Keulen heeft plan voor huisvesting seizoensarbeiders
nieuwsOp die manier past Keulen een mouw aan de twee belangrijke pijnpunten waarmee de huisvesting van tijdelijke seizoensarbeiders kampt. Het kamerdecreet schrijft immers een bewoonbare oppervlakte van twaalf vierkante meter voor per inwoner. Dat is in de praktijk echter moeilijk haalbaar en volgens de minister bovendien niet echt nodig. Seizoensarbeiders gebruiken hun kamer immers enkel om te overnachten, luidt het.
Het voorstel dat Keulen vandaag aan vertegenwoordigers van de fruitsector in Borgloon voorlegde, wijzigt de oppervlaktenorm voor tijdelijke seizoensarbeiders. Concreet zal een 'kamer' op een land- of tuinbouwbedrijf per persoon slechts 8 vierkante meter groot moeten zijn. Seizoenarbeiders zullen wel over gemeenschappelijke ruimten moeten kunnen beschikken om zich te kunnen ontspannen en te kunnen eten. De oppervlakte van de kamer en de gemeenschappelijke ruimte samen zal in het voorstel van Keulen voor de eerste seizoenarbeider minstens 18 vierkante meter moeten bedragen. Voor elke bijkomende seizoenarbeider moet 10 vierkante meter worden bijgeteld.
Een ander knelpunt is de juridische onzekerheid over de mogelijkheden van uitbaters van land- en tuinbouwbedrijven om seizoenarbeiders op het bedrijf te huisvesten zonder de reglementering over de ruimtelijke ordening te schenden. Van Mechelen heeft echter bevestigd dat duurzame huisvesting op het landbouwbedrijf zelf verenigbaar is met de wettelijke vereisten inzake ruimtelijke ordening. Ook tijdelijke oplossingen, zoals wooncontainers, worden in een overgangsperiode van enkele jaren toegelaten. Ze kunnen wel alleen door de beugel indien de teler intussen werk maakt van goede kamers.(KS)
Bron: Belga