"In 2020 niet meer dan 5,5 procent agrobrandstoffen"
nieuws"Voedselgewassen horen niet thuis in auto's", stelt Europees parlementslid Bart Staes (Groen). Hij is dan ook opgelucht dat de milieucommissie van het Europees Parlement instemde met een voorstel dat het toenemende gebruik van voedselgewassen als brandstof aan banden legt. De leden van die commissie willen het aandeel eerste generatie biobrandstoffen plafonneren op maximaal 5,5 procent in 2020.
De milieucommissie van het Europees Parlement besloot dat het aandeel eerste generatie biobrandstoffen in 2020 maximaal 5,5 procent van de transportbrandstoffen mag bedragen. "Dat betekent dat het huidige aandeel voedselgewassen in de brandstofmix niet verder mag stijgen", verklaart EU-parlementslid Bart Staes. De Europese Commissie wou het plafond op vijf procent vastleggen. In september is het voltallige Parlement aan zet.
In Europa worden biobrandstoffen sinds een aantal jaar juist gestimuleerd. Volgens de Europese (klimaat)wetgeving moet in 2020 tien procent van de energie in de transportsector 'duurzaam' zijn, voornamelijk door gebruik van biobrandstoffen. Biobrandstoffen krijgen daarom veel subsidies. In Europa ongeveer tien miljard euro per jaar.
"Maar wetenschappelijke studies wijzen uit dat het gebruik van biobrandstoffen kan leiden tot hogere voedselprijzen", waarschuwt Staes. "Maïsprijzen kunnen 20 procent stijgen en de prijzen voor plantaardige oliën tot wel 40 procent. Volgens een recente studie hebben Europese bedrijven de afgelopen vier jaar zes miljoen hectare land in Afrika overgenomen voor de productie van biobrandstoffen. Veel van de biobrandstoffen die nu in de brandstoftank belanden, nemen arme mensen het brood uit de mond of leiden tot grootschalige kap van tropische regenwouden."
De onderzoeken geven ook aan dat biobrandstoffen soms zelfs slechter voor het klimaat zijn dan gewone brandstoffen. Dat is het geval wanneer door de veranderingen in landgebruik de voedselproductie verschuift naar recent ontboste gebieden. De ontbossing die dan gebeurt, maakt de klimaatwinst van biobrandstoffen ongedaan. Het Europees Parlement vraagt al sinds 2008 om met de factor indirect landgebruik rekening te houden bij het uitstippelen van het biobrandstofbeleid van de EU.
Bas Eickhout stelde namens de Groene fractie in het Europees Parlement voor dat de uitstoot van broeikasgassen van gesubsidieerde biobrandstoffen lager moet zijn dan die van conventionele brandstoffen. Deze voorstellen zijn in aangepaste vorm aangenomen door de milieucommissie. Om de schadelijke uitstoot van vliegtuigen en schepen te verminderen, zullen biobrandstoffen nodig blijven, maar die mogen op voorstel van de groenen niet op land verbouwd worden. De afvalgassen van staal- en cementfabrieken kunnen ook omgezet worden in biobrandstof, opperen de Groenen.
Staes noemt het "cruciaal" dat de EU alleen nog maar nieuwe generatie biobrandstoffen stimuleert die niet leiden tot meer honger in de wereld of tot ontbossing. Bedoeling is dat die innovatieve biobrandstoffen tegen 2020 minstens twee procent van de brandstofconsumptie voor transport uitmaken. "Hoewel hun aandeel niet zo groot mag worden dat andere industrieën ruwe grondstoffen verliezen, het afvalbeleid van de EU in gedrang komt, bossen overmatig geëxploiteerd worden of er biodiversiteit verloren gaat", voegen de commissieleden er veiligheidshalve aan toe.
Rapporteur Corinne Lepage, Frans Europarlementslid en lid van de liberale ALDE-fractie, verwelkomt de beslissing van de milieucommissie. Wel belooft ze dat ze in de plenaire zitting van het Europees Parlement met een compromisvoorstel komt om de biobrandstofindustrie de tijd te geven om zich voor te bereiden op de omschakeling. Voor Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel, gaat het huidige voorstel dan weer niet ver genoeg. Hij laat via Twitter weten dat er meer nodig is om de impact van biobrandstoffen op de wereldwijde voedselvoorziening te verkleinen.