"Honger bestrijden is gedeelde verantwoordelijkheid"
nieuwsEr moet een wederzijdse verantwoordelijkheid groeien tussen de donorlanden en ontwikkelingslanden opdat de landbouwhulp zich beter inpast in de strategie van ontwikkelingslanden. Die moeten er op hun beurt voor zorgen dat de hulp de reële behoeften van de bevolking beter ten goede komt. Dat schrijven Jacques Diouf en Olivier De Schutter in een opiniestuk.
In de marge van de Wereldvoedseltop in Rome benadrukken nogal wat prominenten hoe schandalig het is dat de honger op onze planeet nog altijd niet uitgeroeid is. Meer dan een miljard mensen lijden honger. Bovendien hebben 2,5 miljard mensen, meer dan een op de drie dus, een tekort aan micronutriënten die onontbeerlijk zijn voor een actief leven en een optimale fysieke en mentale ontwikkeling. De tekorten aan ijzer, vitamine A en zink behoren tot de belangrijkste tien doodsoorzaken in ontwikkelingslanden.
"De Wereldvoedseltop geeft de wereldleiders een unieke kans om tot een gecoördineerde strategie te komen om daar een einde aan te maken", stellen FAO-topman Jacques Diouf en Olivier De Schutter, de Belgische VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Ze beseffen dat de vele beloftes op eerdere topbijeenkomsten niet altijd het gewenste effect hadden, dat de hulp nog altijd slecht gecoördineerd wordt en dat het globaal beheer van voedselvoorziening en landbouw nog steeds te gefragmenteerd is.
"Honger is niet alleen een technisch probleem, maar ook het gevolg van politieke keuzes die de ongelijkheid tussen en binnen landen erg hebben vergroot", benadrukken ze. "De landbouw is niet gesteund geweest zoals het hoorde, want de ontwikkelingshulp voor de agrarische sector daalde van 17 procent in 1980 tot 3,8 procent in 2006. Ook het regime voor de internationale handel, dat ontwikkelingslanden afstraft, heeft de landbouw verzwakt. Landbouw is vaak minder aantrekkelijk geworden voor de meest kwetsbare boeren in arme landen".
In veel ontwikkelingslanden is de voorbije jaren een volksverhuizing op gang gekomen, weg van het platteland. Terwijl de sloppenwijken rond de groeiende steden uitpuilen, zijn de overblijvers in rurale gebieden overgeleverd aan een magere overlevingslandbouw. "De koopkracht van grote delen van de bevolking is momenteel te laag om voedsel te kunnen kopen op de markt. Ze hebben honger omdat ze arm zijn, en ze zijn arm omdat ze al te vaak vergeten worden door het beleid".
Diouf en De Schutter willen dat het recht op voedsel centraal komt te staan in de inspanningen om de landbouw aan te zwengelen. "Het komt er op neer om de perceptie die we hebben van hongerlijders te veranderen: van kwetsbare mensen die leven van liefdadigheid tot personen met fundamentele rechten", zo luidt het. Als positieve ontwikkelingen zien ze onder meer de beloften van de G8. Maar die moeten nog wel hard gemaakt worden. "De generatie na ons zal het niet begrijpen als we falen", waarschuwen Diouf en De Schutter.
Bron: De Tijd