"Vorm woonuitbreidingsgebied om tot bosuitbreiding"
nieuwsBond Beter Leefmilieu stelt voor om bossen voortaan aan te planten op bouwgronden die we volgens de organisatie niet nodig hebben om de bevolkingsgroei op te vangen. “Die woonuitbreidingsgebieden kunnen beter omgevormd worden tot bosuitbreidingsgebieden”, klinkt het. Daarmee wil Bond Beter Leefmilieu een antwoord bieden op de kritiek die ontstond nadat bekendraakte dat er acht miljoen euro in het Boscompensatiefonds zit.
Als iemand een vergunning krijgt om bos te kappen, dan moeten de gekapte bomen ofwel gecompenseerd worden door nieuwe bomen aan te planten of door een bijdrage te storten in het Boscompensatiefonds. Met het geld uit dat fonds kunnen het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en gemeentebesturen dan bebossingsprojecten uitvoeren. Maar nu blijkt dat sinds de oprichting van het Boscompensatiefonds in 2002 er systematisch minder uitgegeven is voor het planten van nieuwe bossen dan het bedrag dat ontbossers in het fonds hebben gestort.
Uit cijfers van 2013 en 2014 blijkt dat er in die twee jaren 402 hectare ontbost werd en dat er 141 hectare in natura werd aangeplant. Daarnaast zorgden de overheden voor 113 hectare nieuwe bebossingsprojecten. “Daardoor liep ons land alleen al in deze twee jaren een achterstand van 148 hectare bos op, goed voor 2,4 miljoen euro die in het Boscompensatiefonds achterbleef”, beweert BBL. Daarmee is de spaarpot van het fonds intussen opgelopen tot acht miljoen euro of meer dan 1.500 hectare bos.
“Eén van de knelpunten is het tekort aan gronden om te bebossen”, aldus BBL. Volgens het bosdecreet is dat enkel mogelijk in groengebied, landbouwgebied of recreatiegebied. “En daar knelt het schoentje”, zegt de milieuorganisatie. “Door de voortdurende verstedelijking is er steeds minder open ruimte in Vlaanderen. Op de plekken die nog overblijven, blijft de concurrentie tussen bos en natuur, landbouw en recreatie toenemen.”
BBL berekende dat er jaarlijks meer dan 2.000 hectare open ruimte voor de bijl gaat voor nieuwe woningen. “Verder worden heel wat leegstaande boerderijen opgekocht door niet-landbouwers om er een woning of een bedrijf van te maken. Vaak gaat dit ook gepaard met het omzetten van aanpalende landbouwgronden in bijkomende tuinen. Naar schatting wordt ruim tien procent van het agrarisch gebied vandaag in beslag genomen door tuinen. Bijkomend wordt ongeveer een derde van alle weilanden gebruikt als hobbyweiden door mensen die paarden houden.”
Deze verstedelijking, vertuining en verpaarding zorgen er in de ogen van de organisatie voor dat er steeds minder open ruimte te koop staat. “En dus stijgen de prijzen. Voor landbouwgrond bijvoorbeeld betaalde je in 2000 gemiddeld 17.000 euro per hectare, in 2010 was dat al 28.000 euro. Maar omdat de tarieven voor boscompensatie nog nooit zijn verhoogd of zelfs maar geïndexeerd, is het voor ANB en gemeentebesturen steeds moeilijker om gronden voor herbebossing te kopen”, stelt BBL. Dat zou ook blijken uit een enquête van ANB waarin gemeentebesturen aangeven dat de hoge gronddruk de belangrijkste barrière is om geschikte gronden te vinden voor bebossingsprojecten.
Het voorstel dat Vlaams minister van Natuur, Omgeving en Landbouw Joke Schauvliege deed om het budget van het Boscompensatiefonds te verdelen over alle gemeenten in Vlaanderen, vindt geen bijval bij BBL. “Dit biedt geen oplossing voor het probleem: te weinig en te dure grond”, klinkt het. Daarom roept de organisatie de minister op om de huidige woonuitbreidingsgebieden om te vormen tot bosuitbreidingsgebieden. “Die woonuitbreidingsgebieden waren bij het opmaken van de gewestplannen bedoeld als reservezones voor woningen, voor het geval er in de echte woonzones geen plaats meer is, maar die is er duidelijk wel”, stelt BBL.
“De oppervlakte niet-bebouwde woongebieden bedraagt ruim 42.000 hectare, waaronder 12.000 hectare woonuitbreidingsgebied. Bevolkingsprognoses geven aan dat Vlaanderen de komende decennia zal groeien van zes naar zeven miljoen inwoners, wat maakt dat er tegen 2030 nood is aan 330.000 extra woningen”, becijferde BBL. “Uitgaande van de huidige woningdichtheid, zou er slechts 17.000 hectare nodig zijn. Dat maakt dat er 25.00 hectare overblijft.” Volgens BBL werden de voorwaarden voor het verkavelen van woonuitbreidingsgebieden de afgelopen jaren nochtans stelselmatig versoepeld. “Die gebieden zijn vaak in handen van projectontwikkelaars en vastgoedbedrijven, een sterke lobbygroep.”
Omdat minister Schauvliege “nu ook weer van plan lijkt om het verkavelen van die reservegebieden te versoepelen”, roept BBL op tot een andere aanpak. “Veel van die woonuitbreidingsgebieden kunnen zeer zinvol ingezet worden voor bos en natuur. Het gaat vaak om grotere, aaneengesloten stukken grond. Ze zijn dikwijls ook gelegen aan de rand van gemeenten waardoor ze de vraag naar natuur dichtbij kunnen invullen.”