Aantoonbaar effect van landbouwbeheer op biodiversiteit
nieuwsInspanningen die landbouwers in het kader van beheerovereenkomsten leveren om hun bedrijfsvoering te verzoenen met milieu- en natuurdoelstellingen hebben een aantoonbaar effect op de biodiversiteit, maar er blijft nog ruimte voor verbetering. Dat blijkt uit het Natuurrapport Beleidsevaluatie 2012 van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Maandagmiddag geeft de auteur van het rapport meer details in geVILT.
Om de biodiversiteit in landbouwgebied te verbeteren, heeft de Vlaamse overheid de beheerovereenkomsten in het leven geroepen. Door hun bedrijfsvoering aan te passen, helpen landbouwers om milieu- of natuurdoelstellingen te realiseren. Voor maatregelen die verder gaan dan de wettelijke bepalingen krijgen ze een financiële tegemoetkoming. In 2012 (werkjaar 2011) kregen 3.240 landbouwers in Vlaanderen 11 miljoen euro uitbetaald, waarvan 7 miljoen door Vlaanderen en 4 miljoen door Europa.
Een deel van de beheerovereenkomsten heeft betrekking op weide- en akkervogels. Op vraag van de Vlaamse Landmaatschappij en het Departement Landbouw en Visserij onderzocht INBO of deze maatregelen ook effect hebben. Op plaatsen met beheerovereenkomsten zijn er werkelijk meer weidevogels. Om met meer zekerheid te kunnen zeggen dat dit het gevolg is van de beheerovereenkomsten zelf, dient er minimaal nog twee extra jaar gemeten te worden door INBO.
Daarnaast toont een computermodel aan dat er betere resultaten te bereiken zijn met evenveel geld. Het advies van INBO luidt: "Geef een kleiner aantal boeren meer geld om bepaalde weiden gedurende een langere periode niet te laten begrazen of te maaien zodat de vogels die er broeden langer niet gestoord worden, en je zal uiteindelijk meer vogels hebben." Soms zijn de maatregelen te veel afgestemd op één bepaalde soort in plaats van op verschillende soorten vogels, en moeten er grotere oppervlaktes bekeken worden in een gebiedsgerichte aanpak.
Het beleid scoort goed in het doorgeven van de noodzakelijke kennis aan de landbouwers via verschillende tussenpersonen, zoals erosiecoördinatoren en bedrijfsplanners. In de communicatie en het overleg met de landbouwer moet rekening gehouden worden met het feit dat hij een producent is: een landbouwer zal pas in een beheerovereenkomst stappen als hij die kan inpassen in zijn bedrijfsvoering. Hij wenst van in het begin betrokken te worden bij het proces, en kiest graag uit een mix van makkelijke en moeilijke acties.
INBO benadrukt nog dat de landbouwer rechtszekerheid nodig heeft wanneer hij wil terugkeren naar de toestand voor de beheerovereenkomst, maar bijvoorbeeld ook om te weten of zijn financiële investering (b.v. in een machine voor niet-kerende grondbewerking) rendabel is op de langere termijn. Tot slot dient het beleid te streven naar voldoende evenwicht tussen keuzevrijheid en verplichtingen van de landbouwer als men de vogelbiodiversiteit op het platteland wenst te behouden.
Bekijk de video die het rapport samenvat en lees maandagmiddag een uitgebreide reportage over het INBO-rapport in geVILT.
Beeld: INBO