Landbouw blijft hoog scoren voor voedselveiligheid
nieuwsDe primaire sector kan ook voor 2014 uitstekende resultaten voorleggen op het vlak van voedselveiligheid. Dat blijkt uit het activiteitenverslag van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). In de plantaardige sector kreeg 97,3 procent van de 6.434 missies een gunstig rapport, in de dierlijke sector was dat 94,8 procent van de 9.173 missies. De controleresultaten liggen in dezelfde lijn als de cijfers van de vorige jaren, uitgezonderd de verbetering met twee procent bij de inspecties op bestrijdingsmiddelen. Gedelegeerd bestuurder Herman Diricks toonde zich tevreden: “Dat de primaire sector het zo goed blijft doen, is belangrijk nieuws aangezien ze helemaal aan het begin van de keten staan.”
Sinds haar oprichting in 2000 heeft het FAVV zich ontpopt tot de belangrijkste nationale instantie inzake voedselveiligheid. De kerntaak blijft het toezicht op de veiligheid van de voedselketen, inclusief de primaire sector, of de landbouwers die helemaal onderaan die keten staan. Die behoren ook dit jaar weer tot de beste leerlingen van de klas, zo blijkt uit het activiteitenverslag 2014. Slechts 2,4 procent van de missies leidde tot een proces-verbaal, en 10,4 procent tot een waarschuwing. Dat wil zeggen dat in 87,2 procent van de missies geen maatregelen werden genomen, ten opzichte van 87,8 procent in 2013. Ter vergelijking: voor de groothandel bedroeg dat cijfer vorig jaar 82,5 procent, voor de detailhandel 61,6 procent en voor de horeca en grootkeukens 58,9 procent.
In totaal controleerde het FAVV vorig jaar tijdens 58.671 inspecties of ‘missies’ – ruim 4.000 meer dan in 2013 – 215.483 zogenaamde ‘checklists’. Voor de plantaardige sector ging het om 6.343 missies bij 5.214 operatoren. In 97,3 procent van de gevallen leverde de controle een gunstig resultaat op. Pijnpunt blijft het bezit en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waar ‘slechts’ 89,1 procent van de evaluaties gunstig was vorig jaar. Hoewel dat een verbetering van twee procent ten opzichte van 2013 is, hamert het FAVV erop dat er op akkerbouwbedrijven nog te veel bestrijdingsmiddelen worden gevonden die niet (meer) erkend zijn. Dat had onder meer tot gevolg dat het FAVV overging tot 233 inbeslagnemingen en dat het 171 processen-verbaal opstelde. In 228 gevallen bleef het bij een waarschuwing.
Het FAVV ging iets vaker op bezoek bij veehouders: het voerde 9.173 missies uit bij 8.470 operatoren. Lichtpunten daar in vergelijking met 2013 waren de verbeterde hygiëne van de voertuigen en de infrastructuur. Grosso modo liggen de andere resultaten in lijn met de resultaten van 2013, maar voor enkele specifieke domeinen gingen de resultaten achteruit. Dat geldt voor het epidemiologisch toezicht op runderen bijvoorbeeld, voor de identificatie van varkens en kleine herkauwers en voor het transport van dieren, waar er iets vaker een gebrek aan identificatie of afwezigheid van certificaten van de getransporteerde dieren werd vastgesteld. Een en ander leidde tot 1.403 waarschuwingen, 95 inbeslagnemingen en 150 processen-verbaal.
Het FAVV controleert ook het gebruik van geneesmiddelen op landbouwbedrijven. Concreet gaat het dan over het correct bijhouden van een geneesmiddelenregister, het correct stockeren, enzovoort. In 99,8 procent van de 426 missies met betrekking tot gemedicineerde diervoeders waren de resultaten gunstig. Opvallend resultaat is ook dat de slachthuizen een mooie vooruitgang boekten van 3,5 procent op het vlak van infrastructuur en hygiëne, terwijl het totale cijfer in 2014 met 1 procent daalde ten opzichte van 2013. In de slachthuizen voor pluimvee en konijnen gaat het zelfs over een stijging van 10 procent.
Een stokpaardje van het FAVV is het autocontrolesysteem dat in 2005 werd opgezet. In 2007 hadden 3.305 operatoren zo’n door het FAVV gevalideerd autocontrolesysteem (ACS) geïmplementeerd, vorig jaar waren dat er al 22.163. Opvallend daarbij is dat operatoren met zo’n ACS significant beter scoren bij controles. Bij de verwerkers van levensmiddelen bijvoorbeeld kreeg bij de ACS-operatoren 94 procent een foutloos rapport, terwijl dat bij de operatoren die niet over een ACS beschikken ‘slechts’ 83 procent was. In de marge van de ophef die eerder dit jaar ontstond rond José Munnix, een kaasmaker in het Waalse Battice waarbij het FAVV 2.000 op de hoeve gestockeerde kazen in beslag nam omdat er listeria was aangetroffen bij een controle, liet Herman Diricks weten dat 95,9 procent van de producenten van hoevezuivel wél een gunstige evaluatie kregen.
Tenslotte presenteerde het FAVV ook de nieuwe scores van de barometers die de globale status van de voedselveiligheid in kaart brengen. Tussen 2013 en 2014 bleef de barometer nagenoeg stabiel (+0,2%), terwijl in de voorgaande jaren grotere stappen voorwaarts werden gezet. Voor de dier- en de plantgezondheid werd dan weer wel spectaculaire vooruitgang geboekt: +12 en +11,3 procent. Woordvoerder Lieve Busschots benadrukte vooral de evolutie op lange termijn: sinds de nulmeting in 2007 steeg de barometer met 24,8 procent.
Meer info: FAVV – activiteitenverslag 2014