header.home link

Bio zoekt Keten: ruimte in België voor biovarkens en biokippen

14 september 2020

Waar de biologische markt in België al vele jaren groeit met meer dan 10 procent per jaar, blijft de markt voor biovlees een kleine gespecialiseerde markt. Toch ziet Paul Verbeke van ‘Bio zoekt Keten’ kansen voor pluimveehouders, varkenshouders en konijnenhouders die willen overschakelen naar de biologische productiewijze. Voor biologisch rundvlees lijkt de afzet minder vanzelfsprekend. Belangrijk knelpunt blijft de slachtcapaciteit voor biologische dieren. Dat blijkt uit een rapport over de markt voor biologisch vlees in Vlaanderen en Europa.

Lees meer over:

Vandaag is 3,4 procent van alle verkochte voeding in België van biologische kwaliteit. “Maar in vergelijking met andere productcategorieën blijft de markt voor biovlees eerder beperkt. Een verklaring hiervoor ligt waarschijnlijk bij de relatief hoge prijs van biologisch vlees en de bewuste keuze van vele bioconsumenten om minder vlees te eten omwille van ecologische, ethische en gezondheidsredenen”, verduidelijkt Verbeke in het rapport.

Op vlak van biovlees is het in België vooral Wallonië dat een rol van betekenis speelt omdat er in de biosector hoge eisen worden gesteld op het vlak grondgebonden productie en noodzakelijke uitloop. “De reden hiervoor is het extensieve karakter van de biologische veehouderij in Wallonië. Dat vraagt veel land om enerzijds de mest af te zetten en om de uitloop te kunnen organiseren. Die hoeveelheid land is vaak niet aanwezig in Vlaanderen of is relatief duur”, luidt het.

Biovarkens

Wat de biovarkenshouderij betreft zien we dat die vooral in Wallonië worden gehouden. Vanaf 2014 is de productie in Vlaanderen wel gestaag gaan toenemen, terwijl de biologische varkensstapel in Wallonië tussen 2010 en 2016 sterk is achteruitgegaan. Volgens experts heeft dit te verklaren door een gebrek aan knowhow en de beperkte rendabiliteit in de sector. “Hoge voederprijzen en voederconversies worden onvoldoende gecompenseerd door goede verkoopsprijzen van de biovarkens”, stelt Bio zoekt Keten.

Vanaf 2016 gaat het aantal biologisch gehouden varkens in Wallonië er opnieuw op vooruit. Dat zou het gevolg zijn van een toenemende marktvraag en een project dat ter promotie van de Waalse biovarkenshouderij werd gevoerd. Als gevolg daarvan werd ook een Waalse producentenorganisatie voor biologische varkenshouders opgericht. Recente cijfers tonen aan dat de Waalse biovarkensstapel in 2019 opnieuw gedaald is.

Vandaag is er een tekort van ongeveer 100 biologische Belgische vleesvarkens per week.

Paul Verbeke - Bio zoekt Keten

De biologische varkensketen is sterk verticaal georganiseerd met twee Waalse spelers die het grootste deel van de productie van biggen tot en met aanlevering van versneden en verpakt vlees aan groothandels en supermarktketens. In 2019 is ook het bedrijf BioVar.be gestart met de productie en ketenorganisatie voor biologische varkens, in nauwe samenwerking met supermarktketen Colruyt.

Sinds lange tijd is er een gunstige markt voor biologisch varkensvlees, maar Paul Verbeke meent dat nuance nodig is. “Het gaat om een hele kleine markt, ongeveer 0,2 procent van de Belgische varkensstapel”, benadrukt hij. In 2012-2013 was er een tijdelijk evenwicht tussen vraag en aanbod, maar nadien ontstond opnieuw een tekort. Vanaf 2017 was er een Europees overaanbod, met druk op de prijzen. Dat overaanbod was vooral een gevolg van de omschakelsubsidie die de Deense overheid aan haar landbouwers gaf. In de zomer van 2019 is er opnieuw sprake van een prijsstijging.

Vandaag schat Bio zoekt Keten dat er een tekort is van ongeveer 100 biologische Belgische vleesvarkens per week is. De prijs voor biologische vleesvarkens bedraagt 3,80 à 3,85 euro per kilo geslacht gewicht. Biggen van zes weken worden verkocht aan 80 euro en zeugen worden 2,15 euro per kilo betaald.

Braadkippen

De sector van de biologische slachtkippen is een goed georganiseerde keten. “De verschillende schakels werken nauw samen om een continue aanvoer van biologisch kippenvlees te verzekeren”, klinkt het. Zo wordt er gewerkt met speciaal geselecteerde rassen die aangepast zijn aan de biologische productie. Het gaat om rassen die traag groeien en die slachtrijp zijn op 70 dagen. Er mag ook met andere rassen gewerkt worden, maar dan schrijft het biologisch lastenboek voor dat ze pas op 81 dagen mogen geslacht worden en dat zorgt ervoor de dieren vaak te zwaar worden (meer dan 4 kilo).

De slachterij organiseert vervolgens de verkoop, hoofdzakelijk via supermarktketens. Een vaste voederleverancier moet een constante voederkwaliteit kunnen garanderen en is nuttig om betere afnamecondities te kunnen bedingen. De telers werken op basis van een contract met de ketenorganisator. Gezien de specifieke randvoorwaarden bij de productie van biologische vleeskippen, heeft dit zijn voordelen. Zo moet de stal na elke ronde minimaal bijvoorbeeld drie weken leeg blijven om de aanwezigheid van eventuele ziektekiemen te drukken.

Biologisch pluimvee wordt hoofdzakelijk via de grootdistributie afgezet en in mindere mate via de gespecialiseerde natuurvoedingswinkels. Naast eigen Belgische productie wordt ook heel wat pluimveevlees ingevoerd uit Frankrijk. Een probleem is wel dat de vraag naar kipfilet merkelijk hoger is dan de vraag naar vleugels, benen en ruggen. Die laatsten worden soms gedeeltelijk in het gangbare circuit verkocht. Dat wordt opgevangen door een relatief hogere prijszetting voor kipfilet. Er wordt ook kippenvlees verwerkt tot worst en gehakt.

De vleeskippenprijs aan de boer is contractueel vastgelegd en gekoppeld aan de voederprijs. Die was einde 2019 ongeveer 2,25 euro per kilo levend gewicht. Ter vergelijking: de prijs voor gangbare braadkippen was in 2015 gemiddeld 0,98 euro per kilo levend gewicht. De winkelprijs voor biokip is 9 tot 10 euro per kilo geslacht gewicht. De vraag naar biologisch pluimveevlees neemt al lang toe. In die mate zelfs dat er ruimte is voor ongeveer 10 bijkomende pluimveehouders met telkens een stal tot 4.800 dieren. “Belangrijke factoren die bij een eventuele omschakeling moeten overwogen worden is dat het bedrijf grondgebonden moet werken en dat een uitloop mogelijk moet zijn”, zegt Verbeke.

Sinds enkele jaren is ook de kleinschalige productie van biologische vleeskippen toegenomen. Het gaat meestal om bedrijven die rechtstreeks aan consumenten verkopen. De productie varieert van enkele tientallen kippen tot enkele honderden per ronde, waarbij 1 tot 2 rondes per jaar worden uitgevoerd. Het houden van minder dan 200 kippen is wettelijk toegelaten zonder vergunningen. Tot 7.500 kippen kunnen de dieren op de boerderij zelf geslacht worden, zonder erkenning van het Voedselagentschap.

Rundvee

Bij runderen is er een onderscheid tussen reforme (dieren die niet langer gebruikt worden voor de melkproductie) en echte vleesrunderen. Bij deze reforme koeien is de vleesaanzet eerder beperkt. Deze dieren worden in belangrijke mate in het gangbare circuit afgezet. Toch ziet Bio zoekt Keten dat er op dit moment een toegenomen vraag is naar reforme koeien voor biologische verwerking. “Een belangrijk deel van dit vlees wordt gebruikt voor worst en andere vleesbereidingen”, klinkt het.

Bij de vleesrunderen gaat het hoofdzakelijk om de Franse rassen Blonde d’Aquitaine en Limousin. Vlaamse biologische vleesveehouders werken vaak via een systeem van directe afzet, waarbij de dieren worden geslacht in een slachthuis naar keuze. Enkele gecertificeerde beenhouwers hebben een systeem waarbij het vlees centraal wordt versneden en in porties verpakt. Consumenten kunnen dan op een vooraf afgesproken tijdstip een vleespakket afhalen bij de vleesveehouder.

In tegenstelling tot de ketens voor vleeskippen en varkens is de markt voor biologisch rundvlees weinig gestructureerd.

Paul Verbeke - Bio zoekt Keten

In tegenstelling tot de ketens voor vleeskippen en varkens is de markt voor rundvlees weinig gestructureerd. Runderen worden door handelaars voor een groot deel op de vrije markt aangekocht. De “Groupement de Viande Biologique d’Origine Belge” (GVBOB) is een Waalse coöperatie van biologische rundveehouders die zich verenigd hebben om de afzet van biologisch rundvlees te verbeteren. In samenspraak met een supermarktketen wordt een prijs vastgelegd voor de geleverde runderen die voldoen aan de specifieke eisen van het lastenboek van de supermarkt.

Konijn

Uit een rondvraag blijkt dat er een relatief zekere afzetmogelijkheid is binnen België van zo’n 100 vleeskonijnen per week. Vandaag is het aantal biologische konijnenhouders erg beperkt. Ook in het buitenland zijn er weinig biologische konijnenhouders. Er zijn wel enkele voorbeelden in Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. De geslachte konijnen kunnen naar alle waarschijnlijkheid in hun geheel verkocht worden. Eventuele overschotten kunnen dienen voor paté.

“Op dit ogenblik is er echter nauwelijks aanbod. Het lijkt niet eenvoudig om biologische konijnen te kweken. Konijnen zijn bijzonder ziektegevoelig en hebben een zeer gevarieerde stalomgeving in liefst drie dimensies nodig om zich diereigen te kunnen gedragen. En ook vrije uitloop is niet eenvoudig omdat de dieren diepe holen graven en op die manier kunnen ontsnappen”, aldus Bio zoekt Keten.

Slachtcapaciteit als knelpunt

Het aantal slachthuizen vermindert voortdurend en de overblijvende worden steeds groter. De afstanden tussen het veebedrijf en het slachthuis worden steeds groter. Dit is ongunstig voor het dierenwelzijn. Sommige slachthuizen weigeren ook biologische dieren die afwijkend zijn. Ook kleinere aantallen dieren zijn in sommige situaties niet meer welkom. Vooral in Limburg is er een groot probleem door het ontbreken van slachtmogelijkheden voor schapen, geiten en kleinere aantallen pluimvee.

Bron: eigen verslaggeving
Beeld: BioVar

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek