"Flexibiliteit in steun aan jonge boeren is ongepast"
nieuwsDe jonge landbouwers in Europa, verenigd in CEJA, begrijpen niet dat er bij de lidstaten geen meerderheid was om een extra inkomenstoeslag voor jonge starters verplicht te maken in de eerste pijler van het landbouwbeleid. Ze vrezen een "ongelijk speelveld in Europa". "Het probleem van generatieverjonging stelt zich in elke lidstaat en verdient dus een gemeenschappelijke oplossing", aldus CEJA.
De lidstaten hebben afgelopen week besloten dat het beter is om zelf te kunnen beslissen of een extra toeslag voor jonge landbouwers op hun grondgebied al dan niet nodig is. CEJA spreekt van een "gemiste kans" aangezien de landbouwsector in gans Europa kampt met vergrijzing bij de landbouwerspopulatie. In Vlaanderen is de gemiddelde landbouwer bijvoorbeeld 51 jaar oud.
De federatie van jonge Europese landbouwers vindt flexibiliteit op zijn plaats bij de steun aan starters via pijler twee, maar de inkomenssteun uit pijler één zou verplicht in alle lidstaten een extraatje moeten voorzien voor jongeren. CEJA verantwoordt dat door de ernst en grote omvang van het probleem. Voorzitter Joris Baecke gaat er over waken dat de maatregelen voor jonge landbouwers niet ondersneeuwen tijdens de onderhandelingen die er nu aankomen tussen lidstaten, Parlement en Commissie. Wachten op de volgende hervorming in 2020 is voor de jonge boeren immers geen optie.