Daling bietenareaal brengt loonwerkers in de problemen
nieuwsDe federatie van loonwerkers Landbouwservice vraagt aandacht voor de kwetsbare en afhankelijke positie van loonwerkers die gespecialiseerd zijn in de bietenteelt. Zij zijn rechtstreeks de dupe van de daling van het bietenareaal. Hierdoor hebben ze minder werk hebben dat bovendien in een kortere periode moet worden uitgevoerd. Waar landbouwers in theorie nog kunnen kiezen voor een andere teelt, kunnen loonwerkers dat niet. “Wij zijn een onmisbare schakel in de keten, maar we worden nauwelijks gehoord.”
De suikersector kampt al enige tijd met een zeer slechte prijsvorming en luidde vorig jaar meermaals de alarmbel. Als gevolg van de lage bietenprijs heeft Tiense Suikerraffinaderij het gecontracteerde areaal dit jaar met 25 procent verminderd en ook Iscal Sugar heeft haar telers geadviseerd om minder bieten te zaaien.
De crisis in de suikersector wordt misschien wel het hardst gevoeld bij de loonwerkers. Hoewel er momenteel weinig rendabele alternatieven zijn, kunnen landbouwers in theorie kiezen voor een andere teelt. “Wij kunnen dat niet”, vertelt Eveline Vanderroost van loonwerkbedrijf AGRI Vanderroost. Het bedrijf uit Herne is gespecialiseerd in suikerbieten en granen. “Wij hebben ons machinepark afgestemd op de suikerbieten. We kunnen niet zomaar overschakelen naar maïs of industriegroenten”, vervolgt ze.
Minder werk, zelfde kosten
Een verlaging van het areaal wordt door AGRI Vanderroost door het jaar meermaals gevoeld. “We hebben minder zaaiwerk, minder sproeiwerk en minder rooiwerk. De vaste lasten blijven echter hetzelfde. We hebben twee mensen in dienst en de financiering van de machines gaat door.”
Voor bedrijven zoals AGRI Vanderroost komt Landbouwservice op, de federatie voor loonwerkers. De belangenorganisatie stelt dat de financiële stabiliteit van deze bedrijven in gevaar komt en dat daardoor op termijn ook de bietensector zelf in de problemen kan komen. “Wij zijn een onmisbare schakel in de sector. Als je een schakel uit een ketting haalt, breekt de ketting.”
Volgens Landbouwservice vereist het beroep niet alleen zeldzame technische expertise, maar ook zeer specifieke en dure machines. “Een bietenrooier kost vandaag meer dan 750.000 euro. Daar komen nog eens tienduizenden euro’s bij om de machine aan te passen voor het rooien van cichorei. Dat zijn investeringen die een afschrijvingstermijn van minstens zeven jaar vereisen. Het is dus essentieel om productiegaranties te hebben voor een lange periode.”
Die financiële stabiliteit komt echter onder druk te staan door de daling van het areaal. “Machines kunnen daardoor niet langer de volumes halen die bij de aankoop werden ingecalculeerd”, klinkt het.
Afhankelijkheid in bietenteelt groter dan in aardappelteelt
De gespecialiseerde loonwerkbedrijven bevinden zich in een afhankelijke positie. Er zijn in Vlaanderen twee verwerkers: Tiense Suikerraffinaderij en Iscal. Zij bepalen via contracten het areaal. In sommige regio’s zijn de loonwerkers zelfs afhankelijk van een van deze twee afnemers.
Ook in de aardappelteelt zijn verwerkers en hun contracten bepalend voor het areaal, maar daar kunnen landbouwers nog kiezen om voor de vrije markt te telen. “Daardoor is in de suikerbietenteelt elke industriële beslissing van structureel belang, en zelfs bepalend voor het voortbestaan van hun activiteit”, klinkt het bij Landbouwservice.
Naast de financiële druk neemt ook de organisatorische druk toe. “Doordat het suikerbietenareaal afneemt, worden de campagnes korter. Dat betekent dat wij hetzelfde werk in een kortere periode moeten uitvoeren, wat problemen kan geven met onze planning”, legt Vanderroost uit.
Meer betrokken bij planning
Door de grote afhankelijkheid van de industrie zouden loonwerkers volgens Landbouwservice meer gehoord moeten worden. De organisatie stelt dat de algemene coördinatie beter kan. “Bij de planning van suikerbieten en cichorei en bij de regionale spreiding ontbreekt het nog aan structureel overleg met de loonwerkers. Daardoor komt het geregeld voor dat bietenrooiers in een bepaalde regio op volle capaciteit draaien, terwijl in een naburige regio meerdere machines ongebruikt blijven.”
De belangenvertegenwoordiger pleit voor een constructieve dialoog met de industrie, de telers en de overheid. “Ons doel is om het beroep veilig te stellen en bij te dragen aan een efficiëntere organisatie van de sector." Landbouwservice somt op wat nodig is: een betere coördinatie van het rooien tussen regio’s en tussen gewassen, een officiële erkenning van hun rol in de waardeketen, een evenwichtig kader voor compensatie bij mislukte oogsten, en een reële rekening met de stijgende kosten van materiaal, arbeid en energie.”
“Subsidie verstoort markt en impacteert hele keten”
Eveline Vanderroost sluit zich aan bij de vraag van Landbouwservice om meer gehoord te worden en wijst op de kwetsbare positie van loonwerkers in het algemeen. Waar voor landbouwers beschermingsmechanismen bestaan, zoals bijvoorbeeld het rampenfonds, geldt dat voor loonwerkers veel minder. Daarnaast krijgen loonwerkers geen subsidies, zoals bijvoorbeeld de VLIF-steun, waarmee boeren zich kunnen aanpassen aan de veranderende markt of de wet- en regelgeving.
De loonwerkster benadrukt dat ze niet per se pleit voor een uitbreiding van het subsidiesysteem naar loonwerkers. “Maar subsidies kunnen wel leiden tot een verschuiving van de markt, waar toeleveranciers de dupe van kunnen worden.”
Als voorbeeld verwijst ze naar gesubsidieerde faunamengsels waarmee de overheid de biodiversiteit wil verhogen. “Dat is een prikkel voor landbouwers om faunamengsels te zaaien, maar dat gaat ten koste van andere gewassen waarvan een hele waardeketen afhankelijk is”, besluit ze.