Jonge boeren en tuinders zien het even niet meer zitten
nieuwsDe gemiddelde leeftijd van een landbouwer ligt boven de 54 jaar. Jongeren wagen steeds minder de stap naar de boerenstiel. Agrarisch ondernemen geeft hen te weinig inkomenszekerheid. Jonge boeren die toch een bedrijf proberen uit te bouwen, zijn onzeker over hun toekomst. In een open brief wijst Groene Kring, de vereniging voor jonge land- en tuinbouwers, de Europese natuurdoelstellingen aan als een belangrijke bron van onzekerheid. De situatie is naar verluidt onhoudbaar geworden door het gewijzigde beleid en de lage prijzen voor landbouwproducten. “Ieder jaar worden we met meer beperkingen, verplichtingen en administratieve lasten geconfronteerd. Dit gaat maar al te vaak samen met grote economische gevolgen en dit voor een sector die het al niet ruim heeft.”
Tijdens de start van het wielerseizoen voerden landbouwers op een vreedzame wijze actie. Groene Kring, de belangenverdediger van de jonge boeren en tuinders in Vlaanderen, breidt daar nu een vervolg aan. Maandag verzamelen ze met tractoren en spandoeken in de buurt van Tienen voor een opgemerkte bijdrage aan de doortocht van de Tour de France. Een open brief geeft verder uitdrukking aan hun bezorgdheid. De jonge boeren nemen het ‘landbouw moet wijken voor natuur’-beleid op de korrel, met name de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) voor natuur. Stikstofdepositie in natuurgebied bemoeilijkt de realisatie van de Europese doelstellingen zodat de stikstofneerslag beperkt moet worden. Voor landbouwbedrijven is de ammoniakuitstoot de cruciale factor.
Groene Kring gaat dieper in op de betekenis voor de sector. “Meer dan 134 actieve, vaak jonge boeren en hun gezinnen, kregen een brief waarin stond dat hun bedrijf geen toekomst meer heeft, ongeacht leeftijd van de bedrijfsleider, opvolgingsmogelijkheden of recente investeringen. Reden? Er ligt een natuurgebied 100 meter verderop. Een donderslag bij heldere hemel: wat met de leningen die werden aangegaan? Wat met onze job? Wat met onze woning? Wat met onze toekomst? Deze 134 bedrijven wachten allemaal met een bang hart op ondersteuning en voldoende middelen vanuit de Vlaamse overheid om deze moeilijke situatie het hoofd te kunnen bieden.”
Een tweede groep bedrijven, ongeveer 1.200, kreeg via een gelijkaardige brief te horen dat hun bedrijfsactiviteiten in vraag worden gesteld. Er is geen duidelijkheid over hun toekomst. Willen ze die toekomst op korte termijn veilig stellen, dan moeten ze serieuze investeringen doen om hun uitstoot te verminderen. Hoe? Daar hebben landbouwers volgens Groene Kring momenteel nog het raden naar. In de rundveehouderij zijn er nog geen geschikte technieken voorhanden. Met welk geld? Idem dito. “Allesbehalve een goede uitgangspositie, met de lage prijzen die we krijgen en de leningen die we bij banken hebben lopen om innovatieve investeringen mee af te betalen, onder meer voor milieu en dierenwelzijn, wordt het een moeilijke opdracht voor velen.”
Maar liefst 23 procent van de bedrijven die getroffen wordt met een vergunningenstop, de zogenaamde ‘rode’ bedrijven, heeft een bedrijfsleider jonger dan 40 jaar en meer dan 60 procent heeft een bedrijfsleider jonger dan 50 jaar, waarbij de opvolger soms al gekend is. Bijna driekwart van de zwaarst getroffen bedrijven investeerde de afgelopen jaren in hun bedrijf. Er gebeurden ook investeringen om de ammoniakuitstoot te beperken. Groene Kring leidt daaruit af dat het een dynamische groep van bedrijven is die in volle ontwikkeling getroffen wordt.
“Onhaalbaar en onbetaalbaar”, noemt Groene Kring de inspanningen die van landbouwers geëist worden om ammoniak te reduceren. Daar komt nog bovenop dat de sector (alweer) grond zal moeten afstaan voor natuurdoeleinden. “Gronden waarop we rekenen om inkomsten te kunnen genereren en om onze kosten te dekken. Als deze wegvallen, klopt onze balans niet meer en wordt ons hele bedrijf ontwricht. De gevolgen van het beleid, dat moet leiden tot minder stikstofdepositie op de natuurgebieden, worden vandaag bijna uitsluitend gedragen door onze landbouwsector. Het is nochtans belangrijk het totale plaatje voor ogen te houden: bijna de helft van de stikstofdepositie op de natuurgebieden in Vlaanderen is afkomstig van het buitenland. Ook transport en industrie leveren een belangrijke bijdrage aan deze uitstoot.”
De leden van Groene Kring vinden dat ze hard hun best doen om natuur te onderhouden en landbouw in harmonie met natuur te laten bestaan, “maar dat blijkt echter nooit genoeg te zijn”. Het milieu moet koste wat het kost beschermd worden en het is de landbouwsector die hiervoor een hoge prijs betaalt. Vervolgens richten de jonge land- en tuinbouwers zich expliciet tot burgers: “Is het wel zo logisch dat de landbouwsector plaats moet maken voor natuur en dat het ene groen moet wijken voor het andere groen? De impact is groot en het mag duidelijk zijn dat de landbouwsector niet alleen de rekening hoort te betalen voor de depositie afkomstig van verkeer, industrie en buitenland.”
De gevolgen van dit beleid hebben volgens Groene Kring een weerslag op heel wat meer mensen dan enkel landbouwers. Landbouw is met zijn 25.000 ondernemers en 60.600 arbeidskrachten samen met de toelevering en verwerking een belangrijke bron van tewerkstelling in Vlaanderen. Gezamenlijk is het agrobusinesscomplex goed voor ongeveer 150.000 arbeidskrachten.