Hoe in een café in Deinze wekelijks de kippenprijs wordt bepaald tot ver buiten Vlaanderen
ReportageEen twintigtal mannen buigt zich in een donkere ruimte van een Vlaams café over kippenvlees: het doet folkloristisch aan, maar heeft relevantie tot ver over de landsgrenzen. “In landen als Nederland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk geldt de Deinze-notering als een richtlijn”, vertelt Koen Dobbels, die namens de pluimveehouders deelneemt aan de onderhandelingen met de afnemers. Beide groepen ontmoeten elkaar elke woensdagvoormiddag in een café in Deinze.
Vanaf half negen druppelen de mensen binnen in Café Palace op het marktplein van Deinze. Buiten hebben marktkramers hun kraampjes uitgestald. Met de slogan “Wees er als de kippen bij” springt het verkoopkraam met gegrilde kip het meest in het oog. Tientallen jaren lang was deze markt gevuld met levende kippen en vormde Deinze het epicentrum van de handel in braadkippen en pluimvee.
Uit deze tijd stamt ook de prijsnotering van Deinze, een fenomeen waarbij producenten en afnemers wekelijks samen de kippenvleesprijzen bepalen. “De prijzencommissie zetelt hier al 61 jaar”, vertelt Dobbels. Hij verklaart de band tussen Deinze en de pluimveesector door de aanwezigheid van talloze broeierijen en pluimveebedrijven in de regio na de Tweede Wereldoorlog.
Ook buitenland volgt Deinze-noteringen aandachtig
Waar de fysieke kippenhandel uit Deinze is verdwenen, worden de prijzen er nog steeds vastgesteld. Deze prijsnoteringen worden door 90 procent van de Vlaamse sector gehanteerd, maar gelden ook buiten Vlaanderen als referentie. “Tien minuten nadat de prijzen zijn vastgesteld, is Nederland op de hoogte. Maar ook in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Denemarken volgen ze ons op de voet”, aldus Dobbels.
De producenten verzamelen zich aan het ene uiteinde van het café, terwijl de afnemers (slachterijen en handelaren) zich in een aparte ruimte afzonderen. Nadat de aanwezigen onderling informatie uitwisselen, die van belang is voor de prijsvorming, gaan beide partijen samen zitten. “Dan worden voorstellen op tafel gelegd”, vertelt Dobbels. Hij is één van de zes onderhandelaars namens de producenten, ook de afnemers tellen zes afgevaardigden.
In de even weken komen de afnemers met een voorstel, in de oneven weken is het de beurt aan de producenten om een voorstel te doen. Op basis van deze voorstellen poneert de tegenpartij een tegenvoorstel, en kan de discussie beginnen. Tijdens deze fase mogen leden die niet tot de commissie behoren zich mengen in de gesprekken. Doorgaans wordt hier niet gediscussieerd, maar in het beste geval wel aftastend gezocht naar welke richting de prijs zal evolueren.
Deinze als kippenstad van Vlaanderen
Vervolgens trekken de aanwezigen van het café naar een zaal in het gemeentehuis van Deinze. Daar proberen zij onder voorzitterschap van een ambtenaar tot een prijsakkoord te komen. Het huisvesten van de prijzencommissie symboliseert de culturele waarde die de Oost-Vlaamse stad aan haar pluimveegeschiedenis hecht. In de gemeentezaal is het aan de 12 commissieleden. Toeristen of mensen die komen kijken, moeten zich dan stilhouden. In het café konden ze nog wel hun zegje doen.
De onderhandelingen over de lichte (reforme leghennen) en zware soepkippenprijzen (moederdieren van vleeskippen) verlopen meestal zonder grote discussie. Ook de konijnenvleesprijs wordt hier wekelijks vastgesteld. Dat is ook het geval wanneer we de nieuwjaarszitting van 14 januari bijwonen. Op dat moment houdt vogelgriep een groot deel van West-Vlaanderen in de greep. Maar de prijs van de vorige week wordt aangehouden.
Verhitte discussie over de braadkippen
Wanneer de braadkippen aan bod komen, barst een hevige discussie los. De afnemers willen drie cent van de prijs af, terwijl de producenten de status quo van de vorige week willen handhaven. “Januari is een maand met een rustige vraag. Bovendien hebben we een toestroom van onverkoopbare kippen uit de beschermingszones, de drie kilometer die rond elke nieuwe uitbraak wordt afgebakend”, argumenteren de afnemers. Dat voorstel kan op boegeroep rekenen aan de andere kant van de zaal, waar de producenten zich hebben verzameld.
Er heerst enorme stress in de pluimveehouderij door de uitbraak van vogelgriep. Nu een prijsverlaging doorvoeren zou een verkeerd signaal afgeven
Nadat er na een halfuur discussie nog geen overeenkomst in zicht lijkt, is het tijd voor de ambtenaar van de gemeente Deinze om in te grijpen. Met de woorden “de discussie zit vast, laat de fles komen” laat hij jonge jenever aanrukken. De tafel is bovendien rijkelijk gevuld met koffiekoeken. “Dat is niet elke week zo. Vandaag is het nieuwjaarszitting en dat gaat gepaard met een toespraak van de burgemeester en de schepen van Landbouw. Andere weken zitten we in een vergaderruimte met enkel balpen en papier voor onze neus” , benadrukt Dobbels.
Connecties bij slachthuizen en transportbedrijven
Waarop baseren de producenten hun tegenvoorstel? Hebben ze die voormiddag met de verkoper van de grillkippen gesproken? “Nee hoor, dat is veel te lokaal”, weerlegt Dobbels. “Je moet eerder denken aan medewerkers van slachthuizen of transportbedrijven die we 'via via' kennen. Zij kunnen bevestigen of de koelcellen echt zo vol zitten als de onderhandelaars vaak beweren. Bovendien geeft niemand van onze leden zijn of haar bronnen prijs.”
Dobbels heeft als vertegenwoordiger van een veevoederfabrikant zelf ook een goed gevoel voor de markt. De veevoederfabrikanten treden vaak als spil in de keten op. Zij fungeren als tussenschakel tussen producent en slachterij of handel, en regelen vaak de afzet naar de slachthuizen.
In anderen veesectoren wordt de prijs van bovenaf vastgelegd door de slachterijen. In Deinze hebben de producenten ook een stem
Bij de andere onderhandelaars voor de producenten vinden we nog andere vertegenwoordigers van veevoerbedrijven, net als van broeierijen. Een gepensioneerde leghennenhouder, die zijn bedrijf aan zijn twee zonen heeft overgelaten, leunt nog het meest aan bij een echte producent, naast nog één braadkippenproducent. “Het is moeilijk om nieuw bloed te vinden voor de prijzencommissie”, verklaart Dobbels, die zelf 63 is en al 15 jaar lid van de commissie.
Stress bij pluimveehouders door vogelgriep
Deze keer focussen de producenten zich in de onderhandelingen niet op de koelcellen, maar op het sentiment onder de telers. “Er heerst enorme stress in de pluimveehouderij door de uitbraak van het vogelgriepvirus. Nu een prijsverlaging doorvoeren zou een verkeerd signaal afgeven”, klinkt het.
Na nog een halfuur discussie komen de onderhandelaars uit op een prijsverlaging van één cent ten opzichte van de vorige week. “Dat is voor geen van beide partijen ideaal, maar wel aanvaardbaarder dan alle andere alternatieven”, klinkt het.
Dobbels beaamt dat de prijzencommissie met haar regels en tradities folkloristisch overkomt. Toch heeft het fenomeen een belangrijke functie in de keten, benadrukt hij. “In anderen veesectoren wordt de prijs van bovenaf vastgelegd door de slachterijen. In Deinze hebben de producenten ook een stem.” Dat draagt volgens hem bij tot een meerprijs van gemiddeld twee cent per jaar.
Telefoon roodgloeiend
Dobbels ervaart het lidmaatschap van de prijzencommissie als een eer, maar ziet ook de gevoeligheid van zijn functie. Kort na de vaststelling van de prijzen staat zijn telefoon roodgloeiend. “Het komt zelden voor dat een pluimveehouder belt uit tevredenheid. Er is meestal kritiek, vooral wanneer we hebben ingestemd met een prijsdaling of wanneer een prijsstijging te beperkt lijkt”, klinkt het. “Als vertegenwoordigers van de producenten steken wij elke week onze nek uit voor diezelfde producenten, en dit volledig onbezoldigd. In tegendeel, de koffie in de Palace betalen we zélf uit eigen zak. Dan doet het wat pijn om nadien nog kritiek te krijgen van de achterban”, besluit Dobbels.