nieuws

Geen scheurverbod voor grasstrook in vrijwillig beheer

nieuws
Bij landbouwers bestaat nog altijd de vrees dat ze grasstroken die ze aanleggen in het kader van een vrijwillige beheerovereenkomst na vijf jaar niet meer mogen scheuren. De Vlaamse Landmaatschappij stelt hen gerust op dat vlak, alvorens de ontwerpovereenkomsten te verzenden naar landbouwers die in 2014 een aanvraag voor een beheerovereenkomst indienden. Een grasstrook ligt er na afloop van een beheerovereenkomst vijf jaar, waardoor de strook de status ‘blijvend grasland onder vergroening’ verwerft. Deze grasstroken zijn echter vrijgesteld van het scheurverbod en de verplichting om (desnoods elders) opnieuw grasland in te zaaien indien de ploeg er toch wordt ingezet.
12 maart 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:20
Lees meer over:

Bij landbouwers bestaat nog altijd de vrees dat ze grasstroken die ze aanleggen in het kader van een vrijwillige beheerovereenkomst na vijf jaar niet meer mogen scheuren. De Vlaamse Landmaatschappij stelt hen gerust op dat vlak, alvorens de ontwerpovereenkomsten te verzenden naar landbouwers die in 2014 een aanvraag voor een beheerovereenkomst indienden. Een grasstrook ligt er na afloop van een beheerovereenkomst vijf jaar, waardoor de strook de status ‘blijvend grasland onder vergroening’ verwerft. Deze grasstroken zijn echter vrijgesteld van het scheurverbod en de verplichting om (desnoods elders) opnieuw grasland in te zaaien indien de ploeg er toch wordt ingezet.

Grasstroken die een landbouwer vrijwillig aanlegt in ruil voor een vergoeding – volgens de formule van een beheerovereenkomst die hij afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) – krijgen in de verzamelaanvraag de status ‘blijvend grasland onder vergroening’ bij de afloop van de beheerovereenkomst, na vijf jaar dus. Deze grasstroken kunnen op dat moment wel genieten van een vrijstelling voor het scheurverbod en de verplichting om een even groot perceel blijvend grasland aan te leggen, wanneer de Vlaamse overheid een dergelijk scheurverbod en aanlegverplichting zou instellen. De regels zijn voor dergelijke vijf jaar oude grasstroken aangelegd met een beheerovereenkomst met andere woorden soepeler dan voor ander blijvend grasland.

Wordt de verbintenis voortgezet, dan blijft de vrijstelling gelden. Alleen in het geval dat een landbouwer geen gebruikmaakt van de vrijstelling in het jaar na afloop van de beheerovereenkomst, dan vervalt de vrijstelling. Een grasstrook die aangelegd wordt op een perceel dat al voor het sluiten van de beheerovereenkomst de status blijvend grasland heeft, geniet uiteraard niet van de vrijstelling. Voor een grasstrook die is aangeduid als ecologisch kwetsbaar blijvend grasland is dat niet anders.

De vergroening uit de eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid maakt het finaal nog complex voor de boer die op zoek is naar duidelijkheid en rechtszekerheid. Dat komt omdat het behoud van blijvend grasland als één van de drie vergroeningsmaatregelen niet gans irrelevant is voor grasstroken onder beheerovereenkomst.

Dat verdient een woordje uitleg: het individueel referentieareaal blijvend grasland op bedrijfsniveau – zoals we dat nu kennen onder de randvoorwaarden – wordt na een overgangsperiode van twee jaar (2015 en 2016) losgelaten. Vanaf 2015 geldt in het kader van de vergroening een regionale benadering. Op Vlaams niveau mag het areaal blijvend grasland niet significant dalen, dat wil zeggen dat de verhouding van het Vlaamse areaal blijvend grasland ten opzichte van het totale Vlaamse landbouwareaal niet met meer dan vijf procent mag dalen in vergelijking met de referentieverhouding.

Stel nu dat dat wel gebeurt… Om het tij te keren, zal de overheid dan een algemeen scheurverbod en een verplichting tot opnieuw inzaaien van blijvend grasland afkondigen. Op dat moment kan de boer met blijvende graslandstroken die aangelegd werden met een beheerovereenkomst zich beroepen op de vrijstelling.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek