In 1990 luidde het al "minder varkens meer prijs"
nieuws“De varkenshouderij is in zijn geheel ziek. De sector zal de volgende jaren minstens gehalveerd moeten worden. Als de beslissingen politiek niet worden genomen, zullen de varkens zelf en het milieu het ons opleggen.” Dit schreef Luc Vankrunkelsven in de zomer van 1990 in De Standaard, waarbij hij de voormalige EU-commissaris voor Landbouw en de ‘vader’ van het gemeenschappelijk landbouwbeleid citeerde: Sicco Mansholt. “Minder varkens, meer prijs” is slechts één van de vrije tribunes die Luc voor De Standaard schreef namens Wervel. Terwijl de crisis in de sector nu vooral ingewijden bezig houdt, keek in 1990 heel Vlaanderen met argusogen naar de varkenshouderij als gevolg van de uitbraak van varkenspest in het West-Vlaamse Wingene.
Wervel, de Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw, bestaat 25 jaar. Na het VILT-interview naar aanleiding van hun jubileum kregen we een krantje toegestopt. “Het Varkens-Tribunaal”, zo luidt de titel, en het blijkt een bundeling van de vrije tribunes die Wervel-coördinator Luc Vankrunkelsven twee maanden lang in De Standaard schreef. Het debat over de varkenshouderij woedde toen volop als gevolg van een uitbraak van varkenspest die in ons land zware economische schade veroorzaakte.
Anno 2015 plaatst de organisatie tegenover bulkproductie voor (verre) exportmarkten een verhaal van minder varkens houden maar ze verkopen aan een betere prijs. Bij voorkeur wordt het vlees verkocht op de binnenlandse markt zodat het aan consumentenzijde gekoppeld kan worden aan ‘minder maar beter vlees eten’. Het laatste wat je Wervel kan verwijten, is dat ze niet consequent zijn want al in 1990 luidde de titel van één van Luc zijn opiniestukken in De Standaard ‘Minder varkens, meer prijs’.
Jeroen Watté van Wervel noemde in het interview met VILT de varkenshouderij een voorbeeld van een ‘lock-in’ die Vlaamse boeren gevangen houdt in een uitzichtloze situatie. Het relaas van Luc Vankrunkelsven in 1990 helpt die visie beter te begrijpen. Zo luidde het in 1990 in De Standaard: “De diagnose dient verder te gaan dan het constateren van een Vlaamse etterbuil: de om zich heen slaande varkenspest. De behandeling vraagt een omvattender benadering dan de stelping van die buil: de vernietiging van honderdduizenden varkens. Een vernietiging waarin het lijden van zovele dieren wordt verborgen, het lijden ook en de vernietiging van zovele boeren en boerinnen.”
“De landbouwpolitiek zal de volgende maanden en jaren een beslissende wending moeten nemen. Wij moeten terug naar een extensieve wijze van veehouderij, liefst weer gemengd met akkerbouw op bedrijfsniveau of per regio. Zo kan de mest in de eigen regio op het land worden gebracht. In België moeten dan geen energieverslindende transporten meer georganiseerd worden om de mestoverschotten af te zetten in de akkerbouwstreken. Vanuit Nederland hoeven er dan geen boten meer te vertrekken met mestkorrels, richting Spanje en Frankrijk om de wijngaarden te bemesten. Een wereld op haar kop kan weer op adem komen. Milieudruk wordt verlicht, energieverspilling ingedamd.”
“Er zal een maximumquotum aan varkens moeten worden afgesproken, per land, per gebied, per bedrijf. Dit vraagt een aanpassing van de bestaande Europese marktordening voor varkensvlees, zoals de regelingen voor rundvlees en zuivel nog aangescherpt moeten worden. Productiequota behoren tot de oplossingen op voorwaarde dat ze niet verhandelbaar zijn. Op langere termijn moeten alle landbouwproducten zo’n regeling tegemoet gaan: productiebeperking én sociaal-ecologisch verantwoorde prijzen.”
In zo’n marktordening moet veehouderij volgens Luc Vankrunkelsven grondgebonden zijn. “Niet meer dieren per hectare dan de natuur duurzaam kan verdragen. Niet meer varkens dan er aan mest in de omgeving kan worden afgezet. De varkenshouderij moet dus veel gelijkmatiger over de Europese regio’s worden verspreid. Dit betekent dat gebieden als West-Vlaanderen en Zuid-Nederland terug moeten , de korte termijnbelangen ten spijt. De varkenshouders zullen een hogere, vanuit Brussel gegarandeerde prijs moeten krijgen. Zodanig dat zij een rechtvaardig inkomen verdienen bij een ecologisch verantwoorde productie, op voorwaarde dat ze bevrijd worden uit de afhankelijkheid van de integratoren, de veevoedernijverheid.”
De invoer van veevoeder van buiten Europa moet worden beperkt, alsnog Vankrunkelsven, “vooral als deze uit derdewereldlanden komt.” Dit zal deels vanzelf gebeuren, zo gelooft hij, als er minder vraag is naar krachtvoeder voor minder varkens. “Als bovendien de varkenshouders een betere prijs krijgen, dan kunnen ze het iets duurdere veevoeder van hun collega-akkerbouwers betalen. De derdewereldlanden moeten voor deze vermindering van export worden gecompenseerd door steun en rechtvaardige prijzen voor de wederopbouw van hun eigen kleine gezinsbedrijven, kleinschalige voedselproductie en lokale markten.”
Op den duur is een veilige, natuurverantwoorde en diervriendelijke veehouderij goedkoper omdat er, aldus Vankrunkelsven, “minder wordt verspild, vernietigd en uitgebuit.” Hij besluit: “Als boer en boerin loon naar werken krijgen, moeten ze niet verder de natuur uitputten. Daar de gemiddelde Europaan twee- tot driemaal te veel vlees (vr)eet, moet onze vleesproductie en -consumptie omlaag. Omwille van de volksgezondheid en omwille van wereldwijde rechtvaardigheid.”
Bron: eigen verslaggeving / Het Varkens-Tribunaal 1990