nieuws

"Kleine landbouwbedrijven economisch weerbaarder"

nieuws
Klein is vaak sterker. Dat is samengevat de overtuiging van Nederlands hoogleraar plattelandsontwikkeling Jan Douwe van der Ploeg van de Wageningen Universiteit. "Om te overleven moet je groeien: dat is in de afgelopen twintig jaar het dominante verhaal geworden, en we zijn vergeten dat je ook op een totaal andere manier naar landbouw kunt kijken", zegt hij in De Standaard. "De grote ondernemers, die ooit de beste leerlingen waren, komen vandaag in de prangendste problemen."
30 maart 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:30
Lees meer over:

Klein is vaak sterker. Dat is samengevat de overtuiging van Nederlands hoogleraar plattelandsontwikkeling Jan Douwe van der Ploeg van de Wageningen Universiteit. "Om te overleven moet je groeien: dat is in de afgelopen twintig jaar het dominante verhaal geworden, en we zijn vergeten dat je ook op een totaal andere manier naar landbouw kunt kijken", zegt hij in De Standaard. "De grote ondernemers, die ooit de beste leerlingen waren, komen vandaag in de prangendste problemen."

Tegen het heersende groei-adagium in houdt professor Jan Douwe van der Ploeg in De Standaard een pleidooi voor kleine landbouwbedrijven. "Groeien wordt als de natuurlijke evolutie voorgesteld, maar dat is eigenlijk een selffulfilling prophecy: experts stellen groei als de enige mogelijke vorm van vooruitgang voor, waardoor veel boeren er effectief voor gaan kiezen om hun groei te versnellen, terwijl uit onderzoek blijkt dat kleine landbouwbedrijven economisch weerbaarder zijn."

Op die kleine landbouwbedrijven doet een boer zo veel mogelijk zelf: veevoer verbouwen, dieren fokken, mest hergebruiken en de opbrengst ook nog eens zelf verwerken en verkopen. Vooruitgang zit hem daarbij niet zozeer in groei, maar in verfijning, en de geldstromen zijn rustiger: stijgende voederprijzen en dalende vleesprijzen hebben relatief weinig vat op een veeboer die zijn voeder zelf kan oogsten en zijn eigen slagerij openhoudt, zo klinkt het. Al is het in de praktijk niet zo afgelijnd, zegt van der Ploeg: veel bedrijven hebben ingezet op zogenaamde ondernemerslandbouw, maar ontwikkelen ook kleinschalige activiteiten.

Precies die kleinschalige activiteiten moeten volgens de Nederlander meer gestimuleerd worden: "we hebben immers een enorme behoefte aan werkgelegenheid, we moeten minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, we merken dat we de natuur te veel uitgeput hebben, en we hebben geleerd dat het gevaarlijk kan zijn als je steeds afhankelijker wordt van import en export. We moeten het hele systeem herontwerpen. Maar de alternatieven worden zwaar onderbelicht."

"Neem nu de melkveehouderij", haalt van der Ploeg een brandend actueel voorbeeld aan. "Als de melkprijs daalt, kan een klein bedrijf vandaag beter overeind blijven dan een groot. Uit studies blijkt nu effectief dat de bedrijven die in de oude marktsituatie de beste leerlingen waren, in de nieuwe gedereguleerde markt het acuutst in de problemen komen. Het probleem is dat heel grote landbouwbedrijven met leningen zitten waarvan de prijs in periodes van prijsvolatiliteit niet eens de kosten kan dekken."

Een alternatief is volgens van der Ploeg het onder controle houden van de kosten door zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn, door niet voortdurend de nieuwste technologieën aan te schaffen maar bijvoorbeeld met tweedehandsmachines te werken. Ook door te werken met ecologische cycli spaar je heel wat kosten uit: "als je je bodem goed beheert, levert hij je zelf stikstof aan en moet je die niet aankopen in de vorm van kunstmest. Grote investeringen in luchtwassers of rationele energiesystemen in groentekassen dwingen versnelde groei af, terwijl er vaak goedkopere alternatieven zijn."

Verder haalt van der Ploeg onderzoek aan dat bewijst dat kleine bedrijven productiever en innovatiever zijn. Het feit dat er ondanks die troeven niet meer kleine bedrijven bijkomen, heeft volgens de Nederlander te maken met 'padafhankelijkheid': veel boeren hebben een richting gekozen en hebben het gevoel dat ze niet meer terug kunnen. Het beleid draagt hierbij een grote verantwoordelijkheid: de grootste 20 procent van de landbouwbedrijven krijgt 80 procent van de landbouwsubsidies. "Als we zo overtuigd zijn van de effectiviteit van grote bedrijven, zouden we ze het dan niet eens zonder subsidies laten proberen?", aldus van der Ploeg.

Bron: De Standaard

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek