Normen maximale bezetting in kippenstal gepubliceerd
nieuwsDe richtlijn gaat uit van een maximale bezettingsdichtheid van 33 kilogram levend gewicht per vierkante meter. De pluimveehouders krijgen een hele reeks bijkomende welzijnsvoorwaarden opgelegd: ze moeten minstens twee keer per etmaal de kuikens inspecteren, de kuikens moeten permanent droog strooisel ter beschikking hebben, de kippen krijgen recht op nachtrust, het ventilatie- en verwarmingssysteem moeten oververhitting en overmatig vocht kunnen voorkomen, enzovoort.
Om een bezettingsdichtheid tot 39 kilogram te mogen toepassen, moeten kippenboeren documentatie beschikbaar hebben over de stal, de voeder- en watervoorzieningen, het alarmsysteem en de procedures die gevolgd worden bij het uitvallen van een vitaal bedrijfssysteem. Die systemen moeten zodanig functioneren dat de ammoniakconcentratie in de stal op ooghoogte van de kuikens kleiner is dan 20 ppm en de CO2-concentratie moet lager zijn dan 3.000 ppm. Bij erg warm weer mag de staltemperatuur maximaal drie graden hoger zijn dan de buitentemperatuur. Bij koud weer geldt een maximale relatieve vochtigheidsgraad van gemiddeld 70 procent, gemeten over een periode van 48 uur. Per stal moet dagelijks het uitvalspercentage berekend worden.
Dat uitvalspercentage is van belang om na te gaan of pluimveehouders de bezetting mogen optrekken tot het absolute maximum van 42 kilogram. In dat geval moet bij zeven opeenvolgende koppels kuikens het uitvalspercentage lager zijn dan 3,52 procent. Dat is alvast de norm voor koppels die exact zes weken in de stal verblijven. Het percentage fluctueert naargelang de leeftijd waarop de dieren de stal verlaten. Indien een koppel per uitzondering een hoger mortaliteitscijfer scoort en als kan aangetoond worden dat er voor de kippenboer sprake was van overmacht, dan mag de bevoegde overheid beslissen om alsnog de hoge bezettingsdichtheid voor het bedrijf in kwestie te behouden.
Er zijn overigens nog andere voorwaarden waaraan kippenbedrijven moeten beantwoorden om aan de maximale bezetting te mogen produceren. In de voorafgaande twee jaar mogen zich geen tekortkomingen hebben voorgedaan op het vlak van dierenwelzijn. De monitoring door de braadkippenhouder moet bovendien uitgevoerd worden aan de hand van een gids voor goede landbouwpraktijken.(KS)
Meer informatie: Welzijnsrichtlijn braadkippen
Lees ook: geVILT: Kippen beleven geen plezier aan welzijnsrichtlijn