IBR-bestrijding schakelt versnelling hoger in 2018
nieuwsDe Vlaamse rundveehouders hebben samen met hun dierenartsen al een sterk parcours gelopen in de bestrijding van de dierziekte IBR. “Als we met zijn allen echt af willen van deze ziekte, dan is er nog wat werk aan de winkel”, houdt Dierengezondheidszorg Vlaanderen iedereen bij de les. Daarom zijn er vanaf 2018 enkele nieuwe maatregelen van toepassing, zoals het verplicht onderzoek van elk aangekocht rund en de beperking van de afzetmogelijkheden voor dieren die positief testen op IBR-antistoffen. Verder kunnen rundveehouders met een I2-statuut hun dieren niet meer kwijt aan IBR-vrije bedrijven van collega’s.
Sinds 2012 moet elke Belgische rundveehouder voor de dierziekte IBR het I2-gezondheidsstatuut kunnen voorleggen, wat neerkomt op verplicht vaccineren en die vaccinaties registreren. Vorig jaar startte een nieuwe fase in de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis, kortweg IBR en ook wel Canadese griep genoemd. IBR wordt veroorzaakt door een herpesvirus dat de bovenste luchtwegen van runderen aantast. Het is de bedoeling dat bedrijven die hiertegen vaccineren allen doorgroeien naar een IBR-vrij statuut.
Het statuut I3 wil zeggen dat alle runderen op het bedrijf vrij zijn van IBR. Vaccinatie is toegelaten, maar niet verplicht. I4 betekent hetzelfde als officieel vrij van IBR: alle runderen zijn seronegatief voor het wildvirus én het vaccinvirus. In dat geval is vaccinatie niet alleen overbodig maar zelfs verboden. Op termijn moeten alle IBR-geïnfecteerde dieren verdwijnen uit de Belgische rundveestapel. Ze worden opgespoord via een antistoffentest. Vandaag heeft 63 procent van de rundveebeslagen, dat zijn er ruim 8.800, een statuut I3 of I4 of het overgangsstatuut I2D. “Dit is een resultaat waar we als sector terecht trots op kunnen zijn”, communiceert Dierengezondheidszorg (DGZ) Vlaanderen zeer tevreden.
Toch zijn er nog rundveebedrijven die kunnen doorgroeien naar een hoger statuut (I3). Als stimulans voor deze bedrijven en om het risico op (her)besmetting voor de overige bedrijven te beperken, schakelt het bestrijdingsprogramma in 2018 een versnelling hoger. Vanaf 1 januari volgend jaar kunnen bedrijven met het I2-statuut enkel nog dieren verkopen aan een ander I2-bedrijf, of een gespecialiseerd afmestbedrijf, en dus niet meer aan bedrijven met een hogere gezondheidsstatus.
Voor alle bedrijven wordt het binnenkort verplicht om aangekochte dieren te laten onderzoeken. Test een dier positief op IBR-antistoffen, dan kan het alleen nog bestemd worden voor het slachthuis of een gespecialiseerd afmestbedrijf. Uiterlijk op 1 juli 2018 moeten alle I2-bedrijven ook een volledige bedrijfsscreening uitgevoerd worden. “Dat heeft tot doel om systematisch alle IBR-dragers op te sporen”, licht DGZ toe.