nieuws

Wereldwijd stijgt aandeel subsidies in landbouwinkomen

nieuws
Van een historisch dieptepunt (15%) in 2011 is het aandeel subsidies in het landbouwinkomen van boeren in 47 OESO- en groeilanden vorig jaar opnieuw gestegen naar 17 procent. In de EU maakt overheidssteun bijna één vijfde uit van het bruto-inkomen van de landbouwers. China (17%), Indonesië (21%) en Kazakhstan (15%) verhoogden de landbouwsteun.
19 september 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:23

Van een historisch dieptepunt (15%) in 2011 is het aandeel subsidies in het landbouwinkomen van boeren in 47 OESO- en groeilanden vorig jaar opnieuw gestegen naar 17 procent. In de EU maakt overheidssteun bijna één vijfde uit van het bruto-inkomen van de landbouwers. China (17%), Indonesië (21%) en Kazakhstan (15%) verhoogden de landbouwsteun. Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse boeren moeten vooral hun eigen boontjes doppen.

De stijging van de overheidssteun voor de landbouwsector hangt samen met de prijsdaling van agrarische grondstoffen van 2011 naar 2012. Frank van Tongeren, hoofd van de beleidsdivisie voor handel en landbouw bij OESO, ziet toch een duidelijke liberalisering op langere termijn. "Dat geldt meer voor de economisch meer ontwikkelde OESO-landen dan voor opkomende economieën, waar de trend minder duidelijk is. Sterker, in veel gevallen lijkt het of de landen met weinig steun deze verder afbouwen, terwijl landen met veel steun ook meer steun geven", vertelt hij aan Boerderij.

De cijfers tonen dat de EU, met 19 procent landbouwsubsidies in het landbouwinkomen, grote sprongen heeft gemaakt bij het terugdringen van landbouwsubsidies. In 2003 bedroeg het aandeel in het bruto landbouwinkomen nog een kleine 34 procent. In vergelijking met andere landen bestaat de steun in de EU voor een groot gedeelte, ongeveer de helft, uit betalingen die losstaan van de huidige productie of arealen. De OESO beschouwt niet aan productie gekoppelde steun als minder schadelijk.

De EU laat zich wat betreft het aandeel 'meest schadelijke steun' nu vergelijken met de Verenigde Staten, waar in het verleden dat aandeel een veelvoud van het Amerikaanse cijfer was. Wereldwijd is nog altijd de helft van de overheidssteun aan landbouw gekoppeld aan productie. Volgens de OESO verstoort dat de handel in agrarische producten.

In de ogen van de liberaal georiënteerde OESO bleven de grootste zondaars in 2012 Noorwegen, Zwitserland, Japan en Zuid-Korea. In deze landen maakt steun meer dan 55 procent van het bruto-inkomen van boeren en tuinders uit. Noorse boeren zouden zelfs 63 procent minder verdienen zonder subsidies. Opvallend is dat in al deze landen het aandeel steun in het inkomen nog toenam. Het betreft zonder uitzondering landen zonder een groot agrarisch potentieel, waar de boerenstand bij volledige marktwerking grotendeels zou verdwijnen.

In Brazilië daalde het percentage steun onder de vijf procent terwijl van de OESO-landen Nieuw-Zeeland met een percentage dichtbij de nul procent het meest liberaal was, nog voor buurland Australië en Chili. Andere landen, waaronder China, zijn overtuigd geraakt van het belang van een hoge zelfvoorzieningsgraad voor voedsel en pompen daardoor plots veel meer geld in hun landbouwsector.

De OESO dringt er op aan dat landbouwsubsidies wereldwijd verder losgekoppeld worden van productie. "Ook waar dat al gebeurd is, blijven historische rechten of landbouwgrond dikwijls de betalingsbasis. Dat bevoordeelt de grootste landbouwbedrijven. Beter is om de steun te heroriënteren richting specifieke doelstellingen, zoals een behoorlijk inkomen, de leefbaarheid van plattelandsgemeenschappen en ecologische duurzaamheid."

Meer info: OESO

In samenwerking met: Boerderij

Beeld: Cofabel

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek