Een bijzondere boerderij in Ruiselede: "Als ik werk, peins ik er niet aan dat ik gedetineerde ben"
ReportageIn een gewone gevangenis waken de cipiers over de gedetineerden. In het Penitentiair Landbouwcentrum (PLC) in Ruiselede is dat anders. Daar waken de gedetineerden over de dieren. Elke dag staat een ploeg voor dag en dauw in de stallen tussen 220 koeien. Om boerderijtje te spelen? Nee, het landbouwbedrijf is een eigen entiteit met een budget, klanten en Holsteinrunderen die dagelijkse zorg nodig hebben. Het is zwaarder dan bezigheidstherapie, maar wie hier werkt, kan nieuwe vaardigheden leren en voorzichtig uitkijken naar een leven na de straf.
Hoewel deze landbouwarbeiders in gevangenschap leven, valt dat besef even weg wanneer ze tussen de koeien staan. De binnenkoer van de gevangenis is omgeven door hoge hekken, maar kijkt wel uit op de dieren in de stal. Wie zich kan bewijzen als goede werkkracht op de boerderij, mag aan de andere kant van de hekken aan de slag, tussen de koeien en omgeven door weidse velden. Achter het detentiecentrum ligt nog een groentetuin voor eigen keuken en 120 hectare akkerland.
Open, maar niet soft
PLC Ruiselede is een open gevangenis. Een omheining is er wel, maar die is simpel te verschalken. Toch is er niet veel drang om te ontsnappen. Integendeel: de gedetineerden hebben een heel traject doorlopen om hier te mógen zitten. Het gaat uitsluitend om veroordeelden van vaak ernstige feiten, die al een significant deel van hun straftijd doorlopen hebben. In het PLC krijgen ze de unieke kans om zich voor te bereiden op een leven buiten de muren.
De gezellige boerderijsfeer van het PLC staat echter niet gelijk aan een softe aanpak. “Gedetineerden weten dat ze moeten werken als ze naar hier komen”, zegt gevangenisdirecteur Sarah Maere. Zij overziet de penitentiaire vleugel van het centrum. Naast haar zit Danny Vande Ginste, die het landbouwluik van de gevangenis overziet. De boerderij en de gevangenis zijn officieel aparte entiteiten. Het landbouwbedrijf verkoopt zijn groenten en een deel van zijn melk aan de gevangenis. De rest gaat naar het zuivelbedrijf Campina. “De gevangenis en het landbouwbedrijf werken beiden met een apart budget”, zegt Vande Ginste. “Voor mijn part wil ik onze producten wel gratis aan de gevangenis geven, maar dat wordt in Brussel bepaald.”
“We hopen natuurlijk op een vriendenprijs”, zegt Maere. “Daarvoor moeten we soms onderhandelen.”
Een extra blik cola en toekomstperspectief
Zoals bij elke job in een gevangenis krijgen de gedetineerden ook een vergoeding voor hun werk, al is die niet te vergelijken met een ‘normale’ tewerkstelling’. Het werk leidt wel tot meer dan een extra blik cola uit de automaat. In zijn lange bestaan heeft het PLC al diverse veroordeelden op het rechte pad geholpen. “De laatste jaren zijn er zelfs een aantal mensen effectief aan de slag gegaan op een landbouwbedrijf”, zegt Vande Ginste.
De vaardigheden die gedetineerden leren op de boerderij zijn ook bij andere beroepen toepasbaar. Zowel technische vaardigheden als soft skills, een goede werkethiek en collegialiteit. “Je moet er niet aan denken om hier te niksen”, zegt Vande Ginste. “Als iemand zijn deel niet doet, zullen het in de eerste plaats de gedetineerden zijn die dat niet pikken. We rekenen ook op hen: wij houden toezicht, maar de gedetineerden houden de boerderij draaiende.”
"Kalven gebeurt altijd door de gedetineerden. We hebben bijna nooit een veearts moeten bellen omdat het fout loopt."
Net als bij het echte boerenleven is het werk niet ‘9 to 5’. Als de nachtwaker ziet dat de koeien moeten kalven, dan zullen drie vooraf aangeduide gedetineerden uit hun bed worden gehaald om dit te vergemakkelijken. “Dit gebeurt altijd door gedetineerden”, zegt Vande Ginste. “We hebben bijna nooit een veearts moeten bellen omdat het fout loopt. Sommige gedetineerden hebben al een aantal kalvingen meegemaakt. En zij leren dan aan de nieuwelingen hoe het moet. Zo gaat dat met elke vaardigheid op de boerderij.”
“Er zijn ook een aantal gedetineerden die een vorige ervaring hadden met het landbouwleven”, zegt Maere nog. “Maar voor de meesten is dit allemaal nieuw. Sommigen ontdekken hier dat ze er toch een passie voor hebben.”
“Of we het jammer vinden als een goede werkkracht wordt vrijgelaten? Soms wel”, zegt Vande Ginste.
De tractor: werktuig of vluchtrisico?
De meeste vaardigheden worden vlot aangeleerd, maar één landbouwtaak is een struikelblok: het rijden met de tractor. Alleen Belgen geboren voor 1 oktober 1982 hebben hiervoor geen specifiek rijbewijs (G) nodig. Een segment van de gedetineerden dat elk jaar vergrijst. “Dat wordt stilaan een probleem, want we hebben 120 hectare om te onderhouden”, zegt Vande Ginste. “Het gevangenispersoneel moet steeds vaker bijspringen.”
Eén keer heeft de gevangenis een jongere gedetineerde zijn rijbewijs helpen halen. “Ik ben toen met die man meegereden naar Roeselare voor de opleiding”, zegt Vande Ginste. “Voor zijn praktische proef moest hij acht uur aan een stuk rijden. De eerste vier uur heb ik erachter gereden, de rest deed hij zelfstandig. Dat is gelukt. Maar het probleem is: als je iemand opleidt, kan die voor hetzelfde geld twee weken later alweer vertrokken zijn. Ofwel vrijgelaten, ofwel overgeplaatst naar een andere gevangenis omdat ze iets dom hebben gedaan.”
Misschien hebben sommige gedetineerden er al over gefantaseerd om de tractor te gebruiken als vluchtwagen, maar dat is nog niet gebeurd. “In al die jaren nog nooit”, zegt Maere. “We zijn een open gevangenis, maar we merken dat de drempel hoger is om te vluchten, dan om simpelweg niet terug te keren uit verlof. Dat gebeurt wel eens, zoals bij elke gevangenis. We proberen zulke zaken ook in te schatten alvorens een gedetineerde naar buiten gaat voor zijn verlof. Iemand die ons vertrouwen niet beschaamt, mag meer.”
Toch gebeurt het soms dat een gedetineerde probeert te vluchten. “Soms één op een jaar, soms drie, maar nu al een hele tijd geen”, zegt Maere. “Sinds kort is het strafbaar geworden om de gevangenis te ontvluchten. Vroeger was dat niet het geval, al werd je wel bestraft voor de feiten die je pleegt tijdens je vlucht. Als je bijvoorbeeld nog kledij draagt van de gevangenis, dan is dat diefstal.”
Risico's en dierenliefde
Een ander belangrijk vraagstuk is het gevaarlijk materieel op de boerderij. “Twee jaar geleden was iemand aan het rijden met zijn machine en heeft schade gemaakt met de arm”, zegt Vande Ginste. “Recenter is er een deur beschadigd. Maar het gaat altijd om materiële schade, nog nooit lichamelijk.”
Ook op fysieke agressie wordt er grondig gescreend. “Als we het gevoel hebben dat iemand niet veilig werkt, grijpen we snel in”, zegt Maere.
“We hebben een keer een goeie werkkracht gehad. Hij kwam van een landbouwbedrijf en werkte alsof hij alleen op de boerderij was. Hij dacht altijd dat hij voorrang had en reed veel te snel. Dat kan natuurlijk niet”, zegt Vande Ginste.
Wat niet valt aan te leren, is een liefde voor de dieren. Die is er bij de meeste gedetineerden. “Ze zijn er zeer mee begaan”, merkt directeur Maere op. “Ik geloof dat werken met dieren heilzaam werkt. Niet elke gedetineerde heeft de nodige voeling met de koeien, maar het is wel iets wat we verwachten van al wie voor dit werk kiest.”
Leven op het ritme van de koeien
Binnen de selectieprocedure wordt ook gekeken naar het psychologische profiel van een gedetineerde. Zware feiten zoals moord of pedofilie betekenen niet noodzakelijk uitsluiting. Vluchtgevaar of grote psychiatrische problematieken dan weer wel. “Een stevige selectieprocedure heb je bij elke open gevangenis”, zegt Maere. “Ze moeten geschikt zijn om in groep te leven en niet te veel agressie hebben vertoond in andere gevangenissen. En dat blijft hier gelden. Lukt het niet, dan worden ze afgezet.”
Er is een stevige selectieprocedure: Ze moeten geschikt zijn om in groep te leven en niet te veel agressie hebben vertoond in andere gevangenissen
“Meestal beginnen ze in den hof”, zegt Vanden Ginste. “Daar zie je al snel welk vlees je in de kuip hebt. Of het werkers zijn met oprechte interesse. Sommigen moeten een tandje bijsteken, en als dat niet lukt, dan stopt het ook.”
De hardste werkers, die blijven over. “Vaak vragen ze me zelfs of ze hun lunch kunnen krijgen op de boerderij, zo moeten ze niet terug naar de refter en verliezen ze minder tijd”, zegt Vande Ginste. “De groep melkers is een groep van slechts vijf gedetineerden, en door het ritme waarop ze werken zijn ze altijd wat apart van de rest. Maar je merkt dat ze onderling een goede band scheppen. Ze leven op het ritme van de koeien.”
“Veel gedetineerden vragen om zeven op zeven te werken, maar dat mag niet omwille van de arbeidsduur”, zegt Maere. “Waarom ze liever langer zouden werken? Niet alleen omdat ze dan meer verdienen, maar ook omdat het hen bezighoudt.”
“Je hebt mensen die om zeven uur op het veld staan en pas ’s avonds om acht uur dertig weer naar binnen gaan”, zegt Vande Ginste. “Er wordt hier heel veel werk verzet.”
Boerenleven na de cel
De vraag rijst in welke mate die motivatie zich vertaalt naar een job in de echte wereld. “Dat soort begeleiding gaat uit van de VDAB, maar we hebben ook de PSD, de psychosociale dienst. Zij werken naar reklassering toe, het zoeken van werk, een woonst, enzovoort. Onze begeleider Kaat heeft intussen al haar contactpersonen. Inagro bijvoorbeeld heeft wel eens vacatures voor hen. Meestal begint dat met een stage van een week of twee. Is er een klik, dan gaan ze verder met een IBO-contract van zes of drie maanden. Zulke contracten zijn voordelig voor de werkgever, om de risico’s wat te minderen.”
Het enige waar de potentiële werkgever geen inkijk in krijgt, is het verleden van de gedetineerde. “Als de gedetineerde dat wil kan hij dat zelf vertellen, maar wij mogen niet meedelen voor welke straf ze gezeten hebben. Zeker niet zonder hun toestemming.”
Kameraadschap
Bij een wandeling op het erf passeren Maere en Vande Ginste een deel van de werkploeg. Twee mannen nemen kolderiek elkaars hand vast om de goede sfeer te demonstreren. Een scherts, maar er is wel een duidelijk kameraadschap ontstaan tussen de werkkrachten op de boerderij. “Heb je onze nieuwste stier al gezien?”, grapt een gedetineerde over zijn struise compagnon.
In een gesprek met de gedetineerden komt al snel naar voren waarom ze zo genieten van het landbouwwerk. “Omdat je buiten kan werken, in de natuur, onder de dieren. Ik vind het geestig om dit soort werk te doen, ook omdat ikzelf van een boerderij afkomstig ben. Maar ik leer elke dag nog bij. Werken in de melkput, kalven, medicatie toedienen, de ziektes waarnemen,...”
Een gedetineerde rijdt met een tractor. Dat doet hij volleerd, al zijn ook zaaien en ploegen stielen die hij pas recent heeft geleerd. “Ik heb in het verleden gewerkt voor een organisatie waarbij ik insprong voor veehouders die in verlof zijn of gekwetst.”
Een andere gedetineerde met een verleden als grondwerker mag eveneens de tractoren bedienen.
De toekomst? Die speelt met de invrijheidstelling in zicht ook al een beetje mee. “Ja, absoluut. Bij een boer werken zou ik zien zitten”, zegt een gedetineerde. “Of als loonwerker.”
Een andere gedetineerde is koeienjager: hij brengt de dieren telkens naar de melkput en terug. “In het begin moeten de koeien je leren kennen. Maar op den duur zien ze je hen en zetten ze zich al recht.”
"Als je goed werkt, gaan mensen je niet beoordelen"
Of werkgevers de gedetineerden na hun straf een kans zullen geven, dat is afwachten. “Mensen gaan natuurlijk curieus zijn naar je verleden”, zegt een gedetineerde. “Na een tijd vertel je wel waarom je hebt binnen gezeten. En wat je de laatste jaren hebt gedaan. Als je een goede werker bent en je doet je job goed, gaan mensen je er niet op beoordelen, is mijn indruk.”
“Maar je moet willen werken”, zegt de ander. “En interesse hebben ook. Dat is niet bij iedereen zo, maar binnen zitten op sectie vind ik niet plezant. Ofwel vind je mij op de fitness, ofwel op de boerderij. Als ik aan het werk ben, dan peins ik er niet meer aan dat ik gedetineerde ben.
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: VILT