header.home link

Hoe zit het met de koolstofopslag in Vlaamse bodems?

26 april 2021

De Europese Unie wil met een specifieke regulering de koolstofvoorraden ‘op zijn minst behouden’. In de periode 2021-2030 moet iedere lidstaat er dus alles aan doen om zijn bestaande koolstofvoorraden intact te houden. Bij ons wil de Vlaamse overheid daarom een koolstofmonitoringsnetwerk opstarten dat de koolstofvoorraden in onze bodems systematisch evalueert. Data van verschillende vooronderzoeken lichten al een tipje van de sluier. “We weten bijvoorbeeld al dat gazons en siertuinen evenveel koolstof bevatten als landbouwgrasland en dat moestuinen dubbel zoveel koolstof opslaan ten opzichte van akkerland”, zegt Tommy D’Hose, onderzoeker bij ILVO.

Lees meer over:

Een koolstofmonitoringsnetwerk opzetten, daar komt heel wat bij kijken. “Om zo een grootschalige bemonstering beheersbaar en kostenefficiënt te houden, dient op voorhand de aanwezige variabiliteit en de hoeveelheid staalnamepunten die nodig zullen zijn om een bepaalde verandering in organische koolstof te kunnen detecteren, ingeschat te worden”, klinkt het bij de onderzoekscentra ILVO, de UGent en INBO. “Voor grasland, akkerland, bos en natuur kon dit reeds vrij nauwkeurig bepaald worden en nu hebben we ook voldoende gegevens om ook over openbaar domein en particuliere tuinen eerste conclusies te trekken.”

Bodems onder blijvend grasland kunnen evenveel koolstof opslaan als bosbodems

Volgens Europa wordt een perceel dat vijf jaar of meer een grasachtige teelt heeft, ongeacht of het gescheurd (vernieuwd) of doorgezaaid wordt, bestempeld als blijvend grasland. In Vlaanderen is ongeveer 30 procent van het landbouwareaal grasland. “In 2020 werd ongeveer 232.000 hectare aangegeven als grasland, waarvan 170.000 hectare als blijvend grasland”, weet ILVO-onderzoeker Tommy D’Hose.

Koolstofopslag gaat twee keer zo traag als koolstofverlies, daarom is het blijvend karakter van grasland zo essentieel

Tommy D'Hose - Onderzoeker ILVO

Blijvend grasland kan perfect koolstof opslaan. “Grasland heeft zelfs een even groot potentieel om koolstof op te slaan in de bodem als bos”, zegt D’Hose. Grasland slaat jaarlijks 0,5 tot 1 ton koolstof per hectare op. Het probleem is dat koolstofopslag twee keer zo langzaam gaat als koolstofverlies bij een omschakeling in landgebruik tussen akker- en grasland. Als grasland wordt omgeploegd en akkerland wordt, gaat zo’n één tot twee ton koolstof per hectare verloren. Daarom is het blijvend karakter van grasland zo essentieel.”

Gazons en siertuinen bevatten evenveel koolstof als landbouwgrasland

In het najaar van 2019 en het voorjaar van 2020 werden in 35 tuinen, geografisch verspreid over Vlaanderen, bodemstalen genomen tot één meter diep om de aanwezige koolstofvoorraden te kunnen bepalen. In iedere tuin werd daarbij een onderscheid gemaakt tussen gazon, siertuin en moestuin waarna ieder tuindeel afzonderlijk werd bemonsterd.

“De hoeveelheid koolstof die gemiddeld aanwezig was onder gazon en siertuin bleek ongeveer even groot en bedroeg respectievelijk 71 en 74 ton/ha in de 0-30cm bodemlaag”, legt D’Hose uit. “Waarden die dicht aansluiten bij wat in regel aanwezig is in landbouwkundig grasland.”

“Als aanbeveling naar het koolstofmonitoringnetwerk kunnen we stellen dat gazons en siertuinen niet afzonderlijk moeten bemonsterd worden wat de bemonstering aanzienlijk vergemakkelijkt aangezien beide tuindelen vaak gespreid en gefragmenteerd voorkomen binnen één tuin”, klinkt het.

Uitgelicht

Demir wil werk maken van beter bodembeleid

nieuws
In het denkrapport ‘Soil as natural capital’ hielden internationale experts de toestand van onze Vlaamse bodem tegen het licht. “Het verdict was helder en erg kritisch voor de evolutie van de Vlaamse...
9 maart 2021 Lees meer

Moestuinen slaan dubbel zoveel koolstof op als akkerland

In een derde van de bemonsterde tuinen was ook een moestuin aanwezig. “Uit onze meetresultaten bleek dat in moestuinen beduidend meer koolstof is opgeslagen, zo’n 98 ton/ha”, zegt D’Hose. “Ongeveer dubbel zo veel als wat in landbouwakkers wordt aangetroffen. Het quasi jaarlijks toepassen van aanzienlijke hoeveelheden structuurrijk organisch materiaal zoals compost en stalmest kan hier als voornaamste reden naar voor geschoven worden.” D’Hose merkt nog op dat er in de moestuinen geen bepalingen van stikstof en fosfor zijn gebeurd en dat er dus niks bekend is over de nutriëntenhuishouding in de moestuinen.

“Landbouwers kunnen zo veel mogelijk stabiel organisch materiaal toevoegen aan de bodem, maar zij zijn natuurlijk beperkt door de mestwetgeving op dat vlak”, gaat de onderzoeker verder. “Maatregelen als het aanplanten van groenbedekkers kunnen wel helpen om het koolstofgehalte in akkerland op te krikken.” Aangezien de koolstofvoorraden van moestuinen duidelijk groter en variabeler waren dan die van gazons en siertuinen, lijkt volgens de onderzoekers een afzonderlijke staalname aangewezen.

Alle landgebruiksvormen monitoren

Het is de bedoeling dat alle landgebruiksvormen onderzocht worden. “Dus niet enkel landbouwbodems, maar ook bos, natuur, tuinen, parken en bermen”, aldus D’Hose. “Idealiter zou het koolstofmonitoringsnetwerk dit jaar van start gaan zodat we kunnen voldoen aan de Europese rapporteringsverplichtingen (LULUCF) voor de periode 2021-2030.” Het behoud van de aanwezige koolstofstocks moet daarbij de minimale betrachting zijn. “Het monitoringnetwerk zal ons tevens in staat stellen om in Vlaanderen de werkelijke evolutie van de koolstofstromen en -voorraden in verschillende landgebruiksvormen en de beleidseffecten erop te kunnen opvolgen", besluit D'Hose.

Bron: Eigen verslaggeving / BCZ

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek