Vogelgriepvirus breidt uit, pluimveesector kritisch over trage Franse aanpak
nieuwsHet vogelgriepvirus grijpt om zich heen in de Westhoek, in de regio Veurne-Alveringem. Getroffen pluimveehouders denken dat het virus uit Frankrijk is komen overwaaien en verwijten de Franse overheid laks op te treden. “Het duurde tien dagen voordat een bedrijf net over de grens geruimd was. Zo heeft zich een virusbom kunnen ontwikkelen”, vertelt Danny Coulier van de Landsbond Pluimvee. De sector onderzoekt of er daadwerkelijk een verband is en welke stappen het vervolgens kan nemen. De schade loopt in de honderdduizenden euro's.
Met een vermoedelijk nieuw geval van het vogelgriepvirus bij een pluimveebedrijf in Avekapelle (deelgemeente Veurne) ligt het aantal haarden in de Westhoek momenteel op zes. In de regio werd kort voor Kerstmis een eerste haard aangetroffen, in de weken erna volgden verschillende haarden, ook in Noord-Frankrijk.
Na de vaststelling van het virus wordt het getroffen bedrijf hier binnen de 24 uur geruimd door het FAVV en beschermings- (3 km) en bewakingszones (10 km) afgebakend, waar gedurende een maand beperkende maatregelen gelden. Daarmee volgt België de Europese wetgeving, die “snel en onmiddellijk” ingrijpen vereist.
“In Frankrijk lijken ze een andere definitie van snel te hebben”, aldus Danny Coulier, pluimveehouder en adviseur van Landsbond Pluimvee. Coulier doelt op de Franse aanpak bij een met vogelgriep getroffen bedrijf, net over de grens. “Na de vaststelling duurde het bijna tien dagen voordat het bedrijf geruimd was.”
Hierdoor heeft het virus zich volgens Coulier en andere betrokkenen kunnen opstapelen en is er een “virusbom” ontstaan. “Met een ongunstige westenwind kan het virus, dat niet stopt aan de grens, overwaaien naar Vlaamse bedrijven”, klinkt het.
Opnieuw vogelgriepuitbraak in West-Vlaanderen
13 januari 2026Fransen aansprakelijk?
De pluimveesector onderzoekt of er een verband is. En of er nadien vervolgstappen mogelijk zijn, mogelijk zelfs het aansprakelijk stellen van de Franse overheid. Al is dat volgens Coulier vooralsnog een brug te ver.
Door middel van genotypering kan worden vastgesteld of het virus in de Vlaamse stallen hetzelfde is als dat in de Franse stal. “Maar daarvoor moeten we eerst de Franse genotypering kennen. Dat vereist samenwerking tussen de overheden”, vertelt Wouter Wytynck, adviseur pluimveehouderij bij Boerenbond. De kwestie staat op de agenda van de volgende vergadering van VEPEK, de brancheorganisatie van de pluimvee- en konijnenhouderij.
Schade loopt op
Intussen loopt de schade in het gebied sterk op. Naar schatting 60 braadkippenbedrijven liggen in de afgebakende zones. Onder hen ook dat van Danny Coulier, die 105.000 braadkippen houdt in Alveringem. “Het is elke ochtend bang afwachten. Het eerste wat ik doe, is op afstand via de computer controleren hoe het waterverbruik is. Een verminderd waterverbruik is een indicatie van vogelgriep”, vertelt hij.
Enkele dagen voordat de eerste haard op 24 december in het gebied werd vastgesteld, had Coulier net zijn eendagskuikens ontvangen. In de afgebakende zones geldt een opzetverbod van vier weken. In deze periode mogen afgemeste kippen het bedrijf wel verlaten, maar mogen er geen nieuwe kippen worden opgezet.
De geruimde dieren worden vergoed, maar er is geen economische compensatie voor leegstand
Een andere getroffen braadkippenhouder in Veurne heeft zijn stallen juist net niet meer kunnen vullen. Het bedrijf zou op 28 december twee nieuw gebouwde stallen, naast drie bestaande, in gebruik nemen. Nadat er de voorbije weken nieuwe haarden optraden, is het eerste opzetverbod meerdere keren verlengd. Met de uitbraak van dinsdag moet de pluimveehouder, die anoniem wil bijven, opnieuw vier weken wachten.
Door deze leegloopstrategie dreigt de financiële schade in de Westhoek enorme proporties aan te nemen. “De geruimde dieren worden vergoed, maar er is geen economische compensatie voor leegstand”, benadrukt Coulier. Bij een vorige uitbraak in het gebied, twee jaar geleden, liep zijn leegstand op tot zes weken. “Dat heeft ons toen 65.000 euro gekost.”
Schade en impact in hele keten
De financiële schade en gevolgen zijn door de hele keten voelbaar. Slachterijen moeten kippen uit de drie-kilometerzone van een ander label voorzien. “In de praktijk is het heel moeilijk om dat vlees te verkopen”, vertelt Andy Cooreman van pluimveeslachterij Cooreman uit Dendermonde. Dit verklaart, samen met de lagere consumptie in januari, onder andere waarom de Deinze-notering voor braadkippen dinsdag met een cent daalde.
Daarnaast daalt ook de vleesopbrengst op gezonde bedrijven binnen de zones, doordat het zogenaamde ‘uitdunnen’ niet kan plaatsvinden. Een week voordat de braadkippen slachtrijp zijn, wordt normaal zo’n 20 procent afgevoerd naar het slachthuis om meer groeiruimte te creëren voor de resterende kippen. “Wanneer de beperkende maatregelen van kracht zijn, mogen we maar één keer laden, en dat is meestal enkele dagen vóór ze slachtrijp zouden zijn”, klinkt het.
Schuiven met eieren
Aan het andere einde van de pluimveeketen ondervinden ook broeierijen en veevoederfabrikanten hinder. Het zijn vaak de veevoederfabrikanten die de planning binnen de keten opmaken. Zij regelen dikwijls de verkoop aan slachthuizen en moeten bij het aanleveren van eendagskuikens rekening houden met de beperkingen. “De kuikens die we in de zones niet kwijt kunnen, proberen we nu onder te brengen bij andere pluimveehouders in Vlaanderen die net leegstaan. Zo verschuift de volledige planning”, vertelt Dirk Ghyselen, adviseur en planner braadkippen bij Leievoeders.
We spraken Ghyselen en de andere geïnterviewden voor dit artikel tijdens de samenkomst van de prijzencommissie in Deinze. Namens de producenten probeerde Ghyselen dezelfde braadkippenprijs te negotiëren als vorige week, maar hij slaagde hier dus niet in. “Doordat de prijs gedaald is, zal het niet eenvoudiger worden om braadkippenhouders te overtuigen om eerder dan gepland kuikens op te zetten”, besluit hij.