header.home link

WUR onderzoekt importstop veevoedergrondstoffen van buiten EU

3 mei 2021

Als al het vee in Europa gevoederd moet worden met grondstoffen uit het eigen continent, leidt dat rechtstreeks tot een tekort aan stikstof uit dierlijke mest en dus tot een verminderde productie van de Europese landbouw. “Wat het werkelijk effect is van deze maatregel op het sluiten van kringlopen, is niet eenduidig te beantwoorden. Maar dat er mogelijk een grote negatieve impact is op de vitaliteit van het landbouw- en voedselsysteem binnen Europa, staat buiten kijf”, concludeert Wageningen University & Research.

Lees meer over:

In Nederland is er al enige tijd veel aandacht voor kringlooplandbouw. Ook de vorige Nederlandse landbouwminister Carola Schouten schoof dit type landbouw naar voor als de piste voor de toekomst. Daarnaast is de import van onder meer soja uit overzeese gebieden om de Europese veestapel te voederen al langer een doorn in het oog van vele ngo’s. Om die reden besloot Wageningen University & Research de kringloopeffecten te bepalen van het stoppen van import van diervoeders van buiten de EU.

Diepgaand inzicht in Europees landbouw- en voedselsysteem is vereist

In een lijvig document beschrijft de Nederlandse universiteit wat het directe en indirecte effect is wanneer de Europese veestapel enkel nog gevoederd wordt met grondstoffen die op Europese bodem zijn geteeld. In een eerste conclusie stellen de onderzoekers dat de gevolgen van deze maatregel een diepgaand inzicht vereisen in de zeer complexe kringloop van het Europese landbouw- en voedselsysteem. “Het verminderen van één input leidt niet automatisch tot beter gesloten kringlopen”, klinkt het.

Het verminderen van één input leidt niet automatisch tot beter gesloten kringlopen

WUR-studie

Met hun analyse maakten de onderzoekers duidelijk dat hoe een stop op de import van veevoeder leidt tot achtereenvolgens een daling in de beschikbaarheid van veevoeder, een daling van de dierlijke productie, een verminderde beschikbaarheid van dierlijke voedingsproducten, de afname van dierlijke mest en daarmee ook een daling van plantaardige productie en van plantaardige voedingsmiddelen. Ook dalen de productie-efficiëntie en de absolute stikstofverliezen.

De studie van WUR maakt ook duidelijk hoe een verschuiving in de kringloop direct leidt tot heel verschillende responsen. “Op de plekken in de keten waar tekorten ontstaan, ontstaat automatisch druk om de tekorten weg te nemen. Dit gebeurt door een verschuiving van handelsstromen, een verschuiving van productie en meer gebruik van hulpstoffen. Ook kan de verschuiving in de kringloop leiden tot aanpassing in het consumptiepatroon. Elk van deze responsen heeft eigen effecten op het productiesysteem en de kringloop”, waarschuwen de onderzoekers.

Van import van voedergrondstoffen naar import van voeding?

Als er beslist wordt om geen veevoeder meer te importeren, maar de vraag blijft ongewijzigd, dan zorgt dit voor snelle handelsresponsen. Zo zal bijvoorbeeld meer ingezet worden op de productie van voedergewassen in de plaats van plantaardige producten voor humane consumptie. De beschikbaarheid van plantaardige en dierlijke producten voor humane consumptie neemt hierdoor af. Bij een gelijke vraag leidt dit direct tot meer import van humane voedingsmiddelen van buiten Europa. “De import van veevoedergrondstoffen wordt dus vervangen door de import van voeding en de beoogde kringloopeffecten worden op die manier gedempt”, luidt het.

Tegelijk neemt door een tekort aan dierlijke mest de druk om kunstmest te gebruiken toe. Wat zorgt voor externe input in de kringloop. De daling van productie-efficiëntie als gevolg van de maatregel zal leiden tot extra input van synthetische aminozuren. Beide fenomenen zorgen voor extra milieudruk.

Als reststromen meer ingezet worden als grondstof van veevoeder, dan kan dat helpen om kringlopen te sluiten en zal de dierlijke productie minder dalen. Maar vandaag zijn er omwille van de voedselveiligheid een aantal van die reststromen uitgesloten als diervoedergrondstof, denk maar aan diermeel of pluimveemest. “Maar wanneer de voedselveiligheid gegarandeerd kan worden, zal het gebruik van reststromen een positief effect hebben op kringlopen en op andere duurzaamheidsaspecten”, stelt de WUR-studie.

Directe effecten en bijkomende responsen

Om de impact van het stoppen van import van veevoedergrondstoffen van buiten de Europa echt te kunnen inschatten, moet het effect van alle mogelijke responsen bekeken worden. “Het directe effect van de maatregel is een forse ingreep in de kringloop en de dierlijke en plantaardige productie, zonder dat daarbij de gewenste kringloopeffecten worden gerealiseerd. Er wordt een ook een variatie aan responsen opgeroepen, die elk op een eigen manier effecten van de maatregel versterken of dempen”, concluderen de onderzoekers.

Tot slot waarschuwen ze ervoor dat er nood is aan meer inzicht in de markt- en prijseffecten van de maatregel om een inschatting te kunnen maken van de impact van de maatregel. “Deze markt- en prijseffecten zijn niet in de studie meegenomen, maar een inschatting is wel nodig om het totale effect van de maatregel te kunnen beoordelen en de nood aan een eventueel flankerend beleid te kunnen inschatten.”

“De vraag wat het werkelijke effect is van het instellen van de maatregel, is niet eenduidig te beantwoorden. Eén ding is wel duidelijk: als deze maatregel wordt ingesteld zonder aandacht voor mogelijke gevolgen, dan leidt dit niet tot een betere sluiting van de Europese landbouw-voedsel kringlopen en heeft dit bovendien een zeer grote negatieve impact op de vitaliteit van het landbouw- en voedselsysteem binnen Europa”, luidt de WUR-conclusie.

WUR-studie
brochure veevoeder WUR

Bron: Eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek