Controles en staalnamen vergrendelen voedselveiligheid
nieuwsDe controles door inspecteurs van het Voedselagentschap zijn het sluitstuk van de voedselveiligheid in ons land. Bij de voorstelling van de jaarcijfers legde FAVV-bestuurder Herman Diricks de nadruk op wat daar allemaal aan voorafgaat: autocontrole door 23.151 bedrijven uit de voedselketen, het continu opleiden van de werknemers die door hun dagelijks handelen de voedselveiligheid moeten garanderen, extra begeleiding voor kleinschalige operatoren, enz. De basisopdracht van het FAVV blijft evenwel controle, een taak die het agentschap vorig jaar 57.690 keer ter harte heeft genomen. Meestal met gunstig resultaat, wat bevestigd wordt door de hoge conformiteit van staalnames van voedingswaren.
De resultaten in het jongste activiteitenverslag (2015) van het Voedselagentschap liggen in de lijn van het jaar 2014. “De sectoren die het de vorige jaren al uitstekend deden zoals de toelevering, de landbouwsector en de verwerking blijven het verder goed doen”, zegt gedelegeerd bestuurder Herman Diricks. “Voor de detailhandel, de horeca, de grootkeukens, kortom de directe leveranciers aan de consument zien we een verbetering ten opzichte van 2014. Willen we hen tot op het niveau van de andere sectoren brengen, dan zijn er duidelijk nog inspanningen nodig.”
De cijfers uit het activiteitenverslag illustreren dat. Het aantal controles met gunstige afloop verhoogt met 0,4 procent. De verbetering situeert zich aan het eind van de voedselketen: bij de grootkeukens (+3,2%), horeca (+1,1%), detailhandel (+1,4%) en groothandel (+2,2%). Dat komt nog sterker uit de verf in de gunstige controleverslagen voor infrastructuur, inrichting en hygiëne. Verbeterpunten die de CEO van het FAVV nog ziet, zijn de klassieke fouten tegen het respecteren van de koude keten, hygiëne en de houdbaarheidsdatum van voeding. Om dit op te lossen, zijn volgens Diricks geen grote investeringen in infrastructuur nodig maar wel de bereidheid om tijd te investeren in vorming van het personeel.
In de landbouwsector, de toelevering aan landbouw en de voedingsindustrie is er veelal sprake van een stagnatie of lichte achteruitgang van het aantal gunstige controles. Een ongunstige controle lokt een tweede bezoek van de inspecteur(s) van het Voedselagentschap – uit veiligheidsoverwegingen komen ze vaak per twee – maar eindigt slechts in een beperkt aantal gevallen in een proces-verbaal. “We controleren opnieuw en opnieuw tot het in orde is zodat we korter op de huid zitten van de operatoren die het minder goed doen”, aldus Herman Diricks. Controles gebeuren steeds aan de hand van een checklist die voor de operatoren uit de voedselketen net zo goed beschikbaar is als voor het personeel van het FAVV. Ook de resultaten van een controle zijn publiek beschikbaar. Sedert de zomer van 2015 communiceert het agentschap op een heldere manier over goed en minder goed presterende bedrijven via de website Foodweb.
De wijze waarop het Voedselagentschap autocontrole aanmoedigt – met een fikse korting op de jaarlijkse heffing en de belofte van minder controles –, lijkt te renderen. “Het aantal bedrijven met een autocontrolesysteem blijft toenemen”, aldus Diricks. “Bovendien scoren in elke sector de bedrijven die over een dergelijk systeem beschikken systematisch beter. Toch blijft het noodzakelijk dat het Voedselagentschap ook die bedrijven nog controleert, weliswaar met een lagere frequentie.” Bij de 23.151 bedrijven die eind vorig jaar aan autocontrole deden voor al hun activiteiten zijn 18.619 landbouwers. Ook 2.337 handelszaken, 664 voedingsbedrijven en 697 horecazaken beschikken over een gevalideerd autocontrolesysteem. Tussen 2007 en 2015 is het aantal gecertificeerde ondernemingen toegenomen van 3.305 naar de meer dan 23.000 die het er nu zijn.
Controles en inspecties zijn niet de enige inspanning die het FAVV levert om de veiligheid van de voedselketen te verbeteren. In 2015 werden er 337 opleidingssessies georganiseerd die samen meer dan 9.400 deelnemers lokten. Sedert 2009 zijn er door een volgehouden inspanning op vlak van voorlichting reeds 50.000 mensen bereikt die professioneel actief zijn in de voedselketen. De CEO ziet dit als een inspanning in een vroege fase om ervoor te zorgen dat de voedselketen goed functioneert. Informeren doe je aan het begin van de rit, controleren op het eind. Het sluitstuk van de voedselveiligheid in ons land zijn de staalnamen van voedingswaren. In 2015 gebeurden er 88.108 analyses, waar dat er in 2014 maar 67.852 waren.
Het aandeel conforme resultaten is zelfs nog iets verbeterd: van 95,3 naar 96,5 procent. Het best scoren de analyses op dioxines en pcb’s (100% conform) en PAK’s (100%). Ook diergeneesmiddelen en verboden stoffen werden nooit aangetroffen waar het niet hoort. Van de 3.799 analyses op gewasbeschermingsmiddelen respecteerde 97 procent de toegelaten residunormen. In geval van een non-conformiteit gaat het Voedselagentschap over tot actie. Vaak kan het agentschap zich beperken tot een waarschuwing. Het bedrag aan administratieve geldboeten schommelt meestal rond de drie miljoen euro en klokt in 2015 af op 3,38 miljoen euro. Vorig jaar moest 6.391 keer een proces-verbaal opgesteld worden. Tot een tijdelijke sluiting van een zaak werd 106 keer overgegaan.
Iets meer dan 1.500 keer was een inbeslagname het meest adequate antwoord op een specifieke bedreiging voor onze voedselveiligheid. Granen, die in grote volumes verhandeld worden en ons land bereiken via de havens, waren het grootste voorwerp van een inbeslagname. Behalve granen (12.489 ton) worden bijvoorbeeld ook meststoffen (138 ton), vlees (60 ton), planten en hun vermeerderingsmateriaal (30 ton) en diervoeder (28 ton) uit de markt genomen. De in tonnage uitgedrukte volumes lijken groot maar vertegenwoordigen relatief weinig 'vangsten' als je weet dat graan per schip vervoerd wordt en diervoeder per vrachtwagen.
Meer info: Activiteitenverslag FAVV
Beeld: Frigilunch