Jonge melkveehouders verduurzamen zuivelproductie met nieuw melkveeras en focus op bodemgezondheid
ReportageHet melkveebedrijf Milk & More uit Geel wil op termijn zijn volledige Holstein-veestapel vervangen door Jerseykoeien. “Jerseykoeien gaan efficiënter om met een ruwvoerrantsoen, waardoor we circulairder kunnen werken. Daarnaast past dit beter bij de melkvoorziening voor onze hoeveverwerking”, verklaren de ondernemers. Zij werden in de kijker gezet door VLAM en BCZ, die de inspanningen voor duurzaamheid in de melkveehouderij onder de aandacht wilden brengen. “Ook de nadruk op bodemgezondheid is bijzonder.”
De zuivelsector is volop in beweging en zowel bij verwerkers als melkveehouders staat duurzaamheid hoog op de agenda. In de melkveehouderij zijn de voorbije jaren al tal van inspanningen geleverd. Om die inspanningen in de kijker te zetten, organiseerden agro-marketingorganisatie VLAM en zuivelfederatie BCZ dinsdag een persbezoek aan het melkveebedrijf van Sofie Lietaer (30) en Sander Soetemans (33) in Geel.
De organisaties prezen vooral de aandacht voor bodemgezondheid. Door in te zetten op vruchtwisseling, blijvend grasland en een doordachte keuze van voedergewassen proberen de landbouwers zowel de bodemkwaliteit als de zelfvoorziening van hun bedrijf te versterken. “Wij geloven dat de toekomst van ons bedrijf begint bij een gezonde bodem. Hoe beter de bodem functioneert, hoe beter de gewassen groeien, hoe meer eigen voeder we kunnen produceren en hoe minder afhankelijk we worden van externe inputs”, vertelt Sander.
Circulaire landbouw start bij bodemgezondheid
Het familiebedrijf, dat vijf generaties teruggaat, zoekt bewust naar een bedrijfsmodel dat zoveel mogelijk kringlopen sluit. Naast gras en maïs telen de landbouwers ook voederbieten en graan op hun eigen percelen. “Voederbieten zorgen niet alleen voor meer variatie in de teeltrotatie, maar benutten ook stikstof efficiënter en vormen bovendien een hoogwaardig voeder”, vertelt Frederik Faveere van praktijkcentrum Hooibeekhoeve, dat de landbouwers adviseert bij hun teeltkeuzes.
Het graan dat ze op elf hectare telen, gaat volledig naar de veestapel. Daardoor konden ze de afhankelijkheid van aangekocht krachtvoer terugdringen van vier à vijf kilogram naar 1,5 kilogram per dier. “We willen bekijken of we dat nog verder kunnen verminderen”, vertellen de landbouwers.
In het circulaire landbouwmodel dat de ondernemers voor ogen hebben, is ook een belangrijke rol weggelegd voor de bruine Jerseykoe. De eerste dieren van dit ras arriveerden zes jaar geleden vanuit Denemarken. Inmiddels telt het bedrijf 35 Jerseykoeien en 75 Holsteinkoeien. De komende jaren willen de landbouwers de Holsteindieren verder uitfaseren.
"Jerseykoeien zijn duurzame koeien"
“Jerseykoeien hebben een betere voederefficiëntie. Ze kunnen meer melk produceren op basis van voeder van eigen land”, verklaart Sander, die de dieren daarom duurzamer noemt. Hoewel het kleinere melkveeras beduidend minder liters melk produceert, liggen de vet- en eiwitgehaltes aanzienlijk hoger. “Omdat de melkerij uitbetaalt op basis van vet en eiwit, verschilt het melkgeld nauwelijks van dat van Holsteinkoeien”, vertelt hij.
De hogere gehaltes maken de melk ook bijzonder geschikt voor zuivelbereiding. Het bedrijf runt sinds enkele jaren een onbemande hoevewinkel waar zelfgemaakte yoghurt, rijstepap en ijsjes worden verkocht, aangevuld met kaas die door een kaasmakerij wordt geproduceerd van hun eigen melk. Tot de klanten behoren onder meer mensen met lactose-intolerantie. Volgens bepaalde theorieën zouden zij zuivelproducten van A2A2-melk beter kunnen verdragen. Die melk is genoemd naar het gelijknamige genotype dat vaak voorkomt bij Jerseykoeien.
De zuivelsector, verwerkers en melkveehouders, zijn enorm met duurzaamheid bezig. Dat is niet overal geweten. Dat willen we vandaag onder de aandacht brengen.
"Melkveehouderij levert veel duurzaamheidsinspanningen"
Tijdens het persbezoek loofde Lien Callewaert, directeur van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ), het doordachte circulaire bedrijfsmodel van de ondernemers. “Met dit bezoek willen wij de vele inspanningen die Vlaamse melkveehouders leveren om de duurzaamheid te verhogen onder de aandacht brengen. Iedereen doet dat op zijn eigen manier; elke situatie is uniek”, benadrukte zij.
Ook de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw, Jinnih Beels (Vooruit), prees het ondernemerschap van het jonge echtpaar in onzekere tijden met snel veranderende regelgeving. “Wat Sofie en Sander hier tonen, is dat jonge landbouwers wel degelijk willen investeren in de toekomst van hun bedrijf: in bodemkwaliteit, in eigen voederproductie en in een manier van werken die hun bedrijf op lange termijn sterker maakt.”
Wie van landbouwers meer inspanningen vraagt op het vlak van duurzaamheid, moet daar ook werkbare oplossingen en voldoende houvast tegenover zetten.
De politica benadrukte daarnaast het belang van wetenschap en praktijkcentra bij de verduurzaming van de sector. “Wie van landbouwers meer inspanningen vraagt op het vlak van duurzaamheid, moet daar ook werkbare oplossingen en voldoende houvast tegenover zetten. De Hooibeekhoeve speelt daarin een belangrijke rol door samen met landbouwers te zoeken naar oplossingen die op het terrein effectief werken.”