header.home link

Bayer wil verdienmodel voor carbon farming uitbouwen

29 juni 2021

Landbouw kan een belangrijke motor zijn om CO2 te gaan vastleggen in de bodem via allerlei natuurlijke processen. Door klimaatslim te boeren en koolstof op te slaan in de bodem kan landbouw zelfs andere bedrijven helpen om hun klimaatuitdagingen te realiseren. In een driejarig project wil Bayer bekijken of carbon farming of koolstoflandbouw een nieuw verdienmodel voor Europese landbouwers kan worden.

Lees meer over:

Tegen 2050 moet de Europese Unie klimaatneutraal worden. Als tussentijdse doelstelling wil Europa de broeikasgasuitstoot tegen 2030 met 55 procent verminderen. Een heel ambitieuze, maar broodnodige uitdaging willen we de klimaatopwarming onder de 1,5°C houden. Volgens het Internationaal Klimaatpanel IPCC zou een stijging boven die grens onomkeerbare gevolgen hebben voor menselijke, ecologische en voedselsystemen. Om dit te vermijden, moet elke sector in Europa inspanningen leveren om de CO2-uitstoot op minder dan 30 jaar tot nul te herleiden.

Landbouw wordt vaak als één van de oorzaken van klimaatverandering gezien. Wereldwijd is landbouw verantwoordelijk voor 18,4 procent van de CO2-uitstoot, exclusief het energiegebruik van de sector. In Europa heeft landbouw een aandeel van 13 procent, voor Vlaanderen is het aandeel nog een stuk lager met 9,6 procent. Bovendien zit het energiegebruik van de sector wel in dit Vlaamse cijfer verrekend. Zowat 49 procent van de Vlaamse broeikasgasuitstoot door de landbouw wordt gevormd door de methaanuitstoot door koeien, 26 procent is afkomstig van CO2-uitstoot onder meer van het energiegebruik in de sector en de overige 25 procent is afkomstig van lachgas dat vrijkomt bij bemesting.

Unieke bijdrage van landbouw

Ook voor landbouw wacht er dus een belangrijke uitdaging om de CO2-uitstoot de komende jaren fors terug te dringen. “Maar het interessante aan landbouw is dat het niet alleen zijn uitstoot kan verminderen, de sector kan ook een motor zijn om CO2 te gaan vastleggen in de bodem via allerlei natuurlijke processen”, vertelt Marc Sneyders, Head Sustainable Operations bij Bayer. “Tot nu toe was daar bijzonder weinig aandacht voor, maar Bayer is vorig jaar met een programma in de VS en Brazilië gestart om CO2 of koolstof te gaan vastleggen in de bodem, ons zogenaamde ‘Global Carbon Initiative’. Vandaag willen we dit ook gaan uitrollen in Europa.”

In de klimaatdiscussie is landbouw vaak de boeman, terwijl we via dit programma kunnen aantonen dat landbouw door klimaatvriendelijk te boeren een deel van de oplossing is

Marc Sneyders - Head Sustainable Operations - Bayer

Met dit initiatief wil Bayer in Europa een bijdrage leveren aan de Green Deal-doelstellingen van de Europese Commissie. “We erkennen op deze manier de cruciale rol die landbouwers en hun bodem kunnen spelen bij het creëren van blijvende, positieve milieueffecten”, aldus Sneyders. “In de klimaatdiscussie is landbouw vaak de boeman, terwijl we via dit programma kunnen aantonen dat landbouw door klimaatvriendelijk te boeren een deel van de oplossing is.” Bovendien heeft Bayer zich als bedrijf ook heel wat duurzaamheidsverbintenissen opgelegd. Eén daarvan is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in het veld, met 30 procent in 2030. Ook hierop wil het initiatief inspelen.

Carbon farming: what’s in a name?

Koolstofboeren of carbon farming is een term waarmee landbouwpraktijken worden aangeduid die erop gericht zijn om CO2 uit de atmosfeer vast te leggen in de bodem en in de wortels, het hout en de bladeren van gewassen. Op die manier dragen deze praktijken bij aan een verbetering van de bodemkwaliteit en aan meer biodiversiteit. De laatste jaren is de aandacht voor carbon farming enorm toegenomen. Ook de Europese Commissie werkt aan een initiatief om koolstoflandbouw een duw in de rug te geven en de praktijk als nieuw en groen verdienmodel naar voor te schuiven.

De hele industrie zal de komende jaren inspanningen moeten leveren om hun CO2-uitstoot te verminderen. Zij zullen niet alleen zelf maatregelen moeten nemen, zij kunnen ook ‘carbon credits’ of ‘koolstofkrediet’ kopen van andere bedrijven die erin slagen extra CO2-reducties te realiseren. Landbouwers die via ‘carbon farming’ erin slagen om koolstof in de bodem op te slaan, kunnen zich dus als het ware laten betalen om dit te doen.

Een verdienmodel halen uit koolstoflandbouw is evenwel geen evidentie. Er zijn verschillende knelpunten. Zo is er nood aan een geaccrediteerd systeem om de toename of afname van de koolstof in de bodem te gaan meten. Een ander knelpunt is dat de captatie van CO2 additioneel moet zijn: het moet met andere woorden bijkomend gerealiseerd worden in vergelijking met het verleden. “Hoe beter een landbouwer vroeger voor zijn bodem gezorgd heeft, hoe moeilijker het wordt om nog wat extra te doen”, legt Sneyders uit. Een basistoeslag voor boeren die een bovengemiddeld gehalte aan koolstof in de bodem hebben, zou een antwoord kunnen zijn op dit knelpunt.

De grootste uitdaging is de termijn die de koolstof in de bodem moet vastgelegd worden. “Idealiter wordt die permanent vastgelegd. Maar de vraag is natuurlijk hoe je op die manier een landbouwer mee krijgt. Daarom wordt er meestal gemikt op een periode van 20 tot 30 jaar en wordt de vergoeding nooit in één keer uitbetaald, maar verspreid”, vertelt Sneyders die zich voor Bayer al enige jaren heeft verdiept in de kansen voor koolstoflandbouw.

Hoe het koolstofhoudend vermogen van de bodem verbeteren?

Verschillende praktijken kunnen het koolstofgehalte in de bodem verbeteren. “Zo kan je de bodem minder gaan bewerken waardoor de organische materie beter in de bodem blijft”, legt Marc Sneyders uit. “Ook de grond bedekt houden, met bijvoorbeeld groenbemesters, is een praktijk die ervoor zorgt dat een bodem meer koolstof capteert.” Bepaalde biodiversiteitsmaatregelen kunnen eveneens helpen, zoals het aanleggen van hagen of bomenrijen tussen of rond gewassen. “Zeker als je zo’n haag bijvoorbeeld om de drie jaar snoeit en het snoeiafval verhakselt en op de bodem brengt.”

Daarnaast zijn er ook bepaalde toepassingen die ervoor zorgen dat de koolstof van planten omgezet wordt in stabiele koolstofverbindingen. Dat kan bijvoorbeeld door biochar of steengruis aan te brengen op een akker.  “Het voordeel van deze stabiele koolstofverbindingen is dat ze minder snel afgebroken worden. Het komt er immers op aan om die koolstof voor een heel lange tijd te bewaren in de bodem”, legt Sneyders uit.

Ook precisielandbouw kan zijn bijdrage leveren aan de klimaatneutraliteit van de landbouw, maar dan vooral in het kader van het vermijden van CO2-uitstoot, bijvoorbeeld door de hoeveelheid meststoffen die toegediend worden te beperken tot zones waar ze het meest door de planten worden opgenomen. ‘Inhibitors’ toevoegen aan kunstmest die ervoor zorgt dat de stikstof wordt vrijgegeven volgens de behoefte van de plant, is een andere manier om stikstofuitstoot te vermijden.

Koolstofprogramma van Bayer

Naar analogie met de Verenigde Staten en Brazilië gaat Bayer nu ook een Europees initiatief rond carbon farming uitwerken. Daar worden in eerste instantie 27 landbouwers uit zes landen bij betrokken. Samen bewerken ze ongeveer 500 hectare grond in België, Frankrijk, Spanje, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne. “Met dit koolstofprogramma willen we actief een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van koolstofactiviteiten in Europa door rechtstreeks samen te werken met boeren. Bovendien willen we er de rest van de agrovoedingsketen, zoals de voedingsindustrie en de retail, bij betrekken”, klinkt het bij de multinational.

Het programma heeft een looptijd van drie jaar. “In eerste instantie zal het huidige koolstofgehalte in het land van de deelnemende boeren als uitgangspunt worden vastgesteld. Vervolgens vragen we de boeren om een aantal klimaatslimme landbouwpraktijken te implementeren”, vertelt Sneyders die het project voor België opvolgt. De meest haalbare praktijken in ons land zijn volgens hem het bedekt houden van de bodem en minimale grondbewerking. Ook precisielandbouw biedt kansen in het beperken van de uitstoot.

“Maatregelen die de biodiversiteit stimuleren, zoals het aanplanten van hagen of bomen, zullen meer inspanningen vereisen van de landbouwer en dan is het de vraag of die dat ervoor over heeft”, klinkt het. Bayer verwacht dat het eerder de nevenvoordelen zijn die de landbouwer zullen overtuigen om voor deze maatregelen te kiezen dan het puur financiële. “Die nevenvoordelen zijn bijvoorbeeld nuttige insecten die zich vestigen in de hagen en houtkanten en op die manier het gebruik van gewasbescherming kunnen verminderen. Een koolstofrijke bodem kan bijvoorbeeld beter vocht vasthouden en de ervaring leert ons intussen dat dit bij langdurige droogte echt een meerwaarde kan zijn voor de gewasopbrengst.”

Alles wat de landbouwer op zijn veld doet en wil delen, kan bijgehouden worden en als bewijs dienen voor de koolstofinspanningen van de boer

Marc Sneyders - Head Sustainable Operations - Bayer

De multinational zal ook aan een digitale tool werken waarmee boeren beloningen kunnen claimen op basis van nauwkeurige en geverifieerde gegevens. De gebruiksvriendelijkheid van deze tool voor de boer is een belangrijk aandachtspunt. “We bouwen hiervoor verder op ons toonaangevend digitaal landbouwplatform Climate FieldViewTM”, vertelt Marc Sneyders. Dit platform capteert vandaag al de data van miljoenen tractoren in de wereld. “Alles wat de landbouwer doet op zijn veld en wil delen, kan op deze manier bijgehouden worden en als bewijs dienen voor de koolstofinspanningen van de boer. Belangrijk op te merken is dat de boer aan het stuur blijft van zijn eigen data. De privacy blijft gegarandeerd.”

Betrokkenheid van ganse agrovoedingsketen

Bovendien mikt Bayer op een model van carbon farming waar de rest van de agrovoedingsketen wordt bij betrokken. “Momenteel zijn we in bespreking met verschillende voedselverwerkende bedrijven en retailers. We verwachten dat we tegen eind dit jaar een aantal onder hen over de streep kunnen trekken en om deel te nemen aan ons ‘Carbon Program’”, aldus Sneyders.

Hij is ervan overtuigd dat de link tussen de landbouwers en zijn afnemers in de voedingsindustrie en retail een belangrijke meerwaarde is. “Zij werken vaak al in vertrouwen samen, wat het gemakkelijker maakt om zo’n initiatief op te starten. Boeren kunnen op die manier als primaire schakel in de agrovoedingsketen op een transparante en eerlijke manier beloond worden voor de CO2-reducties die door hun landbouwpraktijken worden gerealiseerd.” Sneyders denkt bijvoorbeeld aan een aardappelteler die van de aardappelverwerker voor zijn klimaatinspanningen een extra vergoeding krijgt per ton geleverde aardappelen.

Co-creatie staat centraal in het koolstofprogramma van Bayer. “Landbouwers, experts van Bayer en spelers in de agrovoedingsketen zullen samenwerken in een ‘carbon farming laboratorium’ waar ze gezamenlijk praktijken kunnen testen en lessen kunnen trekken”, luidt het. “Bovendien zal de implementatie van nieuwe praktijken continu gemonitord en verbeterd worden. Op die manier willen we een nauwkeurige en betrouwbare monitoringstool ontwikkelen die het mogelijk moet maken om het programma nog breder uit te rollen.” Na drie jaar moet die tool er zijn.

 

Benieuwd naar koolstoflandbouw in de praktijk? Lees later deze week hoe Hof ten Bosch in Huldenberg hiermee aan de slag gaat.

Bron: Eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek