nieuws

"Nood aan stevig landbouwbeleid in noord en zuid"

nieuws
“Het is niet alleen belangrijk hoeveel, maar eveneens hoe er in landbouw en de landbouwgemeenschap wordt geïnvesteerd. Het hongerprobleem gaat immers niet alleen over het globale aanbod van voedsel, maar ook over de mogelijkheid om voedsel te produceren of te kopen”. Dat zei minister-president Kris Peeters naar aanleiding van Wereldvoedseldag.
18 oktober 2010  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:56

“Het is niet alleen belangrijk hoeveel, maar eveneens hoe er in landbouw en de landbouwgemeenschap wordt geïnvesteerd. Het hongerprobleem gaat immers niet alleen over het globale aanbod van voedsel, maar ook over de mogelijkheid om voedsel te produceren of te kopen”. Dat zei minister-president Kris Peeters naar aanleiding van Wereldvoedseldag die plaatsvond op zaterdag 16 oktober.

Tegen 2050 moeten negen miljard mensen gevoed worden. Vandaag hebben al ruim één miljard mensen chronisch honger. De vraag naar voedsel zal daarom met zo’n 70 procent moeten stijgen tegen 2050. “Volgens de FAO zal slechts een beperkt gedeelte kunnen komen van nieuwe landbouwgrond en zullen vooral intensievere teelten binnen de krijtlijnen van duurzame landbouwtechnieken en aangepaste consumptiepatronen de leemte moeten vullen”, aldus Peeters.

Daarom is er in zijn ogen nood aan een stevig landbouwbeleid, zowel in het noorden als het zuiden. Peeters noemt de gesprekken over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2013 in dat kader erg belangrijk. “Eén van de doelstellingen van het GLB is zelfvoorziening. Dit aspect heeft vanuit het wereldvoedselvraagstuk een nieuwe dimensie gekregen.”

Volgens een studie van de universiteit van Humbolt wordt 53 miljoen hectare landbouwgrond buiten de EU ingezet voor voedselvoorziening binnen de Europese Unie. “In het GLB moet daarom aandacht uitgaan naar het behoud van landbouwpotentieel zowel in landbouwers als in landbouwgrond”, zegt de minister-president die tevens bevoegd is voor Landbouw en Plattelandsbeleid.

Peeters vindt ook dat er tijdens de gesprekken over het GLB duidelijk moet onderlijnd worden dat Europa en het GLB niet marktverstorend mogen werken in het nadeel van ontwikkelingslanden. “De EU is de grootste invoerder uit ontwikkelingslanden. Dat is een stimulans voor deze landen in het zuiden. Het streven naar een eerlijke prijs geldt zowel hier als elders als legitiem middel om het productieapparaat zowel in het noorden als in het zuiden te behouden en verder te ontwikkelen”, meent hij.

Daarom heeft de minister vanuit zijn bevoegdheid Ontwikkelingssamenwerking, beslist om bij ontwikkelingsprogramma’s met partnerlanden in het zuiden – Zuid-Afrika, Malawi en Mozambique – blijvend aandacht te hebben voor kleine familiale landbouwbedrijven, zodat ze de nodige middelen kunnen verwerven om duurzame landbouw te beoefenen. Daarnaast worden ook initiatieven gesteund die het effect van de klimaatverandering op de landbouwproductie moeten verminderen.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek