Globale toestand van natuur in Vlaanderen baart zorgen
nieuwsHet Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) tracht de toestand van de natuur in Vlaanderen te vatten in cijfers. Het rapport bespreekt 30 natuurindicatoren, van het aantal bedreigde soorten tot de oppervlakte natuur. Zo wordt duidelijk dat het verlies aan biodiversiteit in 2012 niet gestopt is. INBO adviseert om de oorzaken aan te pakken en een basisnatuurkwaliteit te garanderen in voldoende grote natuurgebieden.
De brochure 'Natuurindicatoren 2012' geeft een overzicht van de prioritair op te volgen en voor het beleid relevante indicatoren. Met de verschillende diersoorten gaat het alvast niet goed, zo blijkt. De laatste 100 jaar zijn 133 soorten die op een zogenaamde rode lijst stonden uit Vlaanderen verdwenen. Ongeveer een kwart van de soorten staat op de rode lijst omdat ze op het punt staan te verdwijnen.
Bij de dagvlinders is 65 procent van de soorten uitgestorven of (bijna) in gevaar. Het aantal overwinterende watervogels nam jaren duidelijk toe, maar loopt de laatste tijd terug. Vispopulaties worden bedreigd door stuwen en sluizen op waterlopen. Soorten uit het landbouwgebied komen steeds vaker op de rode lijst terecht. Zo worden akker- en weidevogels het slachtoffer van de intensivering en schaalvergroting in de landbouw. De dalende kwaliteit van habitats die steeds schaarser worden, geldt algemeen als oorzaak voor het verdwijnen van soorten.
Vlaanderen telt 177.424 hectare bos. In 2011 bedroeg de oppervlakte 'effectief natuurbeheer' 63.329 hectare oftewel 90 procent van de doelstelling in MINA-plan 4. Momenteel is 89.300 hectare van het Vlaams Ecologisch Netwerk afgebakend terwijl dat 125.000 hectare moet zijn. De realisatie van natuurverwevingsgebied gaat amper vooruit. Van de 38.000 hectare extra natuur en 10.000 hectare extra bos die het Ruimtelijk Structuurplan tegen 2012 wou realiseren, was vorig jaar 37 procent een feit.
De Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt soorten en habitats van Europees belang. Ongeveer een derde van de beschermde soorten bevindt zich in een gunstige staat van instandhouding, maar voor een iets groter aantal is de toestand zeer ongunstig. Bij de habitats krijgt zelfs driekwart de stempel 'zeer ongunstig'. Specifiek voor de watergebonden habitats valt er nergens beter nieuws te rapen.
Tezelfdertijd neemt het aantal uitheemse soorten die een bedreiging voor de natuur kunnen vormen, exponentieel toe. Het aantal uitheemse plantensoorten is sinds de jaren '70 verdubbeld tot bijna tien procent van alle planten. Tussen 1800 en 2012 werden ook 250 uitheemse diersoorten in Vlaanderen vastgesteld. Dit vergroot de kans op problemen met invasieve soorten die een negatieve impact hebben op ecosystemen en inheemse soorten.
Ook de klimaatverandering gooit roet in het eten. Zelfs in Vlaanderen zijn er steeds meer aanwijzigingen van de klimaatopwarming. Trekvogels komen vroeger aan uit het zuiden. Vlinders en libellen vliegen vroeger op het seizoen. Bomen en grassen produceren vroeger stuifmeel en verschillende soorten libellen zijn uit het zuiden naar Vlaanderen gevlucht. Door wijzigingen in soortengemeenschappen zullen weinig kieskeurige soorten toenemen en soorten die hoge eisen stellen aan de kwaliteit van hun habitat verdwijnen uit Vlaanderen.
INBO wijst vermesting aan als één van de belangrijkste factoren die de biodiversiteit gedurende de voorbije eeuw hebben beïnvloed. "Voor gevoelige habitats zoals sommige bossen, heiden en soortenrijke graslanden verhindert de huidige overschrijding van de kritische last een duurzaam herstel", klinkt het.
Meer info: Brochure Natuurindicatoren 2012 & www.natuurindicatoren.be
Beeld: Natuurpunt