worden als vaste werknemer en de overige 8 procent (0,8 miljoen AWU) als tijdelijke werkkracht.
Polen (1,9 miljoen AWU) telde de grootste tewerkstelling op land- en tuinbouwbedrijven, gevolgd door Roemenië (1,6 miljoen AWU), Italië (1 miljoen AWU), Spanje (0,9 miljoen AWU), Frankrijk (0,8 miljoen AWU) en Duitsland (0,5 miljoen AWU). Samen namen zij bijna 70 procent van de totale tewerkstelling in de Europese landbouw voor hun rekening. België bungelde eerder achteraan in de rij, met 61.600 landbouwwerkkrachten.
Wat de proportionele tewerkstelling van familieleden in de landbouw betreft, was Polen (95%) opnieuw koploper, gevolgd door Ierland (92%) en Malta (90%). In de Tsjechische Republiek (75%), Slovakije (69%), Frankrijk(45%) en Estland (45%) werden dan weer proportioneel het meeste vaste werknemers in dienst genomen. In Spanje (19%), Nederland (13%) en Italië (12%) zijn het meeste tijdelijke werknemers aan de slag. Vijvenzeventig procent van de werkkrachten in de Belgische landbouw hebben een familieband met de bedrijfsleider, 18,3 procent een vaste betrekking en 6,7 procent een tijdelijke.
In totaal telde Europa in 2010 bijna 12 miljoen landbouwbedrijven. Roemenië (3,8 miljoen), Italië (1,6 miljoen) en Polen (1,5 miljoen) liepen daarbij op kop. De grootste landbouwarealen waren dan weer te vinden in Frankrijk (27,8 miljoen hectare), Spanje (23,7 miljoen hectare) en Duitsland (16,7 miljoen hectare). België telt 42.900 boerderijen en 1,4 miljoen hectare landbouwgrond.
Ongeveer 1,3 procent (156.000) van het totale aantal bedrijven in 2010 was biologisch. De biolandbouw besloeg daarmee ongeveer 5 miljoen hectare landbouwgrond, wat overeenkomt met 2,9 procent van het totale landbouwareaal. Oostenrijk telde procentueel het grootste aantal biobedrijven (13%), gevolgd door de Tsjechische Rebubliek (7%), Zweden (6%), Estland (5%), Finland (5%), Duitsland (5%) en Denemarken (5%). Wat het aandeel biologisch landbouwareaal betreft, liep alweer Oostenrijk (12%) voorop. België sloot op beide vlakken redelijk goed aan bij het gemiddelde, met 1,4 procent bioboeren en 2,1 procent biologisch landbouwareaal.
Nog in 2010, werd door Europese schepen 4,9 miljoen ton vis gevangen. In 1995 bedroeg dat aantal nog 8,1 miljoen ton, in 2000 6,8 miljoen ton en in 2005 5,6 miljoen ton. De visvangst in Europa is op 15 jaar tijd dus bijna 40 procent gedaald.
Denemarken liep voorop wat visvangst betreft, met 828.000 ton (17%), gevolgd door Spanje met 739.000 ton (15%), het Verenigd Koninkrijk met 608.000 ton (12%) en Frankrijk met 443.000 ton (9%). Samen namen deze landen meer dan de helft van de totale Europese visvangst voor hun rekening. België ten slotte speelde ook hier een veel bescheidener rol, met 22.400 ton vis in 2010.
Meer info: Agriculture, fishery and forestry statistics
Bron: eigen verslaggeving/ AgriHolland