nieuws

"Wereldmarktprijs groteske vervorming van realiteit"

nieuws
De aandacht voor prijzen op de contantmarkten is de jongste jaren sterk toegenomen. Voor energie worden de olieprijzen per vat dagelijks opgevolgd. Ook de prijs voor granen, palmolie, de veilingprijs voor aardappelen en ook de recente piekprijs voor mosselen kregen veel aandacht. En nu is er heibel over de melkprijs. Maar prijzen op de contantmarkt geven dikwijls een vertekend beeld van de echte, onderliggende waarde van een product. De gevolgen zijn soms nefast, schrijft De Tijd.
19 augustus 2007  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:39
De aandacht voor prijzen op de contantmarkten is de jongste jaren sterk toegenomen. Voor energie worden de olieprijzen per vat dagelijks opgevolgd. Ook de prijs voor granen, palmolie, de veilingprijs voor aardappelen en ook de recente piekprijs voor mosselen kregen veel aandacht. En nu is er heibel over de melkprijs. Maar prijzen op de contantmarkt geven dikwijls een vertekend beeld van de echte, onderliggende waarde van een product. De gevolgen zijn soms nefast, schrijft De Tijd.

De contantprijs van een product krijgt steeds meer het aureool de reële waarde van dat product op de wereldmarkt te vertegenwoordigen. De prijs zou de huidige schaarste van de producten weerspiegelen. Al wie met het product te maken heeft - zowel kopers als producenten - stemt er doorgaans zijn beleid en zeker zijn verwachtingen op af, en dat is niet altijd gefundeerd. Daardoor gaat de contantprijs een eigen leven leiden. Wanneer iedereen erop inspeelt, ontstaat een selffulfilling prophecy en worden foute verwachtingen toch waargemaakt.

Op vrijwel alle markten (energie, grondstoffen, gewassen) zijn de contantprijs en de contractprijs op termijn slechts de vertaling van een erg beperkt volume aan goederen dat die dag verhandeld wordt. Het gros van alle goederen - doorgaans meer dan 90 procent - wordt immers buiten elke goederenmarkt om verhandeld via langlopende contracten tussen de producent en de verwerker of de koper.

Zeker voor de markt van de landbouwproducten is de wereldmarktprijs een groteske vervorming van de realiteit. De prijs wordt doorgaans gevormd op de Chicago Board of Trade (CBOT) in de Verenigde Staten. Slechts een heel klein percentage wat in de wereld aan granen wordt verbouwd komt uiteindelijk bij de consument via de officiële goederenmarkt. Bijna alle granen, groenten en de zuivel in Europa worden verhandeld via langlopende contracten met afnemers, doorgaans zelfs via eigen coöperaties.

Hier hebben de officiële wereldmarktprijzen van het CBOT in het verleden een erg nefaste rol gespeeld. Omdat vooral overschotten werden aangeboden, bleef de prijs minimaal. Die lag doorgaans veel lager dan de productieprijs. Het goedkope overschotgraan dat internationale handelaars zoals Cargill wereldwijd verhandelden, ruïneerde soms de landbouwsector in arme landen. De Europese Unie schermde haar markt af en laat die bescherming nu stilaan los voor melk, suiker en graan.

De Europese Unie heeft het geluk dat de liberalisering van de markt er komt op een ogenblik van toenemende schaarste. De prijzen op de vrije markt trekken aan en bewegen zich stilaan in de richting van het Europese kostprijsniveau. Dat wekt in de Europese landbouwsector de verkeerde indruk dat de vrijemarktprijs erg precies de schaarste en dus de reële waarde van de producten weerspiegelt. Daarbij gaat men voorbij aan het feit dat slechts een gering percentage van de voedselproductie in de wereld via die vrije markt verhandeld wordt. Het gros van alle landbouwproducten gaat zoals gezegd rechtstreeks naar afnemers via langetermijncontracten. Dat geldt niet enkel voor granen, maar ook voor aardappelen, palmolie en voor mosselen en voor melk.

De prijsstijging van vele landbouwproducten en van zuivel de jongste maanden wekte bij een aantal producenten valse hoop. Zo zijn de prijzen voor melkpoeder en melk op de wereldmarkt aan een nooit geziene opmars bezig. Dat creëert torenhoge verwachtingen bij de Belgische melkveehouders, die de jongste jaren maar nipt konden overleven. De meesten zijn verenigd in coöperatieven zoals Milcobel of Campina. In Wallonië zijn ze aangesloten bij de grote Franse coöperatieven. Maar die verwerken de eigen producten en leveren die aan klanten via langetermijncontracten. Wanneer ze direct aan de consument leveren, is het niet vanzelfsprekend die hogere theoretische melkprijs op de wereldmarkt meteen door te rekenen in een ijsje of een potje yoghurt. Op lange termijn gebeurt dat wel. Maar de boeren willen dat de verwerker nu al de hoge wereldmarktprijzen betaalt.

Op de algemene vergadering van de coöperatieve Milcobel waarschuwde voorzitter Guido Veys de honderden melkveehouders dan ook voor overdreven verwachtingen. De prijs die de coöperatieve melkveehouders dit jaar ontvangen, ligt weliswaar tot 30 procent hoger dan in 2006, maar hij zal nog altijd een stuk onder de contantprijs op de wereldmarkt blijven.

Intussen hebben enkele melkveehouders hun leveringen aan het Nederlandse Campina in België gestaakt, omdat die coöperatieve haar prijs niet voldoende aan de hogere prijzen voor melk op de wereldmarkt wilde aanpassen. Dat conflict is nu uitgemond in een juridisch steekspel tussen Campina en die melkleveranciers over de vraag of het al dan niet hun plicht is te leveren tegen de vroegere contractprijs. Guido Veys, de voorzitter van Milcobel, houdt zijn leden terecht voor dat de enige zekerheid die de contantprijs voor de meeste landbouwproducten biedt, de onvoorspelbaarheid is. Bedrijven willen op lange termijn werken en hun werknemers en aandeelhouders zekerheid bieden. Daarom sluiten ze bij voorkeur contracten af op lange termijn.

Ook voor aardappelen bestond in de lente een grote kloof tussen de contantprijs in Vlaanderen en de reële gemiddelde prijs die de boeren voor hun aardappelen ontvingen. Door de weersomstandigheden en door ziektes lag de contantprijs zeer hoog. Die bedroeg soms het vijfvoudige van de contractprijs die de meeste boeren hadden bedongen. Intussen is die contantprijs weer gedaald, wat wijst op de grote instabiliteit van spotprijzen, zelfs op korte termijn. En onlangs bleek ook dat de prijs voor Zeeuwse mosselen plots met 30 procent was gestegen. Opnieuw moeten we voor ogen houden dat de meeste Zeeuwse mosselen die dit jaar worden geoogst al via contracten op lange termijn tegen een afgesproken prijs zijn verkocht, vooral aan restauranthouders.

Contantprijzen en termijncontracten vertalen doorgaans de relatieve schaarste op één bepaald ogenblik van dat deel van de oogst dat niet onder contract ligt. De marktspelers moeten die evolutie wel op de voet volgen, maar ze mogen er niet altijd te rigoureuze conclusies uit trekken. Zeker voor landbouwproducten heeft de universele wereldmarktprijs weinig te maken met de echte gemiddelde prijs in diezelfde wereld. Die laatste prijs is dikwijls regionaal bepaald en het resultaat van talloze individuele deals. Wel geeft die universele prijs doorgaans de richting aan waarin de contractprijzen het jaar nadien evolueren.

Veel meer mogen de betrokken landbouwers of consumenten niet verwachten. Wie zich toch enkel op die contantprijs verlaat en als producent geen contract op lange termijn afsluit, gokt zoals bij een kansspel. Maar in de landbouw zijn kansspelen nog altijd niet bij wet verboden.(KS)

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek