Grotere veestapel brengt mestbalans niet uit evenwicht
nieuwsOndanks een iets grotere veestapel was de Vlaamse mestbalans in 2013 opnieuw in evenwicht. Het mestoverschot is al sinds 2007 weggewerkt door middel van nutriëntenarme voeders, de toepassing van de derogatie, uitbreiding van mestverwerking en export. “Toch zijn de negatieve effecten van nutriënten uit bemesting nog niet van de baan. De waterkwaliteit verbetert immers niet overal voldoende snel”, houdt Ria Gielis, afdelingshoofd Mestbank bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), de landbouwsector bij de les. Om de vooropgestelde doelen te halen, zet Vlaanderen in een nieuw mestactieplan (MAP5) in op een versterkte gebiedsgerichte aanpak, waarbij in de focusgebieden met een ondermaatse waterkwaliteit strengere maatregelen worden opgelegd.
Sinds 2007 is het mestoverschot op Vlaams niveau weggewerkt. Ook in 2013 was de Vlaamse mestbalans in evenwicht, zo blijkt uit het nieuwe voortgangsrapport van de Mestbank. Nochtans steeg de veestapel licht. Zo is het aantal runderen met 0,9 procent gestegen tot 1,3 miljoen, het aantal varkens met 0,6 procent tot 6,3 miljoen en het aantal stuks pluimvee met 4,4 procent tot 29,7 miljoen. De stijging van de rundveestapel is het gevolg van de groei van melkveebedrijven die de daling van de vleesveestapel meer dan compenseert. In totaal telde Vlaanderen twee jaar geleden zo’n 37,5 miljoen dieren. In West-Vlaanderen wordt 39 procent van de totale veestapel gehuisvest.
Maximaal 116,6 miljoen kilo stikstof en 53,8 miljoen kilo fosfor kon in 2013 afgezet worden op landbouwgrond in Vlaanderen. Zonder de derogatie – de Europese uitzonderingsregel die extra afzetruimte creëert voor dierlijke mest – zou de maximale afzetruimte voor stikstof beperkt zijn gebleven tot 110,2 miljoen kilo. In de praktijk wordt niet elke vierkante meter landbouwgrond aan het maximum van de normen bemest. De reële mestafzetruimte ligt dus lager, en bedraagt volgens berekeningen 105 miljoen kilo stikstof en 45,5 miljoen kilo fosfor.
De mest die boeren niet kwijt kunnen op hun eigen grond of op de grond van collega’s die mest laten aanvoeren, wordt verwerkt. Vlaanderen telde in 2013 129 operationele mestverwerkingsinstallaties die samen bijna 35 miljoen kilo stikstof uit dierlijke mest verwerkten. Het Mestdecreet beschouwt de export van zuivere pluimveemest ook als verwerkte mest. Bovenop de verwerkte hoeveelheden werd nog eens 1,75 miljoen kilo aan ruwe varkensmest naar Nederland geëxporteerd. Die mogelijkheid bestaat sinds 2010.
Met mest wordt flink over en weer gereden: 14,5 miljoen ton dierlijke en andere meststoffen werden in 2013 vervoerd over de openbare weg. De grote volumes mest die landbouwers (laten) uitrijden op eigen grond zitten hier niet eens vervat omdat daarvoor geen transportdocumenten nodig zijn. Voor de mestbalans is het niet van belang hoeveel mest getransporteerd wordt, wel hoeveel mest er geëxporteerd wordt.
In 2013 werd er 27,6 miljoen kilo stikstof en 23,7 miljoen kilo fosfor afgevoerd buiten Vlaanderen, op basis van transportdocumenten. Meer dan twee derde van deze export gebeurt door mestverwerkers en betreft dus verwerkte mest. Een belangrijk deel van de mest (16,6 miljoen kilo stikstof) ‘verdwijnt’ tot slot door vervluchtiging: de omzetting in de vorm van onschadelijk N2-gas bij de verwerking van mest in biologieën.
Het evenwicht op de mestbalans van de jongste jaren betekent dat alle Vlaamse landbouwbedrijven in staat zijn om hun dierlijke mest af te zetten conform het Mestdecreet, rekening houdend met de mogelijkheden gecreëerd door nutriëntenbalansstelsels, de verwerking en export van mest en de extra afzetmogelijkheid door derogatie. “Uiteraard betekent dit niet dat het mestprobleem opgelost is”, tempert de Mestbank. “Een aantal landbouwbedrijven kampt immers nog steeds met een balansprobleem (mestproductie en -afzet zijn op papier niet in evenwicht, nvdr.). Daarnaast verbetert de waterkwaliteit onvoldoende snel.” Er zit voorlopig nog te veel nitraat in vier van de elf bekkens in Vlaanderen.
Het voortgangsrapport toont gelukkig een verdere verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater in 2013. "Het percentage MAP-meetpunten met een maximale concentratie boven de 50 mg nitraat is in Vlaanderen op 14 jaar tijd met 63 procent gedaald", zo staat te lezen in het rapport. Het nitraatgehalte daalt, al gaat dat niet overal voldoende snel. Tegen 2014 moest het aantal meetplaatsen met een maximum nitraatgehalte van 50 mg nitraat per liter water toegenomen zijn tot boven 84 procent. De cijfers tot en met winterjaar 2013-2014 wijzen uit dat nog 21 procent van de meetpunten boven die drempel lag. Hoewel de doelstelling niet bereikt werd, is dit het beste resultaat sinds de metingen. Volgens het kabinet van minister Schauvliege tonen de eerste metingen van 2015 een verdere verbetering. Die resultaten staan niet in het voortgangsrapport, maar in januari 2015 staat de teller op 14,5 procent overschrijdingen. In januari 2014 was dat nog 20 procent.
Het rapport verwijst ook naar het nieuwe mestactieplan voor de periode 2015-2018 (MAP 5). Daarover zegt Ria Gielis van de Mestbank: “Centraal in MAP 5 staat een geïntegreerde bedrijfsaanpak van de bemesting zodat efficiënter wordt omgegaan met meststoffen. De uitdagingen waar we bij de start van MAP 5 voor staan, zijn niet min. De Mestbank helpt landbouwers hun verplichtingen na te komen en begeleidt hen op weg naar een milieuvriendelijkere bedrijfsvoering. Veel landbouwers hebben nood aan uitleg en vooral aan verduidelijking op maat van hun bedrijf. Onze medewerkers zijn dagelijks in de weer om de landbouwers advies te geven.”
Meer info: Voortgangsrapport Mestbank 2014
Bron: eigen verslaggeving / Belga
Beeld: Loonwerk Defour