Benadeelt gekoppelde steun bietentelers in Lage Landen?
nieuwsUit onderzoek van de universiteit van Wageningen moet blijken dat lidstaten gekoppelde steun voor suikerbietenteelt niet op een goede manier inzetten. Het tast de concurrentieverhoudingen tussen lidstaten aan want bietentelers die geen gekoppelde steun ontvangen, zoals de Belgen en de Nederlanders, zijn daardoor in het nadeel. Bovendien zouden boeren in de landen die de teelt wel subsidiëren (o.a. Polen, Tsjechië, Italië en Spanje) ook zonder dat financiële extraatje nog bieten zaaien. Vanuit Nederland klinkt het kritisch dat de steun weliswaar legaal is, maar niet in overeenstemming met de geest van de regeling.
Na de vorige hervorming van het Europees landbouwbeleid kregen de lidstaten vanaf 2015 de mogelijkheid om inkomenssteun te koppelen aan de teelt van suikerbieten. Eerst maakten tien lidstaten daarvan gebruik, sedert 2017 zijn ze met elf: Polen, Tsjechië, Italië, Spanje, Roemenië, Kroatië, Slowakije, Hongarije, Finland, Litouwen (sinds 2017) en Griekenland. Deze steun leidt tot een hoger aanbod van suikerbieten in de EU en daarmee een lagere suikerbietenprijs. De subsidie varieert van ongeveer 5 tot 50 procent van de prijs die betaald wordt door de suikerfabrieken.
De steunregeling is bedoeld om suikerbieten als akkerbouwgewas te behouden in regio’s waar het anders zou verdwijnen, met negatieve gevolgen voor boeren en de lokale economie. Vanuit Nederland weerklinkt een kritisch geluid vanwege de manier waarop andere lidstaten de steun toepassen. Ze doen dat voor hun volledige grondgebied, zodat de subsidie vooral terechtkomt bij boeren die anders ook wel suikerbieten zouden telen. “Sterker nog, ze gaan door de regeling nog meer bieten telen”, constateren onderzoekers van Wageningen Economic Research.
Dat leidt tot verstoring van de markt bovenop het grote productie- en prijseffect dat de afschaffing van het suikerquotum per 30 september 2017 al heeft. Door gekoppelde steun neemt de suikerbietenproductie in de EU met 1,3 procent toe en de suikerbietenprijs met 4,5 procent af. De Nederlandse onderzoekers adviseren om de toekenning van gekoppelde steun te beperken tot gebieden binnen landen waar dat echt nodig is. “Dit voorkomt oneigenlijke concurrentie en ondermijning van de relaties van EU-landen onderling.”
In het rapport is ook gekeken naar de concurrentiekracht van suikerbieten ten opzichte van koolzaad en granen, de meest voorkomende alternatieve akkerbouwgewassen. De standaardopbrengst van suikerbieten per hectare blijkt minstens 700 euro per hectare hoger te zijn dan die van granen en minstens 600 euro per hectare hoger dan koolzaad. Als er sprake is van vrijwillig gekoppelde steun zijn deze verschillen nog groter, in de meeste gevallen 1.000 euro of meer. Hieruit blijkt volgens de onderzoekers dat de steun niet nodig is om de concurrentiekracht van suikerbieten ten opzichte van de alternatieve gewassen te versterken.
Meer info: Wageningen University & Resaerch