Veerman optimistisch over toekomst Europese landbouw
nieuwsIn 2008 is een zogenaamde 'health check' voorzien van de hervormingen van het landbouwbeleid die de jongste jaren zijn doorgevoerd. In dat jaar zal het precies 50 jaar geleden zijn dat zes landen tijdens een grote conferentie in het Italiaanse Stresa de grondbeginselen vastlegden van het Europese landbouwbeleid. Nu staan we voor de uitdaging om ons een beeld te vormen van de opgaven waarvoor de Europese landbouw zich in de 21ste eeuw gesteld zal zien. En de wereld van 1958 is niet die van 2008, benadrukt Veerman.
De verschuiving van klimaatzones en de in de verschillende delen van de wereld optredende schaarste aan water brengt met zich mee dat de omstandigheden in de verschillende agrarische productiegebieden zullen veranderen. Tegelijk zal de wereldvraag naar voedsel en andere landbouwproducten de komende decennia sterk stijgen en zal de landbouw invulling moeten geven aan een breder kwaliteitsbegrip. Zo staan we na de fase van emancipatie van de arbeider en de vrouw aan de vooravond van de emancipatie van het dier, meent Veerman.
Maar dat hoeft geen bedreiging te zijn. Europa verkeert mede door de maatschappelijke eisen van haar bevolking in de positie om ook in de toekomst een belangrijke speler op de wereldvoedselmarkt te blijven. De afscheidnemende Nederlandse landbouwminister ziet grote kansen voor de verdere ontwikkeling van duurzaam en maatschappelijk gericht ondernemerschap. Van innovatie en technologieontwikkeling zijn grote bijdragen noodzakelijk en te verwachten, met inbegrip van de biotechnologie.
In het Europa van morgen - dat door de drang vanuit de nieuwe lidstaten naar vrijheid en gerechtigheid opnieuw meer gemeenschapszin zal vertonen - heeft de landbouw volgens Veerman vier hoofdfuncties, die elkaar gedeeltelijk overlappen. De eerste functie is die van productieruimte voor hoogwaardig voedsel en van grondstoffen voor de productie van hernieuwbare energie. De rol van de overheid is op dit vlak slechts randvoorwaardelijk, faciliterend en verbindend van karakter. In zijn tekst pleit Veerman overigens voor een geleidelijke overgang na 2013 van het huidige systeem van overwegend inkomenssteun naar een systeem van gerichte betalingen.
Die betalingen moeten onder meer dienen voor de productie van collectieve of semi-collectieve goederen, zoals de zorg voor natuurbehoud en landschap. Of voor de instandhouding van landbouw in kwetsbare gebieden waar er een publiek belang is voor het verderzetten van productieactiviteiten, waarvoor lokale en regionale medefinanciering beschikbaar kan gesteld worden. Tot slot ziet Veerman in de ontwikkeling van het platteland als consumptieruimte een groot groeipotentieel voor de landbouw, zeker in een Europese economie met steeds meer geestelijke inspanningen en stress.
Veerman pleit ervoor om het debat over het toekomstige landbouwbeleid niet te voeren vanuit budgettaire motieven of WTO-ambities, maar wel vanuit de functies en betekenis van de landbouw voor de Europese burger. Het ligt dan voor de hand het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel opnieuw kritisch te doordenken en de systematiek van de cofinanciering hier wellicht op aan te passen. De politici moeten kiezen voor geleidelijke, maar tegelijkertijd volstrekt duidelijke ontwikkelingsrichtingen. Dixit Veerman.(KS)
Meer informatie: Essay 'Landbouw verbindend voor Europa?'