EU vond minder verboden stoffen in dierlijke producten
nieuwsMet een extra jaar vertraging rapporteert voedselveiligheidsautoriteit EFSA over de aanwezigheid van residuen van diergeneesmiddelen en andere ongewenste stoffen in vee en dierlijke producten. Op een totaal van bijna 737.000 staalnamen in 2014 dook in 0,37 procent van de gevallen een probleem op. Dat is iets meer dan in de zeven voorgaande jaren, toen het aantal niet-conforme stalen schommelde tussen 0,25 en 0,34 procent. Anderzijds zijn de testresultaten nog nooit zo goed geweest voor de aanwezigheid, of beter gezegd afwezigheid, van verboden substanties. Wat wordt dan wel iets vaker aangetroffen? Natuurlijke gifstoffen die gevormd worden door plantenschimmels en sporen van zware metalen.
Ieder jaar rapporteert EFSA over het residuonderzoek in vee, vlees en andere dierlijke producten. Dat gebeurt met een extra jaar vertraging zodat de meest recente resultaten die van 2014 zijn. Toen werd 737.000 keer staal genomen, minder frequent dan de circa één miljoen keer in 2013. Onderzoek bracht sporen van verontreiniging aan het licht in 0,37 procent van de staalnamen. EFSA specifieert het probleem: resorcylezuur lactonen, mycotoxinen en zware metalen komen vaker voor terwijl verboden (hormonale en andere) stoffen minder teruggevonden werden.
De meeste stalen zijn genomen bij dieren en dierlijke producten van eigen bodem. Ongeveer 4.100 keer werd er controle uitgevoerd op import van dierlijke producten. De aard van de gecontroleerde producten is heel divers: levend vee, vlees, melk, eieren, honing, jachtwild en gekweekt wild. De Europese Commissie legt op het niveau van de lidstaten vast hoe frequent er stalen genomen en onderzocht moeten worden. Ongeoorloofde stoffen, residuen van geneesmiddelen of andere chemische contaminanten kunnen immers een gevaar inhouden voor de volksgezondheid.
Het zijn de lidstaten die zelf instaan voor de monitoring en rapportering aan Europa. EFSA zegt de resultaten met de nodige voorzichtigheid te interpreteren omdat de cijfers niet zonder gebreken zijn. Bij varkens was er bijvoorbeeld een relatief hoog aantal positieve stalen voor hormonale stoffen, maar men wijt dit aan lichaamseigen productie. Het is geweten dat hormonale stoffen van endogene oorsprong kunnen zijn, bijvoorbeeld in het geval dat varkens stress ervaarden bij de aflevering aan het slachthuis. In eigen land werd de monitoring van de verboden ontstekingsremmer prednisolone om die reden bijgestuurd.
Nemen we er voor het jaar 2014 waarover EFSA rapporteert het activiteitenverslag van het Voedselagentschap bij, dan hebben we specifiek de resultaten voor de controles in ons land. Het FAVV neemt monsters op veebedrijven, in slachthuizen, van ingevoerde producten en soms ook in voedingsindustrie en retail. De testresultaten wijzen op een hoge graad van conformiteit: 97,9 procent voor residuen van diergeneesmiddelen in dierlijke producten en 99,9 procent voor verboden stoffen. Bij drie runderen van eenzelfde bedrijf werden androgenen aangetroffen. Meestal waren het sporen van antibiotica en antiparasitaire middelen die het agentschap ertoe aangezet hebben om vlees of andere dierlijke producten ongeschikt voor consumptie te verklaren.
Meer info: EFSA