Iedereen in actie tegen bestuivingscrisis in fruitteelt
nieuwsOp het fruitteeltbedrijf van Stefan Veulemans in Kortenaken introduceerden projectpartners uit Vlaanderen en Nederland de grensoverschrijdende samenwerking ‘Meer natuur voor pittig fruit’. De fruitsector maakt zich zorgen over de achteruitgang van de bijenpopulatie. Gedeputeerde Inge Moors neemt zelfs het woord ‘bestuivingscrisis’ in de mond. Met de maatregelen uit het Interreg-project wordt het probleem een halt toegeroepen: fruittelers langs beide zijden van de Belgisch-Nederlandse grens nemen maatregelen om het bijen naar hun zin te maken. Onder impuls van de Regionale Landschappen vergroot de biodiversiteit ook in het ruimere landschap rond de fruitplantages. “Als wij oog hebben voor de natuur, dan kan de natuur zijn werk doen”, maken gedeputeerden Monique Swinnen en Mark Florquin duidelijk waar het project om draait.
Het Europees Interreg-programma legt bijna 650.000 euro op tafel ter ondersteuning van het project ‘Meer natuur voor pittig fruit’. Dat zegt veel over de omvang van het project maar ook over de ernst van het onderliggende probleem. Door de achteruitgang van de bijenpopulatie komt de bestuiving van fruitbomen in het gedrang. Voor twee belangrijke fruitregio’s als Haspengouw en Hageland zou dat naast een ecologische ook een economische ramp zijn. Met fruitteelt wordt in deze twee teeltgebieden een productiewaarde van ruim 300 miljoen euro gerealiseerd. Naar tewerkstelling toe gaat het om duizenden rechtstreekse arbeidsplaatsen en een vergelijkbaar groot aantal jobs in aanverwante activiteiten.
Om zeker te zijn van een goede bestuiving doen appel-, peren- en kersentelers beroep op imkers of kopen ze hommels. Zo helpen zij de natuur een handje. Nog efficiënter is om de natuur gewoon zijn werk te laten doen. Van dat idee vertrekt het Interreg-project en het maakt daar een wisselwerking van: wij mensen moeten ook meer oog hebben voor de natuur. Anders dreigt het faliekant af te lopen met ecosysteemdiensten zoals bestuiving. Gedeputeerde in Vlaams-Brabant voor Economie en Innovatie Mark Florquin merkt in dat verband op dat in delen van China bestuiving handenarbeid is geworden, met een penseeltje als ontmoedigend klein gereedschap.
Om niet in die situatie te verzeilen, gaan landbouwers en andere landschapsbouwers werk maken van meer biodiversiteit op het platteland. Fruittelers zijn de vaandeldragers van het project. Met een infoavond op de fruitveiling in Glabbeek start een wervingscampagne die 60 fruittelers uit Vlaams-Brabant, 40 fruittelers uit Limburg en 60 Nederlandse collega’s uit Zeeland en Zuid-Limburg bereid moet vinden tot een inspanning. In eerste instantie gaan ze bijenhotels installeren om wilde bijen nestgelegenheid te geven. Om de bijen naar de plantages te lokken, zullen ze houtkanten, hagen en bloemenweiden aanleggen. Gedeputeerde Inge Moors, kersvers voorzitter van het Proefcentrum Fruitteelt, bepleit een omslag in het denken van fruittelers. Ook haar collega Swinnen brengt de nadelen van monoculturen fruit onder ogen en doet een goed woordje voor bloemen en struiken in en omheen de percelen.
“We vermoeden dat er van de 300 soorten wilde bijen een 60-tal soorten een bijdrage kunnen leveren aan de bestuiving van fruitplantages”, vertelt Raf Stassen, coördinator van Regionaal Landschap Zuid-Hageland, de trekker van het project. Ook Regionaal Landschap Noord-Hageland en Haspengouw en Voeren nemen deel zodat de brug wordt geslagen met het landschap rond de plantages. Stassen spreekt over het platteland in termen van een “buffer voor biodiversiteit” en kondigt aan dat er een zoektocht start naar geschikte biotopen. Telkens twee gemeenten in de deelnemende provincies zullen daaraan meewerken. Gedeputeerde Swinnen rekent op de Regionale Landschappen om de verschillende partners op het platteland samen te brengen. In totaal werken zeven projectpartners mee aan deze grensoverschrijdende samenwerking.
In het kader van een LEADER-project werd in het Hageland reeds ervaring opgedaan met het verbeteren van de nestgelegenheid en het voedselaanbod voor bijen. Maar de schaal waarop de maatregelen nu toegepast gaan worden, is ongezien groot. Bovendien is het geen nattevingerwerk maar wetenschappelijk onderbouwd door het Proefcentrum Fruitteelt dat daarin ondersteund wordt door het Proefcentrum Herent. Onderzoeker Tim Beliën (pc fruit) legt uit dat ze op een aantal proefpercelen de bezetting van de bijenhotels gaan opvolgen. Het tellen van de dichtgemetselde strootjes waar bijenlarven in schuilen is relatief eenvoudig. Dat kan je niet zeggen van de monitoring van de vliegactiviteit van de bijen. Bovendien is het werk dan nog niet af want de experten in fruitteelt willen ook achterhalen of de verhoogde activiteit van wilde bijen in de boomgaarden effectief leidt tot betere vruchten. “We vermoeden dat wilde bijen goede bestuivers zijn maar willen die hypothese graag bevestigd zien”, zegt Beliën. Hij wordt daarin bijgevallen door gedeputeerde van Landbouw Monique Swinnen (Vlaams-Brabant). Zij vindt het erg belangrijk dat maatregelen eerst beproefd worden alvorens ze breed in de praktijk toe te passen.
Haar collega Florquin staat nog even stil bij de schaal waarop de maatregelen uitgerold worden. De medewerking van meer dan 100 fruittelers zal samen met de inspanningen van hopelijk wel tien keer zo veel andere plattelandsbewoners resulteren in nieuw habitat voor bijen. “We hopen de natuur zijn eigenheid terug te geven”, zegt de gedeputeerde. Heel wat boomgaarden zijn immers, net zoals het omringende landschap, gemiddeld genomen ecologisch vrij arm. Gedeputeerde Monique Swinnen deelt die vaststelling maar buigt het om tot iets positief: “Een fruitteler kan zich niet verweren tegen ongunstig weer maar de bestuiving heeft hij meer zelf in de hand.” Vanuit die logica ondersteunt de provincie Vlaams-Brabant de imkers die op haar grondgebied actief zijn en wordt er ieder jaar bloemenzaad uitgedeeld aan de inwoners. De provincie Limburg werkt op dezelfde twee sporen, bijvoorbeeld door imkers aan te zetten tot selectie en kunstmatige inseminatie voor het opkrikken van de gezondheid van hun bijenvolken.
Volgens de gedeputeerde van Landbouw in Limburg, Inge Moors, is van de 230 miljoen euro productiewaarde door fruitteelt in haar provincie ongeveer 150 miljoen euro afhankelijk van bestuiving door bijen. Meteen is duidelijk waarom Limburg zich net zoals Vlaams-Brabant achter het project schaart. Beide provincies tasten in de buidel voor de cofinanciering van het project. De Nederlandse steun voor het project komt vanuit Zuid-Limburg en Zeeland. Met het project is een totaalbedrag van 1,3 miljoen euro gemoeid, waarvan Europa de helft ophoest. Bedoeling is dat Vlaanderen en Nederland intensief kennis en ervaringen uitwisselen.
Fruitteler Stefan Veulemans stapt in het project omdat hij gelooft in de meerwaarde van wilde bijen voor bestuiving. “Ik doe al meer dan 30 jaar beroep op honingbijen. Bij mooi weer doen ze hun werk zo goed dat er nadien gedund moet worden maar bij slecht weer vliegen de honingbijen niet uit. De hommels die je dan kan inzetten, hebben ook hun beperkingen want op perenbomen vliegen ze bijna niet. Net zomin als honingbijen trouwens.” Stefan hoopt dat de wilde bijen die hij koestert in zijn plantages – vijf bijenhotels zijn voor meer dan de helft ‘volgeboekt’ – de leemtes zullen invullen die bijen en hommels laten. Gedeputeerde Swinnen geeft voorzichtig aan dat de bijenhotels een eerste stap zijn maar de bloemenstroken en hagen een grotere inspanning vragen. Die plant je immers aan op duur betaalde landbouwgrond. De enthousiaste fruitteler ziet daar geen graten in. Stefan beseft dat je inheemse bloeiende planten nodig hebt om voor en na de bloei van de fruitbomen een bijenvolk van voedsel te voorzien.
Dat het project om meer dan alleen bijen draait, wordt duidelijk wanneer de fruitteler wijst naar een hoge staak midden in zijn boomgaard. “De nestkast van een koppel torenvalken die hier ieder jaar vijf jongen grootbrengen”, verduidelijkt hij. Dat komt Stefan goed van pas bij de bestrijding van erg schadelijke woelmuizen. Vanuit dezelfde filosofie gaat het Proefcentrum Fruitteelt nagaan hoe je marters en wezels kan aantrekken om de muizenplaag te bestrijden. Nuttige beestjes is in het kader van dit project dus een heel breed begrip: wilde bijen, honingbijen, kleine roofvogels zoals steenuil en torenvalk, marterachtigen, enz. Monique Swinnen voegt daar de vleermuis nog aan toe vanwege zijn capaciteit om grote aantallen insecten te vangen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.